Pianist Alexander Gavrylyuk is de ontdekking van het jaar

Geen van de jonge pianisten die afgelopen jaren debuteerden in de Meesterpianistenserie, maakte zo’n onuitwisbare indruk als zondag de 24-jarige Alexander Gavrylyuk. Sinds hij het Horowitz Concours, het Yamaha Concours en het Arthur Rubinstein Concours won, geniet de Oekraïner internationaal grote faam.

Gavrylyuk bleek zo natuurlijk, sympathiek en bescheiden te musiceren, dat zijn onwaarschijnlijk gave techniek, welke die van Volodos en Lang Lang lijkt te evenaren, slechts een vehikel bleek om de muziek te laten spreken. Kenmerkend is dat de virtuoos Gavrylyuk niet schroomde met de Sonate KV 576 van Mozart in alle rust en eenvoud te beginnen. Hoeveel klavierleeuwen die schitteren in Liszt en Rachmaninov, vallen niet door de mand in de technisch simpele maar muzikaal lastige Mozart-sonates? Niet Gavrylyuk. Hij speelde de snelle hoekdelen relatief langzaam, helder en evenwichtig en met werkelijk begrip. Verfijning en muzikale diepte kenmerkten zijn vertolking van het adagio en bewezen zijn muzikale wasdom.

De technische moeilijkheden die Brahms in zijn ’Paganinivariaties’ stopte, leken kinderspel voor Gavrylyuk. Zelden hoorde ik het zo helder, licht en kleurrijk, met warme expressie in de langzame variaties.

Omstreeks 1900 maakte Busoni transcripties van de orgelwerken van Bach. Dat leverde zeer complexe stukken op, waarin Busoni de orgelklank naar de piano transplanteerde. Let wel: de klank van orgels uit het begin van de twintigste eeuw. Het grote verschil in esthetiek tussen bewerker en componist is dat Busoni meer dynamische lagen en kleuren aanbracht, dan Bach dat gewend was. Dankzij zijn rijkgeschakeerde toucher wist Gavrylyuk in Bach/Busoni’s Toccata en Fuga in d die laatromantische ’orgelregistraties’ met veel verve neer te zetten, in een speelwijze, geënt op de tradities van de vroege twintigste eeuw.

Zijn surplus aan techniek zette Gavrylyuk ten slotte in voor de Tweede sonate van Rachmaninov. Hij schiep er een indrukwekkend bouwwerk van met grote contrasten.

Dat Gavrylyuk zich verwant voelt aan de laatromantische grootmeesters van de ’Golden Age’, zoals Rachmaninov en Horowitz, bleek uit zijn keuze van de toegiften. Naast fluwelige klanken in Skrjabin en Rachmaninov was groot spektakel te horen in Cziffra’s bewerking van Rimsky-Korsakovs ’Flight of the Bumblebee’. Alle stoppen sloegen bij het publiek door in Mendelssohns Bruidsmars, gespeeld in de bewerking van Liszt die door Horowitz nog eens extra geraffineerd is gemaakt. Gavrylyuk lijkt de piano-ontdekking van het jaar, ook al is dat pas net begonnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden