Phindile Sithole-Spong 'Ja, tuurlijk heb ik seks, en die seks is heerlijk'

Op hiv en aids rust bij de Zuid-Afrikaanse bevolking nog altijd een taboe. De seropositieve studente Phindile Sithole-Spong probeert het stigma te doorbreken. Door volledig open te zijn over haar ziekte.

JOHANNESBURG - De Zuid-Afrikaanse Phindile Sithole-Spong (23) werd drie jaar geleden door haar universiteit in Kaapstad gevraagd een toespraak te houden voor medestudenten over het feit dat zij seropositief is. Ze stemde toe. Al wisten op dat moment slechts een paar vrienden van haar hiv-infectie. Sterker nog, ze wist het zelf pas twaalf maanden. Negentien jaar had ze rondgelopen met het virus zonder het te weten. Pas toen ze hoorde dat ze seropositief was, begreep ze waaraan haar moeder elf jaar eerder was overleden. Phindile bleek met hiv geboren.

De aula stroomde vol. De universiteit had de themamiddag op de campus aangekondigd - een positief initiatief in een land waar nog altijd onder grote delen van de bevolking een taboe rust op de ziekte. Phindile was zenuwachtig. Opeens hoorde ze een meisje in de zaal op onverschillige toon tegen een ander zeggen: "Waarom we hier zijn? Och, een of ander meisje gaat vertellen dat ze aids heeft." Het was de druppel. Phindile stormde naar de microfoon en schreeuwde: "Dat meisje is seropositief. Dat is iets anders dan aids hebben. Ze heeft al aids gehad! En ik heb trouwens gehoord dat ze een behoorlijk lekker ding is. Dat kun jij niet zeggen... Maar oh, wacht even, dat meisje, dat ben ik!"

Ze lacht. "Dat was wat arrogant en dramatisch." Maar het was wel Phindile's definitieve coming out. Nooit zou ze haar seropositiviteit meer voor iemand verborgen houden. Ze schaamde zich niet langer. Ruim een jaar had ze het er moeilijk mee gehad, had zij zich soms zelfs vies gevoeld. Dat nooit meer. Ze hield haar toespraak, schreef voor de Zuid-Afrikaanse Elle een ongekend openhartig artikel over hoe zij met haar vrouwelijkheid omging nu ze wist dat ze seropositief was, won daarmee een prestigieuze journalistieke prijs en ontving vervolgens dagelijks honderden e-mails van lotgenoten die de openheid zelf nog niet aandurfden.

Haar impulsieve uitbarsting op de universiteit klinkt als een sterk verhaal. Maar wie Phindile ontmoet, gelooft het meteen. De krachtige ogen, de lach in haar stem, de ontwapende wijze waarop ze spreekt. In niets lijkt zij op 'het aidspatiëntje' dat velen wellicht verwachten. Volle vrouwelijke vormen heeft ze, niet het skelettenpostuur van de voorlichtingsposters. En flirten doet ze van nature.

Ze besloot volledig open te zijn over haar ziekte. Ze moest ook wel na haar spraakmakende artikel in Elle, ook in Zuid-Afrika een populair tijdschrift. Het taboe moest eindelijk eens doorbroken worden. Want al telt Zuid-Afrika de meeste hiv-geïnfecteerden ter wereld, voorlichting bereikt nog lang niet iedereen. Eind april stelde Jean Baxen, hoogleraar onderwijskunde aan de Rhodes Universiteit in het Zuid-Afrikaanse Grahamstown, bijvoorbeeld nog in de krant Mail & Guardian dat uit onderzoek blijkt dat de meeste leraren op middelbare scholen het woord 'seks' niet eens durven uitspreken. Laat staan dat zij leerlingen onderwijzen over de risico's van onveilige seks. Terwijl uit onderzoek in 2009 bleek dat 13,7 procent van de Zuid-Afrikaanse jongeren tussen de vijftien en negentien jaar besmet is met hiv.

Open zijn is niet altijd eenvoudig, merkte Phindile. "Je komt een hoop eikels tegen", vertelt ze. "Sommige mensen wilden niet langer bevriend met me zijn." Zelfs de familie van vaders zijde wilde niets meer met haar te maken hebben, nadat ze vertelde dat ze seropositief was. Haar vader - twee jaar na haar moeder overleden - had zijn ziekte altijd ontkend. "Al die afwijzingen doen pijn", zegt ze. "Maar ik heb het punt bereikt dat ik accepteer dat mensen mijn ziekte niet goed begrijpen."

Zelf begreep ze die ziekte ook nauwelijks, tot haar negentiende. "Ik ging naar een private school, woonde in een mooi huis met een liefhebbende adoptiefamilie. Zoals al mijn vrienden dacht ik dat hiv iets was wat alleen anderen trof. Niet mij."

Ze zou dat blijven denken tot de dag dat ze te horen kreeg dat ze niet alleen seropositief was, maar al aids had in een vergevorderd stadium. Het verklaarde een hoop. Ze had de jaren ervoor de deur platgelopen bij homeopathische artsen. Maar die namen nooit bloed af. Het bleek dat het virus haar immuunsysteem zo ver had afgebroken dat elke verkoudheid binnen drie dagen kon resulteren in longontsteking. Want dat doet aids: het verzwakt het lichamelijke verdedigingsmechanisme tegen ziektekiemen.

Ze kan zich niet meer herinneren hoe het gesprek met de dokter verliep. Ze huilde - dat weet ze nog. Maar verder? Ze was verdoofd. Letterlijk. Want ze moest meteen worden opgenomen. Twee maanden lang zat ze onder de morfine. Maar met behulp van de juiste medicijnen kwam ze er weer bovenop. Al zou ze de jaren erna nog wel tientallen keren worden opgenomen met allerlei aandoeningen. Haar immuunsysteem had tijd nodig om te herstellen. "Nu ben ik al een jaar alleen in het ziekenhuis geweest voor controle", zegt ze opgetogen. Maar het aidsvirus blijft in haar lijf, vandaar dat ze nog seropositief is.

Ze had een vriendje ten tijde van het slechte nieuws. Gelukkig was hij - in tegenstelling tot Phindile - christelijk. Hij wilde geen seks voor het huwelijk. Dat luchtte enigszins op. Het eerste jaar na het bericht moest ze niet aan seks denken. Doodsbang was ze dat ze iemand zou besmetten. "Dat blijft mijn grootste angst", verzucht ze. "Ik weet met mijn ziekte om te gaan, maar dat geldt niet voor iedereen in Zuid-Afrika."

Voor haar negentiende had ze nooit seks gehad. Toen Phindile eenmaal haar seksualiteit had hervonden, werd ze alsnog ontmaagd. Ze vertelt: "Mensen vragen mij vaak: heb jij nog seks? Dan zeg ik: ja, of course. Vervolgens vragen ze: is het met hiv nog wel leuk? En dan antwoord ik: uiteraard, het is heerlijk." Ze zat toen haar besmetting duidelijk werd bovendien midden in haar studietijd. Seks was overal. Met haar nieuwe vriendje kneep ze er tussen de college-uren soms even tussenuit. Dat deden veel andere studenten die niet seropositief waren ook. Dus waarom zij niet?

Niet dat het altijd zo makkelijk gaat. Ze is op dit moment vrijgezel. "Veel jongens haken af als ik vertel over mijn besmetting", zegt ze. "Het is ook lastig om een relatie te hebben met iemand die seropositief is. Het is ook voor een partner emotioneel zwaar. Ik ben vaker ziek. Je moet een sterke persoonlijkheid hebben om ermee om te kunnen gaan. Maar ik zie dat als een voordeel. Ik kan alleen relaties aangaan met sterke karakters. Dat is toch alleen maar prettig?"

Voordat ze seks met iemand heeft, praat Phindile met hem over haar seropositiviteit. Vaak brengt ze nieuwe vriendjes in contact met één van haar drie doktoren. "Dat neemt de stress weg", zegt ze. "En dat is belangrijk, want mét stress is seks natuurlijk niks."

En stress is er aanvankelijk. Want al is het besmettingsrisico met condooms nihil, een condoom kan scheuren. De angst van vriendjes neemt vaak af als Phindile's doktoren verzekeren dat PEP-kuren echt werken. PEP (Post Exposure Profylaxis) neemt de kans op besmetting bijna geheel weg als er binnen een paar uur na de seks mee wordt begonnen. "Mijn doktoren staan onder de sneltoetsen van mijn telefoon", benadrukt Phindile. En lachend voegt ze daaraan toe: "Mijn ervaring is dat als jongens opgewonden raken die wetenschap de laatste zenuwen als sneeuw voor de zon doet verdwijnen."

Gek genoeg haken de meeste jongens niet af als Phindile over haar seropositiviteit vertelt, maar pas na weken of een maand. Soms zelfs nadat er al seks is geweest. "Dan raken ze plotseling in paniek. Vooral doordat hun omgeving hun keer op keer vertelt hoe gevaarlijk het is." Dat snapt ze wel. "Je kunt moeilijk verwachten dat vrienden zeggen: Je hebt seks met iemand die seropositief is? Wat goed joh, ga daar vooral mee door." Ze beseft dat veel mensen de risico's niet goed kunnen inschatten, nog altijd denken dat je wel dood moet gaan aan aids, en aan de andere kant juist niet begrijpen dat de ziekte veel ingrijpender is dan een probleem op seksueel vlak alleen.

"Minstens zo zwaar zijn de emotionele effecten", legt Phindile uit. "Pillen zorgen ervoor dat je immuunsysteem na aids redelijk herstelt. Maar de ziekte blijft een mentale wond. Die moet worden behandeld. Je moet jezelf opnieuw vormen. Je moet jezelf herontdekken, je leven opnieuw inrichten. Maar helaas hebben niet veel mensen in Zuid-Afrika toegang tot een psycholoog of coach."

Iemand met hiv moet ook zijn levensstijl aanpassen. "Het is zaak gezonder te leven." Ook stress dient Phindile te vermijden. Dat is lastig met haar drukke baan als hiv/aids-consultant. "De oplossing is dat ik tussen mijn reizen en projecten er geregeld even tussenuit knijp om tot rust te komen."

Haar seropositiviteit stemt haar soms verdrietig. "Natuurlijk heb ik momenten dat ik denk: waarom van alle mensen ik?" Toch zou ze haar leven niet meer anders willen. "Ik weet dat het ongeloofwaardig klinkt, maar ik ben mede door mijn ziekte geworden wie ik ben. En ik ben erg gelukkig met mezelf. Ik ben er zoveel interessante mensen door tegengekomen en sneller volwassen geworden. Mijn besmetting is zowel het slechtste als het beste wat me ooit is overkomen."

Wel is Phindile blij dat ze haar hiv-infectie pas ontdekte op haar negentiende. "Ik heb de kans gehad eerst een sterke persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat kwam van pas. Ik begreep daardoor relatief snel dat mijn seropositiviteit mij niet als mens definieert. Ik twijfelde er al snel niet meer aan dat ik uiteindelijk heus mijn prins op het witte paard ga tegenkomen, hopeloos romantisch als ik ben.

"Ik kan door medische ontwikkeling moeder worden zonder het virus op mijn kinderen over te dragen. Ik heb mijn vrouwelijke vormen terug. En ik weet dat ik ondanks mijn besmetting nog steeds een seksueel persoon ben. Voorzichtiger dan anderen, maar niet wezenlijk anders."

Hiv treft niet alleen 'de anderen'
Phindile Sithole-Spong is pas 23 jaar, maar al een vooraanstaande hiv/aids-consultant. Ze adviseert onder meer bedrijven als Shell, energiemaatschappij Eskom en Vodafone bij het opzetten van voorlichtingscampagnes. Ook werkt ze voor organisaties als Unaids en Unesco.

Phindile wil het beeld dat aids oproept, veranderen. "Eerst was het een homoziekte, toen een zwarte-mensenziekte, en in Afrika lange tijd een 'vermageringsziekte'. Dat zie je terug in voorlichtingscampagnes. Daarin figureren nog altijd bijna uitsluitend arme, zwarte, homoseksuele of uitgemergelde mensen. Daardoor is de gangbare (foutieve) gedachte dat hiv alleen 'anderen' treft. Jij woont immers niet in die uithoek van Somalië waar mensen verhongeren."

In Zuid-Afrika zijn volgens Unaids zo'n 5,5 miljoen mensen seropositief - ruim 10 procent van de bevolking.

Wereldwijd zijn er volgens de VN-organisatie 34 miljoen hiv-geïnfecteerden. Aids kostte in 2011 wereldwijd 1,7 miljoen mensen het leven. Zonder behandeling leidt hiv tot aids, een ziekte die het immuunsysteem aantast. Een hiv-infectie valt niet te genezen. Aids hoeft met de juiste medicatie echter niet langer dodelijk te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden