Review

Pianist Nikolai Luganski speelt eerlijk en virtuoos

In 1990 maakte het toen 17-jarige Russische pianowonder Nikolai Luganski een opzienbarend Nederlands debuut als invaller voor Maria João Pires. Nadien heeft hij enkele malen hier gespeeld. Toch is het in ons land -in het licht van Luganski's grote, internationale carrière- relatief stil rond hem gebleven.

Zondag speelde hij weer eens in de grote zaal van het Concertgebouw, opnieuw als invaller. Dit keer van de ernstig zieke pianoveteraan Aldo Ciccolini. Nog steeds bleek Luganski over dezelfde enorme technische gaven te beschikken als bij zijn debuut. Het fijne van deze pianist is dat hij geen show maakt van zijn virtuositeit, maar dat hij open en eerlijk musiceert.

Zoals de meeste leerlingen van zijn docente Tatjana Nikolajeva heeft hij een zeer krachtige aanslag. Dat is in die vijftien jaar niet gewijzigd, wel heeft Luganski gewonnen aan raffinement en verdieping. Daarvan getuigde vooral zijn imponerende uitvoering van Beethovens 'Der Sturm'-sonate. Hij opende dit werk heel spannend, met hevige stormmomenten naast verstilde recitatieven. Dit alles in scherpe, beethoveniaanse contouren. In het derde deel (Allegretto) wist hij de storm van het eerste deel en de grafstemming van het Adagio fraai tot rust te brengen.

De rest van het programma was gewijd aan Russische muziek. Van Alexander Skrjabin speelde hij acht Preludes uit opus 8. Dit zijn stuk voor stuk hoogromantische, concertante miniaturen die zeer hoge eisen aan de pianist stellen. Luganski had er technisch geen enkele moeite ermee. Vaak wist hij tot fraaie klankresultaten te komen. Bij kenners echter zullen de qua spanning en kleurenpracht onovertroffen vertolkingen van Horowitz nog te veel in de oren geklonken hebben om ten volle van Luganski's uitvoering te kunnen genieten. Nadelig was zijn te overvloedige pedaalgebruik, waardoor de klank in ieder geval achter in de zaal vaak dichtslibde.

Met de 'Morceaux de fantaisie' en de 'Etudes-Tableaux' van Sergei Rachmaninov bleek Luganski meer affiniteit te hebben. In Rachmaninov was zijn dynamische expressie aanzienlijk fantasierijker en geprononceerder. Ook was zijn algehele speelstijl vrijer, kleurrijker en muzikantesker. Vooral de mijmeringen van de derde Etude-Tableau en natuurlijk het pandemonium van de laatste waren indrukwekkend.

Toegiften waren achtereenvolgens de weldadig rank gespeelde Arabesque nr. 1 van Debussy, de Etude opus 10 nr. 8 van Chopin en de Prelude opus 23 nr. 5 van Rachmaninov. Na deze overrompelend gespeelde mars kreeg het enthousiaste publiek als zalfje voor oren en ziel het overbekende 'Jesu joy of men's desiring' van Bach, bewerkt door Myra Hess.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden