Peter Pot verruilt politiek voor kerk

De Zwolse wethouder Peter Pot verliet zaterdag na veertien jaar de politiek. Kardinaal Simonis heeft hem benoemd tot lid van het pastorale team van parochie De Wijngaard in Arnhem, waar hij vandaag begint. „In de kerk kan ik mijn talenten en ervaring als bestuurder momenteel het beste kwijt.”

De enige wethouder van De Groenen in Nederland houdt ermee op. Peter Pot (45) richtte veertien jaar geleden de afdeling Zwolle op van de politieke partij die pleit voor duurzame ontwikkeling en streeft naar harmonie tussen mens en natuur. Hij zat acht jaar in de gemeenteraad, tot in 2002 een lijstcombinatie met GroenLinks ervoor zorgde dat hij wethouder werd, vanzelfsprekend met een groene portefeuille. Maar na 5,5 jaar stapt de pionier uit de politiek, om ’projectleider kerk en samenleving’ te worden in Arnhem-Noord.

Een opmerkelijke carrièrestap. Beviel de politiek niet?

„Het loopt juist heel goed, ik ben dik tevreden over wat ik heb bereikt. Kijk, de Zwolse Courant heeft net een verhaal geschreven over de Nooter Hof, een park dat groen blijft. Na dertien jaar touwtrekken of de grond moet worden bebouwd of niet, bijna mijn hele actieve politieke periode. Dat heb ik mooi kunnen afmaken. Zwolle is in 2005 verkozen tot groenste stad van Nederland en vorig jaar tot groenste van Europa, daar ben ik trots op. Ik had het naar mijn zin.”

„Voor de zomer ben ik door het aartsbisdom gevraagd voor deze functie. Daar kun je in de politiek niet met anderen over praten, maar gelukkig kon ik in de zomer een beetje afstand nemen.

Ik heb gesprekken gevoerd in Arnhem, ben er gaan rondfietsen met mijn vrouw. De ene dag dacht ik: ik doe het. De volgende dag: ik doe het niet. Maar op een gegeven moment zei mijn hart: je moet het doen. Dit komt op mijn pad, het is geen toeval, daar geloof ik niet in.

Ze willen me graag hebben in Arnhem, ik voel me welkom, het klikt.”

Wat gaat u precies doen?

„Eigenlijk ga ik vanuit de kerk doen wat ik tot dusver als wethouder deed. Proberen mensen in aanraking te brengen met de katholieke kerk, contacten leggen met andere geloofsgemeenschappen, activiteiten organiseren die openstaan voor randkerkelijken, buitenkerkelijken en niet-gelovigen. Themabijeenkomsten geloven en werk, geloven en politiek; de Walburgiskerk in Arnhem is daar heel geschikt voor.”

„En ik wil proberen nieuwe vrijwilligers te mobiliseren. De Wijngaard is een grote parochie, alle Arnhemse parochies ten noorden van de Rijn en die in Velp en Rozendaal zijn gefuseerd. De taken die vroeger door pastoors en kapelaans werden uitgevoerd, zijn verdeeld onder de leden van het pastoraal team. Eigenlijk is het bijzonder dat ik daar al in ben benoemd, want ik heb mijn studie theologie nog niet afgerond.

Daar ben ik in 1995 mee begonnen, aan de rooms-katholieke hogeschool D’Bruynvis in Amsterdam, naast mijn raadslidmaatschap. Toen ik wethouder werd had ik geen tijd meer om te studeren, dus ik ben nu bachelor en moet nog drie jaar voor mijn master. Dat ga ik nu afmaken.”

Maar wat bezielt u nou om de politiek in te ruilen voor de kerk?

„Vanaf mijn vroegste jeugd volg ik dit tweesporenbeleid. Kerk en politiek lopen dwars door mijn leven. Toen ik een jaar of zeven was, wilde ik missionaris worden, later pastoor. Ik ben opgegroeid in Hoonhorst, een katholiek dorp bij Dalfsen. Na het Thomas a Kempis College in Zwolle heb ik eerst een jaar psychologie gestudeerd en daarna geschiedenis, in Groningen. Daar ben ik in de politiek beland. Toen ik eenmaal raadslid was in Zwolle, kwam de oude liefde voor de theologie weer boven.”

„Als tiener heb ik nog gefolderd voor de KVP, maar door het katholieke geloof kwam ik bij De Groenen terecht. Als student liep ik stage bij het Documentatiecentrum voor Nederlandse Politieke Partijen. We werkten aan de eerste generatie ’Stemwijzer’ en daarvoor moest ik me verdiepen in alle partijprogramma’s.

De sociaal-ecologische visie, leven in harmonie met de schepping, eerlijke verdeling van goederen, het rentmeesterschap, dat kwam bij De Groenen – we spreken over de jaren tachtig – beter tot zijn recht dan in het programma van het CDA.”

„Ik had wel sympathie voor Van Agt, toch een markante man, en ik vind dat Lubbers het op zich aardig heeft gedaan, met een warme uitstraling als premier. Maar ik was in 1994 campagneleider bij de Europese verkiezingen voor De Groenen. Priester Herman Verbeek was lijsttrekker, hij heeft tien jaar in het Europees Parlement gezeten. We hebben nog steeds contact. Hij schrijft nu lied- en getijdenboeken.”

„Ik ben eerder ambtelijk secretaris geweest van het dekenaat Salland, bij Gerard de Korte, die nu hulpbisschop is en met wie ik contact zal onderhouden over kerk en samenleving. Wat werk betreft ga ik dus terug naar de kerk. Daar kan ik nu het best mijn talenten en ervaring als bestuurder kwijt. Ook in mijn politieke jaren heb ik een band gehouden met de kerk. Wij gaan elke zondag met onze drie kinderen, mijn vrouw is gereformeerd synodaal, maar we zijn in de katholieke kerk getrouwd.”

Volgens recente onderzoeken gaat het niet echt goed met de kerk. Wat kunt u doen om het tij te keren?

„De katholieke kerk heeft een geschiedenis van tweeduizend jaar. De meeste mensen vergelijken de huidige tijd met het Rijke Roomsche Leven, maar daar vóór was het kerkbezoek ook matig. En in de 17de en 18de eeuw was Nederland missiegebied, dat zijn we nu allang vergeten. Ik voel me aangesproken door de missiebrief van de bisschoppen, die vorig jaar is uitgekomen. Daarin beschrijven zij het beleid van de kerk om missionair te zijn. Hulpbisschop De Korte draagt het standpunt van de kerk ook vaak uit in de actualiteit, we komen meer naar buiten. Het zou mooi zijn als mensen die die kerk niet kennen een kijkje zouden komen nemen, want er is veel veranderd.”

Toch staat de katholieke kerk geregeld bloot aan kritiek, bijvoorbeeld met het afwijzen van condooms terwijl het aids-probleem in Afrika groot is. Hoe legt u dat dan uit?

„Aan de ene kant heb je de leer, aan de andere kant de praktijk. De leer mag streng zijn, maar in de praktijk kan er veel en is de katholieke kerk gewoon ruimhartig. Liefde voor God en liefde voor je naaste als jezelf, met dat uitgangspunt moet je in de praktijk met je talenten aan de gang. Vergeet niet dat de kerk al tweeduizend jaar bestaat en over de hele wereld is vertegenwoordigd.

Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie, tussen 1962 en 1965, is er in de kerk enorm veel teweeg gebracht. Misschien voor sommigen nog niet genoeg, maar het is wel zichtbaar: de priester staat niet meer met zijn rug naar de gelovigen, de liturgie is niet meer in Latijn maar in volkstaal, er worden leken bij de kerk betrokken. Helaas is het verplichte celibaat niet gesneuveld. Dat is in Nederland wel geprobeerd en dat had ik wel wat gevonden. De bisschoppen praten er nog wel eens over, Muskens heeft er voor gepleit om in elk geval rijpere mannen dus wie weet wat mij nog te wachten staat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden