’Pianisten als helden van onze tijd zien’

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Marcel Baudet leidt alweer tien jaar de Young Pianist Foundation. „Het gaat eindelijk goed met de Nederlandse pianisten.”

Klassieke pianisten in het ’NOS Achtuurjournaal’: een zeldzaamheid. Maar het wás ook een opmerkelijke gebeurtenis. De Nederlandse pianobroertjes Arthur en Lucas Jussen, 13 en 17 jaar, waren in maart de eerste Nederlandse musici die een contract kregen aangeboden van de klassieke platenmaatschappij Deutsche Grammophon.

Eveneens recent pianonieuws is dat sinds vele jaren een Nederlander, Hannes Minnaar, is toegelaten tot het Brusselse Koningin Elisabeth Concours. Deze zelfde Hannes won in 2008 de tweede prijs op het internationale pianoconcours van Genève. In dat jaar werd de 15-jarige Mark Kalse eerste in het Skrjabin-concours te Parijs.

„Ja, het gaat eindelijk goed met de Nederlandse pianisten”, zegt Marcel Baudet. Hij is oprichter en artistiek directeur van de Young Pianist Foundation (YPF), een stichting die zich inzet voor de begeleiding van jonge pianotalenten in ons land. De meest in het oog springende activiteit van de YPF is het driejaarlijkse Nationaal Pianoconcours. Volgende week start in Amsterdam de vierde editie. Dan wordt tevens gevierd dat de YPF tien jaar bestaat. „De grote Russische pianist Evgeni Kissin komt speciaal naar Amsterdam om de Youri Egorov Gold Medal aan de winnaar uit te reiken.”

De recente successen van jonge, Nederlandse pianisten staan in contrast tot de langdurige radiostilte die er was nadat Rian de Waal in 1983 een finaleplaats wist te bemachtigen op het Koningin Elisabeth Concours.

Is Nederland zo’n armoedig muziekland? Dat lijkt niet het geval te zijn, want op vioolgebied doet het wél goed mee: Janine Jansen behoort inmiddels tot de wereldtop. Marcel Baudet: „Ons land heeft al lange tijd een viooltraditie, met het Oskar Backconcours, het Davina van Wély Vioolconcours, de Jordens Viooldagen en de aanwezigheid van docenten die zich gespecialiseerd hebben in het lesgeven aan jonge kinderen, zoals Coosje Wijzenbeek. Bij de piano is dat niet het geval. Hoewel we uitstekende leraren hebben, is er nooit een Nederlandse pianoschool geweest.”

Totaal anders is dat bijvoorbeeld in de voormalige Sovjet-Unie. Niet voor niets domineren Russen nog steeds op internationale pianoconcoursen. Ook het YPF-concours werd de eerste twee edities gewonnen door pianisten die hun eerste opleiding in voormalige Sovjetrepublieken hadden gehad. Baudet: „In Rusland bestaat al vele jaren een onderwijssysteem, waarin de getalenteerde kinderen intensief worden getraind op speciale muziekscholen, meerdere uren per week en volgens een methodiek die overal hetzelfde is. De infrastructuur van het muziekonderwijs is er op gericht om het talent te scouten en te zorgen dat de besten op de twee topinstituten belanden: het Tsjaikowski Conservatorium en de Gnessin Academie in Moskou. Vervolgens worden die afgestudeerde pianisten gedetacheerd als docent in de provincie, waar zij vanaf de onderbouw de traditie weer doorgeven.”

Baudet stelt dat die cirkelgang in Nederland ontbreekt. „Op zich leveren ook de Nederlandse conservatoria goede pianisten af, maar het verbaast me dat we daar zo weinig van terugzien in de vorm van door hen goed opgeleide leerlingen. Het is toch tekenend dat het vrijwel nooit voorkomt dat een muziekschoolleerling op het conservatorium kan worden toegelaten!”

Baudet wil de muziekscholen niet in een kwaad daglicht stellen. „Vanaf de jaren ’70 bepaalde de overheid dat het allemaal gezelliger en goedkoper moest, onder meer door het invoeren van groepslessen, wat niet werkt om goed piano te leren spelen. Een ander probleem is dat in Nederland de professionele training veel te laat begint. Kostbare conservatoriumjaren verliezen we aan het aanleren van basistechniek en -kennis, die de studenten al ruim voor hun achttiende hadden moeten opdoen.”

Baudet heeft zelf piano in Groningen gestudeerd. Hij wilde geen concertpianist worden. Zijn focus was vooral gericht op het lesgeven. „Nee, dat deed ik zeker niet uit desillusie over een gemankeerde pianistenloopbaan. Ik kom uit een onderwijsfamilie en in het lesgeven ligt mijn hart.” Van meet af aan heeft Baudet initiatieven genomen ter bevordering van een betere scholing en begeleiding van het jonge pianotalent. Als pianodocent aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag stond hij aan de wieg van de huidige School voor Jong Talent, een gecombineerde vwo- en muziekvooropleiding. Tevens ontwikkelde hij daar het zogeheten PIPO-project, een speciale muziekopleiding voor zeer jonge, begaafde kinderen. Baudet combineert zijn conservatoriumbanen in Den Haag en Amsterdam met een docentschap aan de Yehudi Menuhin School in Engeland. „Dat is een muziekschool voor kinderen van acht tot negentien. Ze zijn daar intern en worden individueel begeleid. Ze krijgen naast de algemene schoolvakken een brede muziekopleiding. Op het rooster staat tenminste drie uur studeren per dag. Was er in Nederland maar tenminste één zo’n muziekinternaat!”

Omdat daar bij de overheid vooralsnog weinig draagvlak voor lijkt te bestaan en de conservatoria hun eigen problemen en belangen hebben, besloot Baudet dat een particulier initiatief nodig was om het jonge pianotalent structureel te helpen. Daartoe richtte hij in 1999 de YPF op. „Nee, het was niet primair mijn doel een concoursorganisatie op te zetten. We zijn begonnen met masterclasses en uitwisselingsconcerten. Om het jonge talent in het vizier te krijgen is een concours echter het beste instrument. Het vormt een ijkpunt waar zowel de jonge pianisten als hun docenten hun positie kunnen bepalen. We kenden natuurlijk al het Prinses Christina Concours en het concours van de Stichting Jong Muziektalent Nederland, maar die bevinden zich op een duidelijk lager plan en zijn niet exclusief voor pianisten, zoals het YPF Pianoconcours. Wij hebben een negenkoppige, internationaal samengestelde jury en vragen een zwaar speelprogramma, inclusief een romantisch concert.”

Baudet onderkent de gevaren van concoursen en vindt dat die alleen maar bestaansrecht hebben als ze de deelnemers in hun ontwikkeling helpen. „Onze wedstrijd heeft primair een pedagogische functie. Het te spelen programma moet aansluiten bij de onderwijskundige opbouw. Het is van het grootste belang dat het concours niet eindigt bij de geldprijs. Juist daarna gebeurt het: we bieden de winnaars masterclasses aan bij internationale toppianisten zoals Emanuel Ax, Jerome Rose, Pascal Devoyon en Igor Roma. Tevens helpen we de laureaten om hun professionele carrière op de rails te krijgen. We moeten daarbij onder ogen zien dat we in een commerciële wereld leven waarin promotie alles is. Daarom produceren we cd’s van de winnaars die in veertig landen op de markt worden gebracht.”

De YPF kent geen overheidssubsidie en wordt gefinancierd door sponsors, fondsen en vrienden. Geld blijft een voortdurende zorg voor Baudet, zeker nu. „Kijk eens wat een aandacht en geld er naar de sport gaat. De jonge pianisten verdienen dezelfde belangstelling. Ik wil hen als de helden van onze tijd zien te positioneren, want dat zijn ze!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden