Peter ter Velde Ik wil op het randje lopen
Peter ter Velde (Zwolle, 1964) is verslaggever bij het NOS Journaal. In 2008 schreef hij 'Kabul & Kamp Holland'. Vorig jaar verscheen bij uitgeverij Conserve de semi-autobiografische roman 'De vader en de zoon'. Peters relatie met zijn vader, evangelist en EO-coryfee Feike ter Velde, stond model voor deze roman.
I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Ik weet niet of God bestaat. Het enige wat ik zeker weet is dat God en mijn vader niet één en dezelfde zijn. Dat heb ik heel lang wel geloofd; mijn godsbeeld was totaal misvormd. Een goede zoon van God worden betekende een goede zoon van mijn vader worden. Het was een onmenselijke opgave die mij, week na week, werd gesteld: je moet zijn zoals Jezus. Jezus die zonder zonden was. Alleen op die manier kon je de eeuwigheid beërven.
"Zo wordt daar bij de Evangelische gemeente nog altijd over gepreekt: wij slepen ons zestig, zeventig, tachtig jaar door dit aardse tranendal, en dan, dán wordt alles prachtig en geweldig. Ik heb het echt geprobeerd; ik heb als tiener mijn knieën stuk gebeden dat ik zou zijn als Jezus. Tegelijkertijd droomde ik over meisjes, ik pleegde hoererij in mijn gedachten, ik luisterde naar muziek die van de satan kwam... Uit angst voor veroordeling en afwijzing zweeg ik over mijn verlangens. Ik trok mij terug. Liegen werd mijn way of life. Ik zou die eeuwigheid toch nooit bereiken. Iemand met zulke zondige gedachten was voorbestemd voor de hel. Het zou tot mijn veertigste duren voordat ik mijn masker durfde af te zetten."
II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"In een bureaulaatje op mijn slaapkamer bewaarde ik allerlei vormen van afgoderij: pornoboekjes, cassettebandjes, Top-40 lijstjes, een poster van Jerney Kaagman in een of andere strakke blauwe outfit - alles wat niet over God of Jezus ging en dus van de duivel kwam. Ik kon er alleen in eenzaamheid van genieten, altijd alert: komt er iemand de trap oplopen? Snel, weg, la op slot. Ik vertelde mijn vriendjes natuurlijk niet dat ik die spullen thuis verstopte. Ik moest daardoor voortdurend schakelen; zorgen dat bepaalde mensen niet met elkaar in contact kwamen om zo mijn geheim veilig te stellen."
III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Het zijn vooral de mensen die nadrukkelijk denken te weten hoe God het allemaal heeft bedoeld, die Gods naam ijdel gebruiken. Ik kreeg naar aanleiding van mijn boek erg veel reacties van kinderen - zonen, vooral - van evangelische leiders die exact hetzelfde bleken te hebben meegemaakt: vader dacht de waarheid in pacht te hebben, er was een enkele ruimte voor een afwijkende gedachte.
"Het is steeds dezelfde geschiedenis: bang zijn voor het oordeel, het gevoel hebben dat je tekortschiet, je schamen voor je verlangens, vastlopen in je relaties. Doordat mijn vaders veroordeling zo streng en zijn kritiek op ongelovigen zo heftig was, kroop ik steeds verder in mijn schulp. Misschien had ik dat anders moeten doen, ik weet het niet... Ik herinner mij dat ik in die periode, naar aanleiding van een uitzending van 'Mag ik eens met je praten?', over mijn vader had gezegd: 'Ik zie dat hij kan luisteren.'
"Het wrange was natuurlijk dat hij vooral naar ánderen luisterde, maar mij niet heeft gehoord."
IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Wij, van de Evangelische Gemeente, hielden wel diensten op zondag, maar het principe van de zondagsrust kenden we niet. Ik kon gewoon gaan voetballen, als ik daar zin in had. Veel van mijn vriendjes mochten dat niet. Een van hen - zijn ouders waren Gereformeerde Bonders, geloof ik - mocht op zondag wel met een bal overgooien, maar er tegenaan trappen was zondig.
"Ik begreep, ook als tienjarige al, hoe het theologisch klopte wat wij thuis geloofden; dat kregen we allemaal keurig uitgelegd. Ik kende de Bijbel zo'n beetje uit mijn hoofd. Dat deel van mijn religieuze opvoeding heb ik nooit vervelend gevonden. Ik vind het veel vervelender dat ik de kennis die ik heb opgedaan niet altijd meer paraat heb."
V Eer uw vader en uw moeder
"Volgens mij kunnen mijn vader en ik elkaar nu recht in de ogen kijken. Het is een relatie zoals wij die nog niet eerder hebben gehad. Vroeger was er, aan de ene kant, een enorme bewondering: hij was een geweldige vader met wie je kon vechten, klimmen en klauteren. Hij nam mij mee naar Londen als tiener - mijn eerste vliegreis! - om de stad te ontdekken. Een voorbeeldige vader, stoer en sterk.
"Aan de andere kant was er die voortdurende angst voor veroordeling en afwijzing. Door hem. Door God. Toen ik tegen mijn veertigste helemaal vastliep in de relatie met mijn vader ging ik, op aanraden van mijn jongere broer, met hem in gesprek. Hij had natuurlijk mijn stilte, mijn teruggetrokkenheid wel opgemerkt, maar toch nooit bedacht dat ik zo had geworsteld in mijn relatie met hem, en met het geloof.
"Later, toen ik bijna klaar was met het schrijven van mijn boek, heb ik hem gevraagd of hij de drukproef zou willen lezen. Hij schrok natuurlijk van sommige passages, maar hij vond het ook erg mooi, was bereid om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen en wilde zelfs meewerken aan interviews waarvoor wij als duo werden gevraagd. Ik zie nog voor me hoe wij samen in de schmink zaten voor een live-uitzending van 'Tijd voor MAX' en hoe hij, met enigszins afgezakte schouders, voor mij uitliep naar de studio. Ik dacht: 'O, pa, wat doe ik je aan? Wat doe ik je aan door je hiermee naartoe te nemen?'
"Toch denk ik dat het de voorganger in hem was die ja had gezegd; de evangelist die zijn kans grijpt om iets wat hij zelf heeft geleerd aan anderen door te geven. Ouders, let er op dat je kind de ruimte krijgt. Die ruimte heb ik mijn kind nooit gegeven. Het ontroerde mij enorm hem te horen zeggen dat hij zijn liefde voor het geloof en zijn liefde voor mij niet tegen elkaar wilde uitspelen. Zijn geloof is door 'De vader en de zoon' niet verzwakt, en zijn liefde voor mij al helemaal niet. Sterker nog: we zijn alleen maar meer van elkaar gaan houden.
"Ik weet niet of hij denkt dat het slecht met mij zal aflopen als ik volhard in mijn ongeloof. Hij heeft me gevraagd of het goed is als hij iedere dag voor mij bidt. Ik heb gezegd dat ik dat wel op prijs kan stellen. Mijn moeder speelt in dit verhaal een minder prominente rol, dat klopt. Toen ik het boek aan mijn vader gaf, zei hij: 'Ik laat het ma niet lezen, die vindt dit erg moeilijk.' Zij volgt hem in alles. Een paar jaar geleden hoorde ik haar nog zeggen: 'Als pa gelukkig is, dan ben ik het ook.' Die volgzaamheid vind ik moeilijk te begrijpen, maar goed, ze zijn al een leven lang bij elkaar en ik geloof dat ze een goed team vormen.
"Ja... Wat wil je nog meer weten? Ik begin al bijna spijt te krijgen dat we aan dit interview zijn begonnen... Kijk, ik wil haar niet kwetsen. Vroeger botsten we nogal eens. Waarschijnlijk doordat we dezelfde karakters hebben. Mijn moeder is buitengewoon opmerkzaam. Als er maar iets anders aan je is, heeft zij dat onmiddellijk door. Ze zal altijd, meteen, reageren als iemand iets zegt. Een keer gapen: ben je moe? Als een havikje hield ze ons in de gaten.
"Dat ze niet wist waar ik op mijn slaapkamer mee bezig was, zegt niets. Mijn ouders hadden bedacht dat ik nu eenmaal gesloten was, ondoordringbaar, graag op mezelf. En die bureaula bewaakte ik met mijn leven. Als ik boven was, lette ik op het kraken van de trap. Als ik beneden was en boven gestommel hoorde, hield ik mijn adem in: wie snuffelt er op mijn kamer rond? Was het vader of was het moeder? Hebben ze iets ontdekt?
"Mijn moeder is overigens ook iemand die altijd voor iedereen klaar staat. Ze heeft in de zorg gewerkt, eerst als verpleegkundige, later in de ouderenzorg. Het zorgzame en het opmerkzame passen in die zin perfect bij elkaar: zodra mijn moeder inziet dat er iets moet gebeuren, zal ze onmiddellijk in actie komen. Zo zit ik ook wel een beetje in elkaar."
VI Gij zult niet doodslaan
"Als ik niet embedded, dus op eigen gelegenheid, rondreisde in Uruzgan was Omid, mijn tolk, altijd bij me. Vorig jaar is hij per ongeluk door een Amerikaanse militair doodgeschoten. Hij had zich bij een aanslag in het toilet verstopt. Toen de militair hem daar vond, hield Omid een mobieltje in zijn hand. De Amerikaan dacht dat hij daarmee een explosief tot ontploffing wilde brengen en schoot hem neer.
"Ik weet nog dat ik eindeloos met een neef van Omid heb zitten chatten, alsof er nog iets aan te doen was. Het drong gewoon niet tot mij door dat de dood van Omid onherroepelijk was. Ik heb mij nooit bezig gehouden met het waarom van deze oorlog; die vraag is veel te groot. Ik heb vooral naar de verhalen van die jongens willen luisteren, hun acties willen registreren.
"Het viel mij op dat er, van begin af aan, een enorme benauwdheid bestond, zowel in Nederland, bij het ministerie van defensie, als bij de staf van Kamp Holland: dit moet een opbouwmissie worden, dit móet een opbouwmissie worden! Terwijl de militairen in het veld tegen mij zeiden: 'We zijn ons alleen maar aan het dood knokken.' Daar werd eerst nog over gezwegen. Het paste niet in het politieke plaatje. Het waren vaak jonge jongens, van 19, 20, 21 jaar. De adrenaline gierde door hun lijf. Ik ben er getuige van geweest hoe ze juichten als er ergens een bom was gevallen - terwijl ze wisten dat er op dat moment dus ook vijftien of twintig mensen waren gedood. Ik begreep het wel. Het was een cocktail van adrenaline, frustratie en woede. Als er net een maatje van je zwaargewond is geraakt, dan ballen al die emoties - frustratie, woede, verdriet - zich in één keer samen.
"Nee, ik probeerde niet one of the boys te zijn, ik heb altijd objectief verslag willen doen. Als ik excessen had gezien, zou ik die óók hebben gemeld. Het is wel zo dat dit soort verslaggeving op een bepaalde manier verslavend is. Het is in ieder geval een stuk avontuurlijker dan vanuit Friesland doorgeven dat het ijs nog niet dik genoeg is voor een Elfstedentocht. Ik heb die spanning nodig, ik wil op het randje lopen. Kan ik dit ook? Durf ik dit aan? In het afgelopen jaar was het schrijven van mijn boek de uitdaging. Ik moet binnenkort weer op zoek gaan naar iets nieuws."
VII Gij zult niet echtbreken
"Gisteren vroeg Joke of ik vandaag iets over onze echtbreuk zou gaan zeggen. Ik heb mijn vrouw en kinderen uit het boek gehouden, en ook in interviews heb ik onze relatie tot nu toe onbesproken gelaten, maar dit keer, zei ik, kon ik er niet omheen... 'Zeg je dan ook wel iets moois?', vroeg ze. Dat had ze mij niet eens hoeven vragen.
"Maar goed, ik zal bij het begin beginnen. We leerden elkaar kennen toen Joke vijftien en ik zeventien was. We trouwden jong en we kregen drie kinderen. Mijn oudste dochter is 23, mijn zoon is 21 en de jongste is een meisje van 15. Na twintig jaar huwelijk waarin ik emotioneel volkomen op slot had gezeten, stak ineens die storm op: ik kon niet langer doen alsof. We gingen naar de kerk, we voedden onze kinderen gelovig op - terwijl ik al jaren helemaal nergens meer in geloofde.
"Joke vroeg zich, terecht, af met wie ze nou eigenlijk al die jaren van haar leven had gedeeld. We kwamen in een huwelijkscrisis terecht en ik besloot eruit te stappen, mijn gezin te verlaten. Kort daarna kreeg ik een andere relatie die na een paar jaar op de klippen liep. Al die tijd was er, op een of andere manier, nog contact met Joke geweest. We probeerden het nog eens opnieuw, maar de druk van de omgeving bleek te groot. Ik denk dat iedereen te graag wilde dat wij weer bij elkaar zouden komen. Zo'n twee jaar geleden besloten we, in de week dat we ons hadden voorgenomen de echtscheiding echt door te zetten, nog één laatste poging te doen. Alleen de kinderen wisten ervan. Na driekwart jaar waren we nog steeds samen en konden we naar buiten brengen dat het ons was gelukt om al die pijnpunten, stuk voor stuk, uit de weg te ruimen. We hebben elkaar opnieuw gevonden. Het is net alsof we twee verliefde tieners zijn. Soms moeten we nog een pijnlijke hobbel nemen, maar het gaat steeds beter.
"We hebben nu al weer ruim twee jaar 'verkering', zoals we dat noemen. Ik heb een paar foto's op mijn telefoon, die wil ik je even laten zien. Kijk, dat is Joke. Een beauty. En dit zijn de kinderen. O, en op deze foto staan we samen... Mooi he? Dit gaat nooit meer stuk."
VIII Gij zult niet stelen
"Toen ik van het Radio 1 Journaal was overgestapt naar het televisiejournaal kreeg ik van mijn chef - hij is al lang en breed weg, dus ik mag het nu wel zeggen - te horen dat ik meer met mijn ellebogen moest werken. Dat is eigenlijk ook een vorm van diefstal: voordringen en pakken wat je pakken kan. Ik heb niet naar hem geluisterd. Zoiets zal ik nooit doen, never. Nee, dat is geen vrucht van mijn opvoeding. Het zit gewoon niet in mij."
IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Het masker is afgezet, het harnas is uitgetrokken. Dit is echt. Meer is er niet. Sommige mensen noemen het een omgekeerde bekering, maar ik zie het vooral als een enorme bevrijding. Wat ik zo'n tien jaar geleden in gang heb gezet, is met het verschijnen van dit boek afgerond. Ik koos voor een fictief verhaal; slechts tien procent is autobiografisch. Voor sommige familieleden en intieme vrienden was die opzet wel verwarrend. Wat heb je nou echt meegemaakt en wat heb je verzonnen? Aan die mensen heb ik het verteld, voor het grote publiek zijn die gegevens niet interessant.
"Deze keuze heeft niets met schaamte te maken; het verhaal was op deze manier gewoon beter te vertellen. Echt! Weet je hoe fijn het is om eerlijk en oprecht te zijn, om uit te komen voor wie je bent? Gek eigenlijk... ik bedenk mij nu dat ik, toen ik nog gelovig was, alle regels overtrad terwijl diezelfde normen en waarden, sinds ik mij van het geloof heb afgekeerd, juist zijn gaan floreren. Toen was het afleggen van valse getuigenissen een overlevingsstrategie, nu is de noodzaak om te liegen volledig verdwenen."
X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Tijdens die tussenrelatie heb ik ontdekt hoe jaloers en wantrouwend ik kan zijn. Ik belde mijn nieuwe vriendin voortdurend op: waar ben je? Met wie? Wat doe je daar? Waar ga je heen? Wat zeggen ze over mij? Het was echt gekmakend. Ik had ankers gezocht, iemand om mij aan vast te houden, maar zij kwam ook uit een verbroken relatie en ik denk dat we allebei leefden met de gedachte dat het zo weer fout kon gaan.
"Uiteindelijk heeft die jaloezie, samen met de huwelijksstorm die op de achtergrond bleef woeden, onze verhouding de das om gedaan. Het is gegaan zoals het is gegaan. Ik geloof niet dat dingen meant to be zijn. Joke had ook kunnen zeggen: 'Je bent zelf weggegaan, we willen jou niet meer terug.' Het woord staat niet in de tien geboden, maar dat ik het helemaal opnieuw mocht proberen, en dat we er samen sterker uit zijn gekomen, zou je bijna een wonder noemen.
"In 'De vader en de zoon' beschrijf ik het verhaal van een man die na een ongeluk in coma is geraakt. Als hij bijkomt, herkent hij niemand. Bovendien weet hij niet meer hoe hij zich voelt, hoe hij zich moet verhouden tot zijn omgeving. Hij zal de relaties met de mensen die hem voor het ongeluk zo dierbaar waren van de grond af aan weer moeten opbouwen.
"Zo is het bij mij ook gegaan. Ongeveer."
undefined