'Peter Sellars' werk zit vol tederheid'

AMSTERDAM - In de vreemde Peter Sellars-productie van Stravinsky's 'Oedipus Rex/Psalmensymfonie' die deze maand door de Nederlandse Opera in het Muziektheater wordt gebracht, is één element boven alle kritiek verheven: Lorraine Hunt. Met een prachtige theatrale uitstraling en een uniek welluidende stem geeft zij gestalte aan de onfortuinlijke Jocaste, moeder en echtgenote van Oedipus. De pers had unaniem grote lof voor haar interpretatie.

De Amerikaanse mezzosopraan Lorraine Hunt maakt haar debuut bij de Nederlandse Opera; de rol van Jocaste zingt zij voor het eerst. Hunt maakte vooral naam in barokproducties van opera's van Hündel (o.a. Irene in 'Theodora'), Rameau (Phèdre in 'Hippolyte et Aricie') en Charpentier (titelrol in 'Médée'). Hierin werkte zij vaak samen met regisseur Peter Sellars.

Ze kan inmiddels wel gezien worden als een echte Sellars-zangeres; voor Stravinsky's 'Biblical scenes' keert zij volgend seizoen met Sellars terug bij DNO en tijdens de uitreiking van de Erasmus-prijs aan Sellars in november zal Hunt een door Sellars geënsceneerde Bach-cantate uitvoeren.

“In de producties van Peter wordt heel vaak de menselijke zwakte en breekbaarheid zichtbaar.” Hunt pauzeert even. Weloverwogen kiest ze haar woorden, zoals ze dat gedurende het gesprek steeds zal doen. “Zijn werk zit boordevol tederheid; dat zien mensen nog weleens over het hoofd. Hij heeft ook absoluut niet de pretentie dat hij met iets perfects bezig is, of met kunst met een grote K.”

“Voor hem is het steeds een menselijk iets. Daarom hebben de koorleden in deze productie ook allemaal een ander kostuum aan en maken ze allemaal op hun eigen manier hun gebaren. Peter behandelt iedereen in het theater, van toneelknecht tot hoofdrolzanger, als gelijke personen. Hij moedigde de koorleden aan individuele personen te zijn.”

Het is duidelijk dat Lorraine Hunt graag werkt met Sellars, ook al geeft zij toe dat het soms wel erg moeilijk is. “De gebarentaal die hij ontwikkelde voor deze productie is nogal lastig. Eerst dacht ik: dat lukt me nooit. Het is zo moeilijk om twee heel verschillende dingen tegelijkertijd te doen.” Om haar woorden kracht bij te zetten draait Hunt haar ene hand rechtsom boven haar hoofd en de andere linksom voor haar borst. “Zoiets moet je je erbij voorstellen. Het is zo frustrerend als het je in eerste instantie niet lukt. Maar langzaamaan begint het in te slijpen en ga je het automatisch doen. Omdat ik al zo vaak met Peter gewerkt heb, gaat dat me steeds sneller af.”

“De regies van Sellars staan altijd bol van beweging. De eerste keer dat ik met hem werkte was dat al zo. Dat was in 1985 in New York met Hündels 'Giulio Cesare'. Ik had daarin vijf grote da capo-aria's te zingen. Heel moeilijk en vermoeiend, maar Peter wilde daar ook nog veel en lastige bewegingen bij. Voor 'Oedipus Rex/Psalmensymfonie' ontwikkelde Peter de gebarentaal zelf. Alle gebaren staan in verband met de tekst, iedere beweging is een woord.”

“Het koor doet het ook fantastisch. Zonder overdrijven vind ik het koor hier het allerbeste operakoor dat ik ooit gehoord heb. En ze zijn ook erg betrokken bij de productie. Als de koorzangers een prikklok-mentaliteit hadden, zou je zo'n soort productie als deze niet van de grond krijgen. Je doet voor honderd procent mee, of niet.”

Sellars blijft bij dit alles volgens Hunt heel open. “Hij komt met bepaalde ideeën over het werk dat hij gaat doen, maar die zijn allerminst vastomlijnd. Hij werkt erg met het moment tijdens de repetities. Hij kan soms radicaal iets wijzigen. Voor deze productie is er ook het nodige omgegooid.”

Het was Sellars' idee om Hunt voor de rol van Jocaste te vragen. Al eerder was Hunt eens benaderd voor de rol, maar ze kon toen wegens contractuele verplichtingen niet. En heel erg vond ze het niet. Ze kende de rol, omdat ze de opera een keer als toeschouwer zag en ze vond er niet veel aan. Dat is inmiddels wel veranderd. “De rol is klein. Bij opkomst moet Jocaste direct beginnen aan haar enige aria om vervolgens zonder pauze over te schakelen naar het virtuoze duet met Oedipus. Die twee delen moeten meteen staan, je krijgt later geen kans meer om jezelf te verbeteren. Vooral dat duet is lastig; iedere keer weer klinkt het in mijn oren als een groot circus. Al met al is het heel bevredigend, maar dat de rol zo klein is, blijft een vreemd gevoel: het begint en voor je het weet is het al voorbij.”

“Jocaste hoort wel bij het type vrouwen dat ik graag zing. Grote tragische heldinnen zoals Medea en Phedra met mythische proporties. Die karakters hebben zo'n geweldige kracht en dragen zoveel gewicht met zich mee; zij staan voor iets veel groters dan mijzelf. Jocaste zingt prachtige pure, simpele lijnen. Er zit veel Hündel en Verdi in haar muziek, maar er zit ook heel veel hart in. En boven alles is het Russisch! Ik vind dat Peter mijn opkomst heel mooi geregisseerd heeft, als in een droom. Ik hoef eerst ook helemaal geen gebaren te maken, moet alles bij mezelf houden. Geen scène maken, zoals Jocaste ook zingt. Maar het mooiste moment vind ik als Jocaste Oedipus wiegt. Daarin ligt hun bijzondere liefde besloten; niet alleen die tussen man en vrouw, maar ook die tussen moeder en zoon.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden