Pianisten zetten de toon op North Sea Jazz

Erikah Badu ( ANP) Beeld
Erikah Badu ( ANP)

Veel bezoekers benutten de kans om nog een keer de helden van de jazzgeschiedenis te zien op een druk bezocht festival.

North Sea Jazz kende dit jaar de drukst bezochte editie sinds het festival van het krappe Haagse Congrescentrum naar het ruime Rotterdamse Ahoy verhuisde en was nagenoeg uitverkocht. Was er nogal eens kritiek op een te groot aandeel pop, soul en singer-songwriters, dit jaar was het de jazz die in al zijn facetten het programma domineerde. Met weer vooral Amerikaanse goden. De Europese helden, twee jaar terug nog ruim vertegenwoordigd, waren dit jaar marginaal aanwezig, al stond daar wel een breed Nederlands programma tegenover. Ook was er speciale aandacht voor de actuele improvisatie- en clubjazzscene uit Japan. Het was tevens het festival van de laatste kans om de nu nog vitale, vleesgeworden jazzgeschiedenis mee te maken: Cecil Taylor 80, Lee Konitz 82 (wegens ziekte afgezegd), Toots 87, Hank Jones 90 en muzakmeester Burt Bacharach en blueslegende BB King, respectievelijk 81 en 84 lentes jong.

De liefhebbers van de piano in de jazz kwamen ruimschoots aan hun trekken: van McCoy Tyner tot Wolfert Brederode, van Cecil Taylor tot Burt Bacharach. De innovatieve pianist Stefano Bollani werd zeer terecht gekozen tot winnaar van de Paul Acket Award ’Artist deserving wider recognition’. De Italiaan die bij de meesten bekend is van zijn samenwerking met trompettist Enrico Rava, speelde met zijn kwintet I Visionari een fris en uitdagend concert vol humor en Italiaanse lyriek. Na een jaar balanceren op het randje van de dood was Fred Hersch weer helemaal terug als de man met de ’vocale’ rechterhand in onder meer een duoconcert met de leading lady van de geïmproviseerde zangkunst Norma Winstone.

Geri Allen stoomde met het allstar-kwartet van altiste Tineke Postma in een bloedhete feesttent. En in een ’trip down memory lane’ liet Hank Jones het ene na het andere bekende deuntje vanonder zijn nog lenige vingers ontsnappen. Het was genieten van de elegante speelstijl van de ’dedicated man’, de ultieme begeleider die nu zelf aan de beurt was het publiek uit zijn hand te laten eten, al daalde die wat weeïg op de toetsen neer. „I hope you’ll find it acceptable, otherwise you can run me out of town”, grapte hij.

Wanneer hoor je een harp op de jazzpodia? Zeena Parkins combineerde de elektrische en akoestische variant in een tenenkrommende poging tot klankschildering, gevolgd door de Noorse feeërieke verschijning Iro Haarla die, ondanks bijval van de illustere ECM-saxofonist Trygve Seim, geen moment kon boeien met haar introspectieve landschapsmuziek. Zoals verwacht was het de aanstekelijke ritmische virtuositeit van Edmar Castaneda die met zijn Colombiaanse versie van de barokharp het instrument echt integreerde in het jazzidioom.

Met John Zorn, de New Yorkse altist, componist en avant-gardistische eclecticus, had de organisatie de tot op heden misschien wel interessantste huisartiest naar de Maasstad gehaald. Bij een breed publiek bekend noch geliefd vanwege zijn niet altijd even toegankelijke muziek, koos de mede-instigator en motor van de moderne New Yorkse downtown-scene hier echter vooral voor gemakkelijk in het gehoor liggend repertoire.

Als dirigent van The Dreamers zat Zorn in zijn gebruikelijke camouflagebroek ontspannen en vet grijnzend op een stoeltje aanwijzingen te geven. Uitgesponnen stukken met ruige gitaarsolo’s (Marc Ribot), een suizend orgel (Jamie Saft) en een met innovatieve breaks, continue heftig de beat omspelende Joey Baron op drums, wisselden contrastrijk met uitermate relaxte pauzemuziekjes, waarin de klankcombinatie van hammondorgel en vibrafoon (Kenny Wollesen) alles een mellow effect meegaf. Sterke ’liedjes’, ultrakorte instrumentale hitjes. Later op de avond toonde Zorn zich met dik aangezette dramatiek, vuige en hysterisch gillende solo’s de onnavolgbare alleskunner op de altsax in zijn Masada Sextet. De aan Oost-Europese en sefardisch Joodse melodieën ontleende thema’s lagen prettig in het gehoor en het concert was ronduit bezwerend.

Ook de muziek van Zorns Bar Kokhba-project, met onder meer cellist Eric Friedlander en violist Mark Feldman gleed soepel naar binnen, maar was voorspelbaar (thema – solo – thema) en saai. Zorn zou Zorn niet zijn zonder zijn toorn te tonen. Met bassist Bill Laswell en drummer Milford Graves trok hij knoertharde geluidsmuren op die verwezen naar de death metal punk van zijn vroegere bands Painkiller en Naked City. Het lukte het enfant terrible, dat erom bekend staat zijn publiek muzikaal te intimideren, niet te shockkeren, want zelfs deze volstrekt ontoegankelijke set was te voorspelbaar.

In de belendende megazaal Nile liet Erykah Badu met een statisch en ingeblikt klinkende band horen dat haar nu-soul nu echt wel tot het verleden behoort. Even verderop speelde Amos Lee met slimme hoekige liedjes vol haken en een krachtige soulstem een geweldig concert voor de vreemd genoeg nog niet half gevulde tweede zaal. De Belgische zangeres met gitaar Selah Sue stond daarentegen op een te klein podium geprogrammeerd. Het was dringen bij deze ster in de dop, die een platendeal met Universal weigerde om niet te commercieel te worden. Des te merkwaardiger dat ze haar mooie, krachtige stem verborg achter een imitatie van Amy Winehouse.

Avontuur en experiment was te vinden bij jazzprofessor Wynton Marsalis die flamencopianist Chano Dominguez ontmoette om de improvisatierelatie tussen jazz en flamenco te onderzoeken. En bij vertolkster van de hedendaagse fado Mariza die bijval kreeg van de Cubaanse pianist Chucho Valdés en multi-instrumentalist en zanger Tito Paris uit Kaap Verdië. De crossoverliefhebber die geen behoefte had extra te betalen voor deze ’plusconcerten’ kon zich tegoed doen aan een over verschillende zalen verdeeld programma waarin de grenzen tussen klassiek en jazz werden afgetast, waarbij gelukkig niemand teruggreep op de pretentieuze Third Stream-beweging van midden vorige eeuw. De improvisaties tussen maestro van de klassieke afbraak en improvisatorische wederopbouw Uri Caine en Paolo Fresu op trompet en bugel waren meesterlijk, maar de inbreng van een duidelijk vanuit een vooropgesteld plan spelend strijkkwartet maakte er bijna een easylisteninggebeuren van.

Klapstuk van de versmelting tussen de wereld van de partituren en de improvisatie stond zondag op het (plus)programma. De in klassieke kringen populaire concertpianist Lang Lang mocht zijn bedrevenheid bewijzen met jazzidioom in een optreden met North Sea Jazz-ankerman Herbie Hancock. Het ontmoetingspunt lag bij de klassieke muziek, bij onder meer Gershwins Rhapsody in Blue. Braaf van papier gespeeld door de Neue Philharmonie Westfalen onder leiding van John Axelrod, lardeerden de klavierleeuwen het vanuit een jazzy invalshoek geconcipieerde stuk elk vanachter hun eigen vleugel met geïmproviseerde duetten. Lang Lang bleek best aardig te kunnen improviseren. Hancock wist zich daarbij soepel te voegen in het klassieke idioom. Het werd een geanimeerde ontmoeting die nergens echt diep ging. Voor een ware organische versmelting tussen beide genres moest je naar het Starvinsky Orkestar, geleid door een van ’s lands origineelste componerende pianisten Martin Fondse. Verrassend programmatische muziek, mooi transparant uitgevoerd, verleidelijk en confronterend en niet gespeend van typische Fondse-humor.

Het aanbod op het festival was redelijk goed gedoseerd met voldoende kwaliteits- en risicozoekende jazz. Ook de verhouding tussen ruimte in de zalen en een goede akoestiek is inmiddels prima in evenwicht. Maar de vierendertigste editie van het festival behoort niet tot de meest memorabele en ontbeerde echte revelaties.

Burt Bacharach achter de piano. (Trouw) Beeld
Burt Bacharach achter de piano. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden