Pianoklanken in de wind

Is het de natuur? Zijn het de 150 vrijwilligers die één grote familie vormen? Of is de artistiek directeur René Martin het geheim achter het succes van het Festival Internationale de Piano in La Roque d'Anthéron? Met negentig concerten van de allergrootste pianisten op aarde mag dit festival in het hart van de Provence met recht het Mekka van de piano genoemd worden.

De avond valt over het Parc du Chateau de Florans in La Roque d'Anthéron. Terwijl de hemel langzaam donkerder kleurt, houden een voor een de krekels op met hun monotone getjirp. Tot alleen het ruisen van de wind in de bomen hoorbaar is. Tegenover een tribune met vijfhonderd mensen betreedt pianist Evgeny Kissin het podium dat boven een vijver in het park is gebouwd. Hij speelt Schuberts sonate D 960. De pianoklanken mengen zich met de geluiden van de natuur. Muziek en natuur concurreren niet, maar versterken elkaar. Terwijl Kissins spel de luisteraar dwingt de muziek te volgen, dringt de natuur zich op: die ene krekel die niet van ophouden weet, een libel die hinderlijk om Kissins hoofd vliegt, de dansende muggen, maar vooral de wind in de 365 indrukwekkend hoge platanen van het park.

Het lijkt of Schubert nog nooit zo intens heeft geklonken. Alsof het volgen van de bewegingen van een insect je de ruimte geeft om je te concentreren op de muziek. Kissin speelt de eerste twee delen langzaam en introvert, zoekend naar evenwicht met de geluiden van de natuur. De melodie meandert aarzelend van noot naar noot, alsof de pianist zich een weg baant door het bomengeruis. In het Scherzo heeft Kissin zich hervonden. Hij is de muziek en de natuur weer de baas. Maar zo interessant als het begin wordt het niet meer, ook al dwingt het dolenthousiaste publiek hem vijf toegiften af.

Komt het door Kissin, door mijn eigen gemoedstoestand of door de omgeving dat dit concert zo'n indruk maakt? Er zit magie in de bomen van dit park, beweert René Martin, de artistiek directeur van het Festival La Roque d'Anthéron. In 1981 richtte hij het festival, dat het Mekka van de piano genoemd wordt, op en dit jaar organiseert hij het festival voor de 23e keer. ,,Bomen heb je overal, maar op deze, enigszins verwilderde plek zorgen ze voor een bijzondere atmosfeer. Onder deze platanen kun je ontspannen, hier voel je je thuis. Dat merken de pianisten, dat merkt het publiek.''

La Roque d'Anthéron is een pareltje onder de festivals. Het is verbazingwekkend hoeveel grote namen Martin vanaf het eerste uur naar dit kleine Provençaalse plaatsje, twintig kilometer ten noorden van Aix-en-Provence, wist te trekken. Het eerste jaar was het meteen raak met mensen als Martha Argerich, Kristian Zimerman, Yoeri Egorov en Stephen Bishop-Kovachevich. Slatoslav Richter, Györgi Sebök en Rudolf Firkusny, grootheden uit het recente verleden, hebben hier de afgelopen jaren gespeeld, Jorge Bolet gaf er een masterclass. Ook de hedendaagse pianotop komt. Dit jaar bijvoorbeeld Mikhaïl Pletnev, Nelson Freire, Piotr Anderszewski, Arcadi Volodos, Nicolaï Lugansky, Lars Vogt, Kissin, Grigory Sokolov. In La Roque zijn ook veel pianisten doorgebroken. Lugansky en Nicolas Angelich zijn de bekendste. Dit jaar worden we gewezen op Dan Grigore, Irene Russo en Olivier Peyrebrune. Namen om te onthouden, want de leiding van het festival heeft een neus voor pianotalent.

Zo klein als het dorpje is (nog geen vijfduizend inwoners), zo groot is zijn festival. De negentig concerten in vijf weken tijd en hun tienduizenden bezoekers zetten La Roque volledig op zijn kop. Hotels en café's danken er hun bestaan aan. Het park in het hart van het dorpje is in bezit genomen door de festivalorganisatie. De open plek bij de vijver is gevuld met een podium en een tribune voor vijfhonderd mensen. Op de lanen staan stands met cd's, muziekboeken en eten en drinken voor de festivalgangers. Tractors met aanhanger rijden af en aan om de twaalf vleugels te vervoeren. In de schaduw van de immense platanen mengen pianisten, bezoekers en leden van de organisatie zich als in een grote familie door elkaar.

De inwoners van het dorpje zijn trots op hun festival en voelen zich betrokken. Dat geldt in de eerste plaats voor de 83-jarige burgemeester en medeoprichter van het festival Paul Onoratini, die bij elk concert op de eerste rij te vinden is. Hij is de eigenaar van het kasteel en het park en eigenlijk van vrijwel het hele dorp. Want de helft van de inwoners van La Roque d'Anthéron werkt bij één van zijn bedrijven. Met de allure van een De Gaulle onderhoudt hij zich met de pianisten.

De andere inwoners van het dorp vervullen een bescheidener rol. Velen van hen werken als vrijwilliger: als kaartjesknipper, als chauffeur voor artiesten en voor bezoekers die slecht ter been zijn, als sjouwer of als manusje-van-alles op het festivalterrein. Een oudere vrouw loopt met een plastic tasje van de Casino naar de kleedkamer van de pianisten. Uit het tasje komen allerlei nootjes, waarmee ze een schaal vult voor Abdel Rahman El Bacha, die 's avonds komt spelen. Grote kans dat die twee elkaar kennen, want beiden doen al jaren mee aan het festival.

Niet iedere vrijwilliger is zo nuttig bezig. De 150 vrijwilligers (er zijn geen betaalde krachten, wat meteen verklaart waarom dit festival geen last heeft van de stakingen onder Franse theatertechnici) bestaan voor de helft uit ouderen uit het dorp en voor de andere helft uit jongeren die 'iets' willen worden in de pianowereld. Veel jongens die wachten tot ze weer kunnen sjouwen met tafels, stoelen en piano's, hangen rond in de schaduw van de platanen. Meisjes prutsen op de burelen achter computers. Er zit weinig schot in door de hitte. Alleen René Martin, de artistiek directeur, is gehaast. Een uur te laat voor zijn afspraak komt hij op zijn vélo aangescheurd. ,,Excusez-moi, druk, druk, druk.''

Martin is waarschijnlijk meer dan de bomen het geheim achter het succes van het festival. Concerten in de open lucht zijn er genoeg, zeker in dit deel van Frankrijk. Maar waarom verzamelen de groten der aarde zich uitgerekend onder deze bomen? Martin is organisator van veel festivals in Frankrijk en Spanje (onder andere Nantes, Tours, Bilbao, Barcelona) en heeft daardoor uitstekende connecties in de muziekwereld. Toen hij 23 jaar geleden door burgemeester Onoratini gevraagd werd een festival in het park te organiseren, was hij stagiair bij het grote festival in Aix-en-Provence. Hoewel hij amper budget tot zijn beschikking had, kwamen de pianisten met wie hij een goede relatie had, voor de man met de vriendelijke ogen en het oneindige enthousiasme naar het park. Drieëntwintig jaar later is het niet veel anders.

Het festival beschikt over drie miljoen euro, de helft van subsidie en sponsors, de andere helft inkomsten uit kaartverkoop. Dat daarmee zo'n omvangrijk en indrukwekkend arsenaal aan pianisten uitgenodigd kan worden, komt doordat ze voor een vriendenprijsje komen. Martin nodigt altijd jong pianotalent uit, maar dertig tot veertig procent van de pianisten behoort tot de elite van de pianowereld en komt elk jaar terug.

,,De pianisten komen vanwege het goede contact met René,'' zegt Marie Cecile Rouillon, de vaste assistent van Martin. ,,Ze vertrouwen hem. Hij staat gedurende het hele jaar met hen in contact. Zo worden tussen de bedrijven door de plannen gesmeed voor de komende jaargangen van het festival.''

Martin geeft de eer aan de plek. ,,De bomen, de innerlijke rust die de natuur je hier geeft, is het belangrijkste. Iedereen wordt eenvoudig in de natuur. Dat beïnvloedt de manier van spelen. Uit respect voor de natuur stelt een musicus zich bescheidener op. Hij wordt uitgedaagd om op een andere manier muziek te maken en te communiceren. Dat is niet eenvoudig, je bent gedwongen iets nieuws te bedenken. Pianisten willen die confrontatie graag aan, maar zijn er ook een beetje onzeker over. Daarom ben ik altijd bezig ze gerust te stellen en steek ik veel tijd in hun begeleiding. We gaan na afloop van een concert eten met een grote groep. Dat is altijd heel gezellig. Kissin ging gisteren pas om vier uur naar bed. Na zoveel jaren kennen de pianisten veel mensen van de organisatie. We zijn één grote familie. Ze voelen zich hier thuis.''

In de loop van de tijd is het aantal locaties uitgebreid. Behalve in het Parc du chateau de Florans zijn er concerten in de l'Abbaye de Silvacane, in een steengroeve in het plaatsje Rognes, aan de rand van het ütang des Aulnes en in twee zalen in de buurt. Want niet iedere pianist heeft zin in de strijd met de natuur. De oude Rus Sokolov bijvoorbeeld speelt alleen binnen.

De opgave die Abdel Rahman el Bacha zichzelf op verzoek van Martin heeft gegeven, is wel heel bijzonder. Niet alleen neemt hij het in de abdij op tegen de krekels, de vogels en de laag overvliegende vleermuizen, ook heeft hij het op zich genomen op alle pianowerken van Chopin te spelen in vijf avonden. Hiervoor heeft hij vijftien uur muziek ingestudeerd, uit het hoofd. Het publiek krijgt iedere avond drie maal een uur muziek voorgeschoteld. De eerste avond in de abdij, waarop de jeugdwerken van Chopin klinken, brengt niet de magie die was verwacht. Het spektakel begint om half zeven en dat is in de bloedhete Provence een te vroeg tijdstip voor contemplatie. Hoe donkerder het wordt, hoe intiemer de sfeer.

De avond daarna in de steengroeve van Rognes duurt van acht uur tot half een. Onder de blote hemel heeft de muziek de neiging snel te vervliegen. De luisteraars moeten zich concentreren om de nocturnes en mazurka's tot zich te nemen. Maar deze keer werkt het wel. El Bacha is een fijnzinnig pianist, die kleine juweeltjes slijpt. Hij worstelt met zijn concentratie als in de verte een hond blaft. Drie keer ruim een uur spelen vergt kracht en uithoudingsvermogen. Hij slaat zich er formidabel doorheen.

Daarna komt misschien wel de grootste opgave. Hij moet zich dwars door het publiek naar zijn kleedkamer begeven, een tocht van vijftig meter. De verlegen man wordt toegejuicht als een koningin tot hij uit het zicht is verdwenen.

De integrale Chopin heeft dit jaar gezelschap van de integrale Beethovensonates en de integrale Mozartsonates. Martin jast in één aflevering het halve repertoire uit de klassieke Weense periode erdoor heen. Er blijft genoeg over, glimlacht hij. ,,Alle werken van een componist ondergaan - zijn hele ontwikkeling volgen - vind ik een avontuur. Het is te vergelijken met een trektocht van meerdere dagen. Dat is ook een heel andere ervaring dan een wandeling van een dag. Je leert een componist op een heel andere manier kennen. In de zomer hebben mensen daar tijd voor. Een vakantie schept de gelegenheid je intens te verdiepen in een oeuvre. Gebruiken niet veel mensen de vakantie om de hele 'A la Recherche du temps perdu' van Proust te lezen? Of alle Dostojevski's? Een festival moet iets bijzonders bieden. Zo'n integrale is dat voor mij.''

Voor het Franse publiek is het ook een hele belevenis om getrakteerd te worden op een hele avond twintigste-eeuwse muziek. Hoewel het overgrote deel van het programma traditioneel romantisch is, heeft Martin bewust ruimte gemaakt voor jazz, een hobby van hem, en voor avondvullende programma's met werken van moderne componisten als George Crumb, André Jolivet, Charles Ives en Olivier Messiaen. Van hem wordt de complete 'Catalogue d'Oiseaux' gespeeld. Dit is letterlijk een catalogus van vogelgeluiden, die Messiaen heeft geprobeerd te vangen in pianoklanken. Een interessante confrontatie van muziek en natuur. Hoe zullen de vogels in het park daar op reageren?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden