Recensie

Petrenko's Puccini is van ongehoorde pracht

Zuster Angelica (Ermonela Jaho) krijgt in haar doodstrijd een visioen van haar dode zoontje en haar tante.Beeld TRBEELD

OPERA
Bayerische Staatsoper
Puccini 'Il trittico'
★★★★☆

Stormachtige toejuichingen vielen de Nederlandse Lotte de Beer en haar team ten deel na afloop van de première van Puccini's 'Il trittico'. 

En dat in München, waar het publiek van de Bayerische Staatsoper er echt niet voor terugschrikt luid te protesteren als een regisseur het in hun ogen 'verknald' heeft. Volgens de premièregangers was dat dus niet zo, al liet de nóg kritischer Duitse pers zo her en der doorschemeren dat De Beer te slaafs was geweest aan partituur en libretto en te weinig haar eigen, eigentijdse 'Konzept' over de drie eenakters had gedrapeerd.

Gelukkig niet, zou je bijna zeggen. Want door die veronderstelde terughoudendheid ontstond juist een humane voorstelling vol inzicht en diepere lagen, en zonder irriterende tegendraadsheid. Vooral in de eerste twee operaatjes 'Il tabarro' en 'Suor Angelica', die zonder onderbreking in elkaar overgingen, wist De Beer met haar beelden en personenregie grote indruk te maken. Na de beklemmende concentratie die De Beer daarin bereikte, oogde de komedie 'Gianni Schicchi' daarna iets te luimig en iets te veel van kladderedatsj. Maar dat kan liggen aan het feit dat de recente, enorm geestige 'Gianni Schicchi' bij De Nationale Opera in de herinnering nog in de weg zat.

Verschillende werelden

Een benauwend binnenschip, een ommuurde kloostertuin en een middeleeuwse Florentijnse woning - hoe krijg je die drie werelden en periodes onder één noemer? De Beer en haar decorontwerper Bernard Hammer ontwierpen een multifunctionele tijdstunnel. Een trechter waar verleden, heden en toekomst in elkaar over gingen. Waarin leven en dood hun spel spelen. Een donker gat dat aan het begin van 'Il tabarro' en 'Suor Angelica' onbestemde rouwstoeten opslokte. En dat aan het eind van 'Gianni Schicchi' de personages uit alle drie opera's terug op de bühne bracht om daar samen met Schicchi de vierde wand te doorbreken. Samen met hem vroegen ze het publiek voor hen te klappen, als ze dat wat ze gezien hadden gewaardeerd werd.

En zo trok De Beer met dit schitterende tableau niet alleen een boog over het geheel, maar betrok ze ons bij al die zo verschillende personages met hun tragische verhalen - als waren we één van hen. Verrassend, zelfs schokkend, was dat er een segment van de tunnel begon te draaien als er iemand doodging. Zo tolde de gewurgde Luigi vervaarlijk rond, en zag Angelica haar overleden zoontje in een doodsvisioen in een enorm kruis ronddraaien. Spectaculaire, gelaagde beelden. Dat Angelica in dat visioen niet de Maagd Maria, maar haar eigen hardvochtige tante dat kind zag opbrengen, was een fraaie ingeving van De Beer. In de eerdere ijzingwekkende confrontatie had De Beer die tante al iets menselijks gegeven. Je ging je meteen afvragen wat er in haar leven gebeurd moest zijn.

Ongehoorde zindering

Dat men in München al die rollen met topzangers kan bezetten, zegt iets over de luxe van het huis. Maar nog meer is dat huis het thuis van Kirill Petrenko. De dirigent die over twee jaar chef wordt van de Berliner Philharmoniker is zeer geliefd in München. Na zo'n 'Trittico' begrijp je waarom. Petrenko neemt Puccini uiterst serieus, geeft hem zijn rechtmatige plek in de 'moderne' muziek van rond 1918 en haalt dat naar boven met een bijna shockerende transparantie en detailwerking. Zelfs het sentimentele nonnendrama krijgt een ongehoorde zindering.

Eva-Maria Westbroek zong in 'Il tabarro' een laaiende Giorgetta en zette bovenal een geloofwaardig personage neer. De kus tussen haar en Luigi (een kloek klinkende Yonghoon Lee) was, mede dankzij het door Petrenko opgepookte orkest, een van de krachtigste samenballingen van passie en onmacht die ik ooit hoorde. Geweldig uitgeregisseerd door De Beer. Wolfgang Koch zong een getormenteerde Michele.

In 'Suor Angelica' ging de Albanese Ermonela Jaho spelend en zingend tot op de bodem en groeide uit tot de sensatie van de avond. Jammer wel dat ze in één heftige scène wat te pathetisch werd, terwijl Petrenko daar juist elke pathetiek vermeed. Michaela Schuster was een imposante canaille als tante, maar viel een operaatje later wat tegen als Zita. Daar, in 'Gianni Schicchi' dus, was Ambrogio Maestri onnavolgbaar in de titelrol. Een Italiaan in al zijn vezels en in die twee sublieme stembanden. Je hoorde het in elke maat. Dat Lotte de Beer met deze grootheden in dit grote huis tot zo'n succesvol resultaat komt, voorspelt veel goeds voor haar.

23/12, 19.00 uur, gratis live stream via www.staatsoper.tv

Lees hier meer theaterrecensies

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden