Peter Römer Tussen helden en sterren leer je relativeren

Peter Römer (Amsterdam, 1952) begon zijn carrière als acteur, werd regisseur, scenarioschrijver en tv-producent. Nu staat hij op de planken in de door hem geschreven voorstelling 'Baantjer'. Deze maand verscheen zijn roman 'Bedrog'.

ARJAN VISSER

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Toen ik een jaar of zeventien was, heb ik het volgende bedacht: er is een luciferdoosje, dat ligt in een kastje, het kastje staat in een kamer, de kamer maakt deel uit van een huis, het huis staat in een straat, een straat in de stad, een stad in het land, het land op de wereld, de wereld in een melkwegstelsel, het melkwegstelsel eh... Er komt dus een punt waarop iets nergens meer in past. Wij geloven alleen in dingen die een omhulsel hebben, die te behappen zijn. Het zou mij niets verbazen als er nóg iets is, iets wat dit alles, ons bestaan, een reden geeft. Ik begrijp wel waarom mensen kiezen voor één bepaald geloof - geloof is ook belangrijk als bindend element in de samenleving, als doorgeefluik van cultuur en sociaal gedrag - maar het probleem is dat er bij een geïnstitutionaliseerd geloof altijd hiërarchie om de hoek komt kijken. Zodra er hiërarchie is, volgen misbruik, onderdrukking en straf. Daarom houd ik graag alles open. God bestaat. God bestaat niet. Geloof wat je wil, maar probeer het mij niet op te dringen."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Het is fijn om bewonderd te worden, maar je moet niet op een voetstuk willen staan. Die dingen worden alleen maar gebruikt om je weer vanaf te kunnen schoppen. Ik ben opgegroeid tussen de helden en de sterren, het heeft me vooral geleerd te relativeren. Ko van Dijk moest tijdens de repetities ook gewoon naar de wc. Begrijp je? Ieder heeft zijn eigen talent, maar uiteindelijk zijn we zijn allemaal gelijk."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Als jij gelooft wat ik geloof, wordt mijn geloof sterker. Als je niet gelooft wat ik geloof, wordt het zwakker. Dus als jij gaat roepen dat mijn God een stomme idioot is, ga ik misschien wel twijfelen. Volgens mij hebben ze om die reden dit gebod bedacht. Het is niet bedoeld voor de gelovige, maar voor de ongelovige. De vloek zit niet in mij; hij zit in degene die zich er door aangesproken voelt."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Het is natuurlijk onzin dat je op zondag van God niet zou mogen handelen, maar ik vind wel dat je een of twee dagen per week zou moeten gebruiken om de boel te resetten, om te reflecteren op jezelf. Ik merk dat ik steeds meer rust krijg in mijn leven. Vroeger geloofde ik het niet, maar het is echt waar: je weet meer als je ouder bent. Natuurlijk maak ik me nog altijd druk als er iets met de kinderen of de kleinkinderen gebeurt, maar als ik politici hoor zeggen dat ze ergens geen andere oplossing voor hebben, denk ik: what else is new? Ik heb die riedels al zo vaak gehoord. Ze hebben in Den Haag een horizon van drie maanden en proberen mij wijs te maken dat ze vier jaar lang een land kunnen regeren. Regeren is vooruitschuiven. Daar ben ik al een tijdje achter."

V Eer uw vader en uw moeder
"Het was geen knuffelgezin. Het heeft lang, heel lang geduurd voordat mijn vader zei: 'Ik hou van je'. Maar ik heb het hem horen zeggen. Twee keer zelfs. Het was in zijn laatste levensjaar, daar is alles rondgekomen. Ik heb altijd geweten dat hij van me hield, maar dat soort dingen sprak je gewoon niet uit. Al dat zoenen en huggen van tegenwoordig, daar zijn wij Römers niet zo van. We doen het wel, maar niet met gemak.

Mijn vrouw heeft mij moeten leren dat ik tegen mijn kinderen moet zeggen dat ik trots op hen ben. Ouders zouden op een affectieve manier in hun kinderen moeten investeren. Ik weet niet precies hoe het komt dat mijn vader en moeder niet zo bedreven waren in het eren van hun kinderen. Misschien heeft het te maken met het feit dat ze in tien jaar tijd van absolute armoede - het laatste beroep van mijn vader voor hij acteur werd, was kolenboer - naar high life zijn gegaan. Hard werken. Geen tijd voor gedoe. Onze opvoeding was er een van laissez faire. Enerzijds zorgde die vrijheid voor vertrouwen, maar ik heb me ook alleen gevoeld. Ik had bijvoorbeeld een vreselijke hekel aan school. Ik had erg veel moeite met lezen en schrijven. Pas in het vierde jaar van de hbs begreep ik een beetje hoe het moest. Tegen die tijd had ik voldoende woordbeelden opgeslagen om de lesstof te kunnen volgen. Later, toen we hoorden dat mijn jongens - Thijs, Job en Bram - dyslectisch zijn, begreep ik: ik was natuurlijk zelf ook zo dyslectisch als een ui! En nog steeds hoor. Als je mij vraagt hoe je begrafenis schrijft, zal ik nog twijfelen tussen een f en een v. Hoe dan ook: er was bij mij thuis geen aandacht voor. Een slecht rapport maakte helemaal geen indruk. 'Daar staat toch ook een zeven?', zei mijn vader dan. 'Ja maar, die is voor verzuim!' 'Wat maakt het uit? Een zeven is een zeven.'

Bram, mijn jongste, is dit jaar geslaagd voor het atheneum. Tijdens het zoveelste examenfeest hier in huis herinnerde ik me dat er niemand bij mijn diploma-uitreiking was geweest. Toen ik het papiertje aan mijn ouders liet zien, was het: 'Leuk'. Meer niet. Nee, het was niet per se vervelend, zo ging het er bij ons thuis aan toe.

Je moet niet vergeten dat ik al op jonge leeftijd ook een zakelijke relatie met mijn vader had. We speelden samen in de televisieserie 'De Proemel' en ik werkte met hem als regisseur en producent. Als ik bij hem langskwam, was het zelden voor een kopje thee. We moesten teksten doornemen, zaken doen. Als mijn kinderen iets goed doen, laat ik van me horen. Ik geef complimenten of probeer anderen te enthousiasmeren voor de dingen die ze hebben gemaakt. Mijn vader gaf nooit een compliment. Nooit. Vond hij niet nodig. Je doet gewoon je werk. Een groenteboer wil toch ook niet iedere dag horen hoe mooi hij zijn peertjes heeft neergelegd? Volgens mij, maar dat bedenk ik nu hoor, heeft hij zijn eigen succes altijd als een onterecht cadeau beschouwd. Misschien heeft hij gedacht: zo lang ik daar niet de aandacht op vestig zal niemand zich afvragen waar Piet Römer nou eigenlijk zijn succes aan te danken heeft.

Ik had geen bijzondere band met mijn vader maar dat gold, denk ik, voor iedereen. Hij was zo'n jongen die op zijn zeventiende, achttiende uit de oorlog was gekomen. Een overlever. Hij kon je wel de indruk geven dat hij iets met je wilde delen, maar in feite was hij op zichzelf en eenzaam. Een eenzame man met heel veel vrienden en een groot gezin. Dat hij op het eind van zijn leven toch nog zulke lieve dingen heeft gezegd, was echt een groot geschenk.

Mijn moeder was vroeger, net als mijn vader, niet erg uitbundig in het tonen van affectie. Ze was heel liefdevol, maar nooit fysiek. En nu, op haar 85ste en al jaren dement, wil ze ons voortdurend kusjes geven. Als ik binnenkom, begint ze te stralen. Ze kent mijn naam niet meer, maar ze weet wel dat ik bij haar hoor. Er is nu vierentwintig uur per dag verzorging en verpleging in huis; het is iedereen duidelijk dat haar lichaam zich tegen het leven begint te verzetten. Een tijdje geleden is ze gevallen, natuurlijk. Brak haar heup, natuurlijk. Doordat ze niet goed kan bewegen, krijgt ze blaasontstekingen, natuurlijk. Dat hele lijf roept: het is afgelopen! Maar ja... Niemand ziet haar graag vertrekken. Mijn moeder is een soort waxinelichtje. Een vrolijk wapperend vlammetje dat straks, hopelijk zonder strijd, langzaam dooft.

Ik zal verdrietig zijn als ze er niet meer is, maar ik ben ook dankbaar voor de vreugde die er is geweest, voor alles wat ze voor mij heeft betekend. Het leven is eindig, zo is het nu eenmaal. Als je jong bent, leef je met een eindeloos perspectief. Inmiddels weet ik dat het ieder moment afgelopen kan zijn."

VI Gij zult niet doodslaan
"Een moord op zichzelf vind ik niet zo interessant. Wat mij fascineert is: hoe komt de moordenaar tot zijn daad? Het leven is - buiten de dingen waarop we geen invloed kunnen uitoefenen - een reeks van beslissingen die we nemen, een optelsom van de keuzes die we maken. Opstaan is al een keuze. Je kunt ook in je bed blijven liggen, dan gebeurt er helemaal niets die dag - alhoewel, je weet het nooit, misschien komt het plafond wel naar beneden.

Als schrijver houd ik ervan om mijn karakters te volgen. Soms zie ik er één een hoek omslaan en denk: krijg nou de kolere! Waar gaat hij heen? Zo rolt hij van de ene in de andere situatie en aan het eind van de dag zie je hem boven een lijk gebogen staan, zich afvragend hoe het ooit zo ver kon komen. Dat was helemaal zijn intentie niet, toen hij die ochtend uit zijn bed was gestapt... Ik houd niet van gruwelverhalen en krankzinnige slachtpartijen; het gaat mij om die treurnis, om het menselijk tekort. Dat je iets doet wat je eigenlijk helemaal niet had willen doen. En hoe je vanaf dat punt verder gaat met je leven."

VII Gij zult niet echtbreken
"Dat heb ik wel gedaan, maar het had niets te maken met een potje rondneuken ofzo: ons huwelijk was gewoon voorbij. Zij was in haar geestelijke ontwikkeling veel verder dan ik, wist veel beter wat ze wilde. Ze wilde een kind. Dat werd Nienke. Ik was pas tweeëntwintig. Toen moest er nog een kind komen. Goed. Nog een kind. Heb ik ook gedaan. Ik had gewoon niet voldoende onderkend wat het voor mij zou betekenen, ik ging het conflict daarover uit de weg. Nienke en Thijs zijn twee geweldige kinderen, het vaderschap is tot iets prachtigs uitgegroeid, maar het huwelijk werd er niet beter op. Ik was jong, onervaren in de toneelwereld waarin ik terecht was gekomen en moest ook nog twee kinderen zien op te voeden. We kregen geen ruzie of zo, maar we lieten elkaar onverschillig. Daar kon ik wel mee omgaan, maar mijn ex wilde zo niet langer doorgaan.

Ik denk niet dat er één ware is, volgens mij lopen er meerdere 'waren' rond. Ik heb met Annet ontzettend veel mazzel gehad. Ik kende haar al heel lang. Haar vader was gitarist en hij heeft samen met mijn vader voorstellingen gemaakt. Ze woonden honderd meter bij ons vandaan. Annet kwam wel eens bij me kijken als ik op mijn kamertje zat te tikken - ik zou schrijver worden, zei ik tegen haar - maar zij was acht en ik was zestien... Inmiddels zijn we dertig jaar bij elkaar en we hebben samen nog twee kinderen gekregen. Met haar is elke dag vol vreugde. Oké, dat is inderdaad een beetje hysterisch, maar... nee wacht eens, ik meen het echt! Het kost me geen enkele moeite om haar trouw te zijn. Ik ben sowieso geen licht ontvlambaar type en ik heb nooit de behoefte gehad om mijn lul achterna te lopen. Het lijkt me vreselijk om steeds maar weer verliefd op een ander te moeten worden. Een onrustig leven, da's niks voor mij."

VIII Gij zult niet stelen
"Alles - ideeën, karakters - in mijn boeken is gepikt, maar de toon is onmiskenbaar van mij. Beetje afstandelijk, licht ironisch, tongue in cheek. Het is zo'n beetje hoe ik in het leven sta. Je zult mij niet schreeuwend over straat zien gaan. Ik houd grote emoties graag op afstand."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"De waarheid, dat is zo'n overschat begrip. Mensen die je, bijvoorbeeld, in een café, gewoon even de waarheid willen zeggen. De waarheid? Flikker op zeg! Er is een werkelijkheid - tenminste: een werkelijkheid die voor ons zichtbaar is - en daar geven we allemaal onze eigen interpretatie aan. Jij hebt jouw waarheid, ik de mijne."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Voor mij is het hoogst haalbare dat ik gezien word als schrijver. Als ik zie dat een of andere lul - die eigenlijk helemaal niets kan - veel meer boeken verkoopt dan ik, ben ik wel jaloers. Kortstondig. Ik heb namelijk helemaal niets te klagen. Mijn leven verloopt prachtig tot nu toe. Nee, ik ga niet met je mee als jij De Dood bent... maar wat een schitterend idee, Arjan! Stel je voor: er is een man, die interviewt mensen aan de hand van de Tien Geboden, ze voelen zich bij hem op hun gemak - dat merk je toch? - ze geven hem koffie en koekjes, gooien hun ziel en zaligheid op tafel en dan, helemaal aan het eind, zegt hij: 'Dit was uw leven, komt u maar met mij mee.' Wauw... wat een geweldig verhaal. Bijna eng. Maar goed, ik zal wel mee moeten natuurlijk, ik heb geen keuze. Dan had ik de deur maar niet voor je open moeten doen. Al had ik graag nog wat langer willen leven. Voor mezelf, voor mijn gezin, voor mijn lezers, voor...Nee, 't is nooit genoeg. Dat vat het wel zo'n beetje samen. Het is nooit genoeg."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden