Pfizer lijkt AstraZeneca vooral om fiscale redenen te willen inlijven

Amerikaanse farmaceut aast op overname, maar Brits bedrijf vindt bod van 106 miljard dollar te laag

Het bestuur van het Britse farmabedrijf AstraZeneca heeft gisterochtend een nieuw, verhoogd bod van het Amerikaanse Pfizer verworpen. 'Ontoereikend', vond de directie het bod van 106 miljard dollar. Toch lijken de aandeelhouders van AstraZeneca de grote winnaars te worden van een overname die bizarre trekken heeft.

Op het eerste gehoor was de verklaring van de directie duidelijk: AstraZeneca staat er goed voor en heeft veelbelovende nieuwe medicijnen in huis. Een overname door Pfizer, dat die 106 miljard deels in cash en deels in aandelen wil voldoen, is ongewenst. Bovendien kan de overname voor de aandeelhouders van AstraZeneca uiterst risicovol zijn.

Even helder was de Franse topman van AstraZeneca, Pascal Soriot twee weken geleden. "Megadeals werken vaak ontwrichtend. Wij zijn beter af als we ons focussen op wat we doen en als we samenwerken met bedrijven wanneer dat zinvol is."

Toch is het de vraag of Soriot en de zijnen echt tegen de overname zijn of dat ze uit zijn op een nog hoger bod. Het zal niet de eerste keer zijn dat een bestuur een berg fundamentele en principiële bezwaren tegen een overname opvoert om vervolgens glimlachend akkoord te gaan als een bod flink wordt verhoogd.

Een een nieuw bod is niet uitgesloten. Pfizer, dat sinds 2000 drie kolossale overnames deed, bulkt van het geld en wil AstraZeneca hebben.

Er speelt nog iets mee. In Groot-Brittannië is een bedrijf van de aandeelhouders. Zij hebben hierin het laatste woord. Pfizer zou, als het bestuur in zijn verzet volhardt, een bod zelfs direct aan de aandeelhouders van AstraZeneca kunnen voorleggen. En vanuit hun optiek is dat zo onaantrekkelijk nog niet - al is een hoger bod natuurlijk altijd leuker.

Pfizer maakt sinds begin januari jacht op AstraZeneca. Eén aandeel kostte toen 36 pond. Pfizer biedt nu 50 pond, een premie van 39 procent. Menig aandeelhouder likkebaardt van zo'n winst. Daar komt bij dat de patenten op een paar succesvolle medicijnen van AstraZeneca onlangs zijn, of binnenkort gaan, verlopen. Het is twijfelachtig of het concern zijn huidige omzet- en winstniveau kan vasthouden.

En dan is er nog iets. Pfizer zegt AstraZeneca te begeren vanwege zijn medicijnen en de medicijnen die het ontwikkelt. Tegelijkertijd zit Pfizer op een berg geld die buiten de VS is geparkeerd. Als Pfizer die miljarden in de VS besteedt, moet het veel meer belasting betalen dan als dat geld in Europa wordt uitgegeven. Als Pfizer deels Brits wordt, zal het ook nog eens minder belasting hoeven te betalen dan als puur Amerikaans bedrijf. Menig farmawatcher in de VS en Groot-Brittannië meent dat daar de ware reden te vinden is voor Pfizers jacht. Het gaat niet om AstraZeneca, maar om het fiscale voordeel.

Dat aspect maakt de hele overnamepoging nogal bizar. Ze kost Pfizer veel moeite en minstens 106 miljard dollar. Als die slaagt, volgen er forse ontslagrondes. Die zijn er altijd na grote overnames in de farmacie. Er komen reorganisaties, waarbij afdelingen in elkaar worden geschoven, en researchafdelingen zullen niet worden gespaard.

Twijfelachtig is ook of de overname de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, onder meer tegen kanker, zal bevorderen.

Pfizer claimt van wel. Maar Pfizers researchtak is niet befaamd om zijn ontdekkingen. Pfizers bestsellers zijn meestal afkomstig van aangekochte bedrijven. Harde bewijzen dat megafusies research ten goede komen, zijn er niet. Het tegendeel lijkt eerder het geval. Al met al lijken dat veel (maatschappelijke) nadelen voor een (deels) fiscaal geïnspireerde deal.

Maar dat fiscale aspect maakt een verkoop voor de aandeelhouders juist aantrekkelijk. Dankzij dat fiscale voordeel is Pfizer bereid om meer voor AstraZeneca te betalen dan het bedrijf eigenlijk waard is. Een Labour-parlementariër vroeg zich af of 'we echt willen dat een juweel in de kroon van de Britse industrie wordt gezien als een instrument van tax planning'.

Aandeelhouders van AstraZeneca die willen cashen, zullen daar geen moeite mee hebben en het bestuur bij een hoger bod misschien ook niet.

undefined

Specialiseren

Specialisatie is tegenwoordig het toverwoord bij de grote farmabedrijven. Twee weken geleden verkocht het Britse GlaxoSmithKline zijn medicijnen tegen kanker aan het Zwitserse Novartis. Dat verkocht zijn vaccins aan Glaxo, toch al 's werelds grootste vaccinmaker. Novartis verkocht ook zijn diergeneesmiddelen. Die gingen naar Eli Lilly, inmiddels de op een na grootste producent van diergeneesmiddelen ter wereld.

Nummer 1, 2 of 3 zijn in een specialisme, dat willen de farmabedrijven. Ze claimen dat dat de ontwikkeling van medicijnen ten goede komt. Dat zou kunnen. Het komt in elk geval hun machtspositie ten goede. Minder concurrentie betekent meestal: meer kans om hogere prijzen te berekenen.

Bayer doet mee in dat spel. Het Duitse bedrijf wil 14 miljard dollar betalen voor de consumentenproducten van Merck. Bayer maakt onder meer aspirine en de pijnstiller Aleve, Merck het anti-allergiemiddel Claritin.

Het bod van Pfizer op AstraZeneca (zie hiernaast) lijkt in tegenspraak met die ontwikkeling. Als het bod slaagt, is Pfizer 's werelds grootste fabrikant van medicijnen.

Maar het is niet uitgesloten dat Pfizer zich na die aanschaf opsplitst: in bedrijven met verschillende specialismes.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden