Review

Pianist Gianluca Cascioli heeft lak aan conventies

Zondagavond debuteerde de pianist Gianluca Cascioli met een recital in de Grote Zaal van het Concertgebouw. De 20-jarige Italiaan is nog student van Franco Scala aan diens befaamde Accademia Pianistica Incontri col Maestro te Imola. Bij Scala studeerden ook Cascioli's landgenoten Enrico Pace en Igor Roma, die beiden groot succes hadden in Nederland.

Al in de eerste tonen van Beethovens Sonate opus 10 nr 3 toonde Cascioli dat ook hij zo'n opmerkelijk product is uit die wonderbaarlijke Italiaanse pianistenfabriek. Hij lijkt wel een nieuwe Glenn Gould. Evenals deze excentrieke Canadees heeft hij lak aan conventies en in zekere zin ook aan zijn publiek. Hij lijkt voornamelijk voor zichzelf te spelen, en zoekt programma's uit die niet aan grote massa's besteed zijn.

Cascioli bracht zondag een programma dat op zich interessant was, maar dat qua dramatische werking tekortschoot. Dat kwam doordat na de pauze de werken van Debussy, Messiaen en Boulez allemaal iets fragmentarisch hadden en een echt hoogtepunt ontbrak. Ook voor de pauze was er onvoldoende sprake van een stijgende spanningsboog met de donkere vier Ballades opus 10 van Brahms als afsluiting. Deze stukken klonken wel heel erg introvert en omfloerst. Dat lag minder aan de componist dan aan Cascioli, die leek te denken dat Brahms een impressionist was. Te weinig hield hij de verhaallijn vast en teveel schiep hij behagen in zijn overigens opmerkelijk vermogen fluisterzacht te spelen. Zulk spel riep gemengde reacties bij het publiek op. Zelden hoorde ik zoveel achtergrondruis van krakende stoelen en schrapende stembanden. Een andere stoorzender was te bizar om hier onvermeld te laten: tijdens de zachtste passages meende iemand van de technische dienst van het Concertgebouw in de zoldering timmerwerkzaamheden te moeten gaan uitvoeren.

In de Sonate opus 2 nr. 3 van Beethoven waren er talrijke, in klankmatig opzicht bijzondere momenten. Soms klonk de Steinway helemaal niet meer als een moderne piano, maar als een harp of een fortepiano, bijvoorbeeld in de gebroken akkoorden van het Adagio. Tegenover en vaak pal naast die verstilde klanken stonden momenten van een scherpe, bikkelharde toon. Beethovens is een componist van uitersten. Die contrasten waren dus zeker niet misplaatst. Toch noteerde ik: hopelijk gaat Cascioli als hij wat ouder is inzien dat hij veel minder hoeft te doen om meer te bereiken. Voorwaarde is dan dat hij meer op structuur en eenheid van tempo gaat letten en zijn maniertjes laat varen. Dan gaat Beethovens muziek meer uit zichzelf spreken.

De Franse werken na de pauze waren minder controversieel. In Debussy's 'Images' (boek II) was een grote variëteit van betoverende mezzotinten te horen. Sterk waren ook twee delen uit Messiaens 'Catalogue d'oiseaux' en 'Notations' van Pierre Boulez. Evenals zijn oudere landgenoot Maurizio Pollini is Cascioli met zijn rijke toucher, zijn schijnbaar onbegrensde technische kunnen en zijn grote liefde voor nieuwere muziek een ideaal pleitbezorger voor dit nog altijd weinig gespeelde repertoire.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden