Review

Philip Glass blijft steken in de repeterende breuk

In het Stedelijk Museum heeft het American Adventures Festival twee installaties van de Engelse popartiest Brian Eno laten plaatsen. De ene combineert spaarzame teksten, klanken en beelden (belichte scupturen en diaprojecties) in verschuivende combinaties. Zou je het hele proces willen beleven, dan dien je 81/2 jaar plaats te nemen in de verduisterde zaal.

De andere installatie bestaat uit een aantal zacht en spaarzaam geluid producerende toestellen waar 157 jaar naar geluisterd kan worden voor alle mogelijke combinaties het kunstwerk completeren. De nieuwe geluidskunst is eindeloos eindig. Ze begint niet, want je komt binnen in een klankstroom en je beleeft het einde nooit.

In de Amerikaanse cultuur van de jaren zestig en zeventig is die nieuwe beleving van tijd en ruimte begonnen. De minimal music verhief het perpetuum mobile tot doel en waaide als adventure, als avontuur over. Muziekmakers als Terry Riley, Philip Glass en Steve Reich schoten duidelijk wortel in Europese bodem. Anno nu zijn ze gevestigde namen, maar avontuurlijk?

Die vraag drong zich zondagavond op in het Concertgebouw, ook in het American Adventures Festival, tijdens het recital van Philip Glass. Met niets dan een onversterkte vleugel beoefende hij de kunst van de repeterende breuk in de vorm van een spel met lopende baslijnen en gebroken akkoorden. Hij had zes nummers laten programmeren die hij zonder pauze, met even applaus tussen de onderdelen en een klein inleidend (onverstaanbaar) praatje, achter elkaar door speelde.

Hij suggereerde eindeloosheid binnen eindigheid met de aanzetten tot romantische, naar Schumann, Chopin en Liszt riekende pianoconcerten die echter nooit op gang kwamen. Ik herinnerde mij Glass jaren geleden op hetzelfde podium met elektronische toetsenborden en enkele akoestische instrumenten zoals een dwarsfluit. Hij en zijn medewerkers bouwden imperiums van klank, in de basis diep en donker, met een heel gewriemel van verschuivende harmonieën in het midden en een ijle lange lijn erboven.

Maar nu klonk de naakte waarheid, en die was eigenlijk ontnuchterend. De acht etudes voor piano die hij medio jaren negentig schreef, deden mij denken aan de 'Schule der Gelüufigkeit' waarmee ik mijn kindervingers moest kneden op de piano; op Czerny etudes maar dan zonder de muzikaliteit die in die stukken toch schuilgaat. Of aan de rit der Walküren zonder Walküren.

De ruim 35 minuten durende etudes werden opgevolgd door kortere grepen uit de eindige eindeloosheid, herhalingen van dezelfde soort motieven en sequensen zonder dat het lyrisch of dramatisch verband tot ontwikkeling kwam. Avontuur? Op geen enkele wijze. Slechts een stuk leverde de sensatie op van de herinnering aan avontuur: het te kort (tien minuten) durende fragment uit zijn opera 'Satyagraha'. De première in 1980 bij de toenmalige Nederlandse Operastichting leverde een eindigende eindeloze stroom op van lyrische lijnen die als dragers van tekst hun betekenis kregen en nog eens versterkt werden in een sfeervolle regie. Die beelden begeleidden in het geheugen het opvallende fragment van Satyagraha. De conclusie moet luiden dat Glass is blijven steken in begeleidingskunst; dat hij zich niet moet presenteren als meesterpianist (die veel misslagen maakt) van eigen werk. Hij heeft er licht, elektronica, theater bij nodig. Dat avontuur miste ik node.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden