PHILIP MECHANICUS

Philip Mechaniscus (61) is fotograaf en schrijft columns over eten in de Groene Amsterdammer. Deze week legde hij de laatste hand aan de ordening en herschrijving van zijn stukjes voor het boek 'De maag van Mechanicus. Opstellen en Recepten', dat in oktober bij uitgeverij Querido verschijnt.

Op een gegeven moment, ergens in 1972, ben ik begonnen wat aantekeningen te maken. Die aantekeningen gingen bij mij over eten en niet over balletdansen of basketbal. Ik hou niet van sport en 'eten' vond ik wel een aardige materie om over te schrijven. Temeer omdat het alleen maar gebeurde op de oudere-dames-manier van Wina Born: 'Laten wij nu de paprika even de paprlka laten en ons over de ui buigen'.

Ik had het gevoel dat mijn stellingname over eten, drinken en roken door niemand anders werd ingenomen. Ik eet zonder eerbied, zonder aanziens des ingrediënts. Het maakt mij niet uit of het kaviaar of balkenbrij is. Het intrigeert mij mateloos hoe verschillend mensen omgaan met hun eerste levensbehoefte. Eten wordt steeds meer een hooiberg van dingen, waarin de honger de speld is. Claude Levy-Strauss heeft eens gezegd: 'eten is denken geworden'. Hij heeft gelijk. Iedereen denkt de hele dag na over welk potje yoghurt ze wel en welk potje yoghurt ze niet kunnen eten.

Aan het eind van de jaren vijftig leerde ik dat soort processen voor het eerst ècht doorzien. Het was ook de tijd dat ik begon te schrijven. Fotograferen, dat kon ik al. Dat kwam zo: op een Amsterdams terras, het inmiddels verdwenen 'Hof van Eden', kwam ik met een vriend, en die had weer een vriend, enzovoort. Zo ontstond er een hoopje vrienden die min, maar vooral meer, geregeld bijeenkwamen. Daar zaten bijvoorbeeld K. Schippers en J. Bernlef bij. Het was het clubje jonge auteurs dat later het literaire tijdschrift Barbarber ging maken, waar ik mijn eerste drie stukjes in schreef.

We keken niet naar de dingen in onderlinge competitiedrang. We zeiden nooit: dat is mooier dan dat. Dat kwam niet voor. Het was enorm aardig te ontdekken dat je over alle denkbare dingen kon vertellen. Het was de moeite waard om naar een van ons te luisteren als die een verhaal hield over de deurknop. Hetzelfde geldt voor de fotografie. Je kunt allea fotograferen. Dat doet de camera voor je. Maar het simpele feit dat je alles kunt fotograferen, wil nog niet zeggen dat je dat ook moet doen. Eigenlijk is het de kunst zo min mogelijk te fotograferen, om je keuze zo scherp mogelijk te laten zijn. Een foto is een belangrijke ingreep in het leven. Die bestaat vanaf het moment van afdrukken, en moet ook blijven bestaan. Mensen zijn uiterst voorzichtig met foto's. Het verscheuren van een foto is een geweldige daad. Dat gebeurt niet zo snel. Wat je in leven roept, moet je op een zorgvuldige manier maken.

Op dit moment ben ik, in heel kalm tempo, een portrettenserie aan het maken, getiteld 'Die & die volgens die & die'. Ik streefde er vroeger bij het maken van portretfoto's altijd naar, accessoires niet te benutten. Je kunt altijd iemand iets in zijn handen geven of om zijn kop hangen. Dat wordt ook veel gedaan, om de foto enige attentiewaarde te geven. Ik had ook wel eens pogingen ondernomen, maar ik kwam er nooit uit. Ik dacht: dat is onzin, waarom laat ik iemand een rol WC-papier in zijn hand houden? Dat is onzin. Tot ik op een keer een idee kreeg. Er is een schilderij van Picasso, waarop een vrouw staat die een visgraat op haar hoofd heeft. Toen dacht ik: dit wil ik ook eens proberen. Dus toen ben ik allereerst veel vis gaan eten om tot de juiste graat te geraken. Dat was nog niet zo gemakkelijk, want heel veel graten breken zodra ze niets meer met het vissenvlees te maken hebben. Of ze blijken van zo'n verbluffend slappe constructie, dat ze alleen maar een richeltje zouden kunnen vormen. Tot wij op een dag een zeebaars op tafel hadden staan. Uit die zeebaars kwam de benodigde graat.

Toen heb ik twee vrouwen bereid gevonden om onder die graat te poseren. Ik heb die foto gemaakt, vo1gens Picasso. Intussen was ik op zoek gegaan naar het schilderij. Maar ik kon het niet vinden. Ik vreesde - en inmiddels is mijn vrees omgeslagen in voldoening - dat het hele schilderij niet bestaat. En dat klopte. Het is er niet. Ik sla elk boek over Picasso open, maar het staat nergens in. Het schijnt mijn eigen fantasie geweest te zijn. En als je aan mensen vraagt: ken je dat schilderij van Picasso van die vrouw met die graat op haar hoofd? Dan zeggen ze: jazeker. Zo blijken er veel dingen in mijn herinnering te leven die niet werkelijk hebben bestaan.

Dit soort verwijzingen naar bestaande beelden durf ik in mijn foto's en in mijn stukjes nu heel voorzichtig aan. Toch hou ik in het algemeen niet van vergelijkingen. 'Appel is mooier dan Corneille', dat is natuurlijk onzin. Als je Appel zo mooi vindt, dan hoef je het niet over Corneille te hebben. De dingen zijn vanuit zichzelf belangrijk. Je zult bij K. Schippers ook geen metaforen aantreffen. 'Het kind huilde alsof er een vliegtuig langskwam', ik noem maar wat, dat vind je bij hem niet. Ik doe het wel, omdat ik niet tot de literaire klasse van K. Schippers behoor. Ik vergelijk omdat het mij amuseert met de taal te spelen. Ik gebruik mijn columns over eten om de taal een beetje los te maken. Mijn schrijven komt toch vooral voort uit het lezen van goede boeken. In die tijd moest je Dostojevski toch minstens één keer gejat en één keer gelezen hebben. Het was een Van Oorschot-deeltje en kostte f 16,90.

Ik gebruik eten als een papieren gespreksonderwerp. Koken vormt daarvan maar een klein onderdeel, al bepaalt dat wel sterk je smaak. Ik kan daar maar moeilijk aan ontsnappen. Al is het niet zo erg als een mij bekende jongen - overigens een briljante pianist - die elke dag een pak spaghetti met een blik tomatensaus eet. Elke dag! Hij warmt het op en eet. Wat ik nu alleen niet zeker weet, is of hij niets anders bedenken kon of dat hij er elke dag zo over nadacht dat hij steeds bij hetzelfde gerecht uitkwam.

Er zijn tijden geweest dat ik elke dag kookte. Dat ik het heel leuk vond dat enorme braakliggende terrein te ontginnen. Dat is wel wat minder geworden. Eigenlijk vind ik de fase die aan het koken voorafgaat nog belangrijker. Ik loop ergens en dan zie ik opeens een bepaalde rode kool liggen. En dan begint het. Ik vraag me altijd af waar de trigger zit bij mensen. Hoe weten ze wat ze willen eten? Zit er ergens in het lichaam een opschrijfboekje waarin staat: 'het is nu weer tijd voor lof met ham en kaas'. Waar komt het vandaan?

Ik speel thuis geen restaurantje. Ik hou niet van mensen die denken dat ze kok zijn en een muts gaan dragen. Dat zijn van die types die zo nodig een paté moeten maken waar je drie weken werk aan hebt en die honderdvijftig gulden kost, maar die je net zo goed voor dertig gulden compleet in de winkel kunt halen. Ik vind een boterham met kaas minstens net zo lekker. Ik houd van eenvoud. Toen ik jaren geleden voor het eerst spaghetti aglio e olio at, spaghetti die slechts met knoflook en olijfolie op smaak is gebracht, realiseerde ik me: dit is de essentie der dingen. Het is onzin om, als je iets in een schets kunt aangeven, daar een drieluik van te gaan zitten penselen. Met een paar dingen moet je het mooiste kunnen maken: een vis, een tomaat en een tak dragon. Dat is alles.

Een heleboel van mijn stukjes zijn, ondanks mijn voorliefde voor de eenvoud, grillige verzetsdaden tegen de saaiheid van het gemiddelde schrijven. Ik weet dat ik stijlfouten bega, dat ik tegen de regels schrijf, maar dat doe ik dan toch. Het is als een blikje over straat schoppen. Dat vind je lekker, al weet je dat anderen het een rotgeluid vinden. Zoiets. Een beetje baldadigheid uit weerzin tegen het 'men doet het pruimpje in het pannetje'.

Ik vraag me ook altijd af: waarom bestaan sommige woorden wel en andere niet? In 'Veldspaat', mijn laatste stukje in de Groene Amsterdammer, heb ik het over 'het gompele visje'. Ik heb het woord 'gompel' in de Van Dale opgezocht. Het bestaat niet. Toch klinkt het goed. Er zijn vast mensen die, zoals ik, denken: ja, zo is het precies. Gompel. Net als 'een ver schijnsel van veldspaat', dat op de lichtblauwe sardines helemaal niet kan liggen. Veldspaat. is namelijk een mineraal dat rood kleurt. Geeft dat wat? Nee. De taal is belangrijker dan de werkelijkheid.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden