Philby

De VPRO zendt op dit ogenblik een serie uit over Philby, Burgess, Maclean en Blunt, jonge, idealistische Cambridge-studenten gerekruteerd door de KGB in het begin van de jaren dertig. Philby zei later: ,,Men twijfelt niet lang als men wordt aangezocht toe te treden tot een elitekorps.''

Het communisme waar Philby zich aan verbond was moreel vooralsnog onverdacht. Ergens rond 1932 was het een begrijpelijke en allerminst opportunistische gedachtegang die een West-Europeaan tot een toegewijd communist kon maken in het zicht van de fascistische dreiging.

Goed, elitekorps, maar wat moest hij eigenlijk voor hen doen? Inlichtingen verzamelen langs wegen die nauwelijks heldhaftig waren, vrijwel altijd geniepig en niet zelden cynisch. Tijdens de oorlog verwierf Philby geleidelijk een belangrijke positie binnen de Britse geheime dienst. Hij gaf zoveel inlichtingen door aan Moskou dat daar de lelijke gedachte werd geboren dat de Britten hem gebruikten om pseudo-informatie door te geven. Philby protesteerde later tegen de kwalificatie van dubbelspion. Hij had altijd maar voor één kant gespioneerd: de Russen.

Dat neemt niet weg dat hij mogelijk wel als zodanig gebruikt werd door de Britten voordat men tegenover hem toegaf dat men hem doorhad. Onder de bedenking 'Ik weet dat jij niet zeker weet dat ik weet dat jij voor hen werkt' verwordt spionage tot een gekmakende spiegelzaal waarin niemand meer zeker weet op wie hij moet schieten of naar wie hij toe moet vluchten in nood.

Maar in 1963 werd de onhoudbaarheid van zijn positie hem ondubbelzinnig duidelijk gemaakt. Philby besloot zich te laten wegvoeren naar Moskou. De vraag is hoe lang hij geleefd zou hebben als hij de Britse kant had gekozen.

In Moskou was het hem vergund om de verwezenlijking van zijn Ideaal in actuele toestand te aanschouwen, een beproeving die de meesten van ons bespaard wordt. Na een zinloze debriefing waarin men hem nog eens een keer alles vroeg wat hij al jaren geleden verteld had, werd hij, onder surveillance, aan zijn lot overgelaten. Opnieuw stak de giftige mogelijkheid van een dubbelrol de kop op; dat was wellicht waarom de KBG hem aanvankelijk nergens voor gebruikte.

Hij dronk te veel, zijn vrouw verliet hem en hij trachtte ten minste één keer een eind aan zijn leven te maken. In 1970 ontmoette hij Rufina Ivanovna, de laatste vrouw in zijn leven. Zij was 36, hij 58. Na zijn dood in 1988 schreef zij een ontroerend portret van de man die ervan droomde in Moskou ooit Graham Greene tegenover zich aan tafel te hebben: 'The Private Life of Kim Philby, The Moscow Years' (Rufina Philby, St Ermin's Press).

Rufina klinkt volstrekt overtuigend over hun liefde. Ze is openhartig over zijn drinkprobleem en zijn angst om alleen te zijn. Ze beschrijft de eindeloze bezoeken die hij als Geëerde Gast in de hele Sovjet-Unie aflegt aan krachtcentrales en modelboerderijen gevolgd door veel te veel wodka en overvloedig eten, gretig aangesleept door de plaatselijke KGB.

Er klinkt aanvankelijk weinig kritiek op het Ideaal door, zij het dat Philby een hoop dingen spuugzat werd. Hun flat werd afgeluisterd, de KGB hield hem zo lang in de coulissen dat hij zijn actualiteit verloor, en daar was de eindeloze reeks van KGB-agenten die speciaal op hem moesten letten of zich voor hem moesten inzetten, al naar gelang.

In 1974 probeerde de KGB hem een brief te laten tekenen waarin hij zich tegen de dissidenten keerde. Philby wees dit woedend af. In gesprek met een KGB-ambtenaar kreeg hij over de misstanden in Rusland te horen: ,,Luister, dat is allemaal mijn schuld niet'', waarop Philby: ,,Jij bent ook schuldig. En ik! We zijn allebei schuldig.''

Hij bleef een Engelse meneer en Rufina beschrijft vol geamuseerde tederheid hoe ze hem altijd kwijtraakte in de metro omdat hij het niet kon opbrengen om te dringen. Als iemand hem opzij duwde gaf hij zich met een buiging gewonnen en trad netjes terzijde, maar op die manier raak je in Moskou nooit in bus of metro. Als vooraanstaand KGB'er hoefde hij niet te wachten bij de dokter, maar toen hij eens op een volle wachtkamer stuitte vluchtte hij weg om te vermijden dat men hem als eerste zou binnenroepen.

In 1986 werd hij bezocht door Greene. Dit was te danken aan de KGB. De mannen hadden elkaar in geen 35 jaar gezien en ,,omhelsden elkaar onhandig en vol vreugde''. Greene's bezoek was een confrontatie met een voor Philby achtenswaardige generatiegenoot die aan de andere kant was gebleven. Het was in zekere zin zijn Geweten dat die avond zijn flat binnentrad en het eerste dat hij kon uitbrengen was: ,,Vraag me niks.'' Waarop Greene zei: ,,Ik wil eigenlijk maar één ding weten: hoe is je Russisch?''

Volgens Rufina was dat zeer matig. Een veelzeggende nalatigheid. Philby bekwaamde zich nauwelijks in de Russische taal.

Greene's aanwezigheid moet hem gewezen hebben op de mogelijkheid dat hij een zinloos of erger nog, een verwerpelijk leven had geleid. Aan het eind van de avond liet hij zijn bezoeker uit en toen hij terugkeerde in de flat stelde hij tevreden vast: ,,Ook hij worstelt met twijfels.''

Maar kun je Greene's twijfels over het katholicisme vergelijken met die van Philby over de Sovjet-Unie? De Sovjet-Unie was toch veel erger?

Hij stierf in mei 1988. Met behoud van twijfel, hopen we. Anderhalf jaar later viel de Muur en verdween de laatste twijfel. Dat is hem bespaard gebleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden