Peter-Jan Wagemans zoekt de emotie

Ieder jaar presenteert Het Brabants Orkest een zogehten Componistenportret. Het is deze keer geheel gewijd aan het werk van componist Peter-Jan Wagemans (1952). Speciaal voor deze gelegenheid schreef hij twee nieuwe werken, 'Strijkkwartet' en 'Nachtvluchten'. Wagemans laat zich bij het componeren leiden door de emotionele inhoud van de muziek en vindt zijn inspiratiebronnen niet zelden buiten de engere wereld van de muziek, zoals de film of de beeldende kunst. Daarmee onderscheidt hij zich van veel eigentijdse collega's die vooral de structurele, abstracte kant van de muziek benadrukken. Wagemans gebruikt daarentegen de expressieve waarde als muzikaal uitgangspunt, hij schrijft voor het publiek.

“Engelen horen bij de adventstijd” moeten ze bij het Brabants Orkest gedacht hebben, want precies een jaar na de wereldpremière gaat het orkestwerk 'De stad en de engel' van Peter-Jan Wagemans opnieuw in première in de decembermaand. Ditmaal in Eindhoven, tijdens het 'Componistenportret' dat het Brabants Orkest wijdt aan deze componist.

“Toch gaat 'De stad en de engel' juist niet over het kerstverhaal of over een verkondiging”, verklaart de componist op de zolder van zijn oude Dordtse woning. “De titel verwijst indirect naar een schilderij van de Vlaamse schilder James Ensor, die zich de 'Intocht van Christus in Brussel' trachtte voor te stellen. Wat mij in het schilderij boeide, was de broeierige feeststemming waarvan je weet dat die ook elk moment in agressie, in 'zinloos geweld' kan omslaan. Terwijl er in de stad van alles borrelt en bruist, is tegelijkertijd toch ook de hemelsblauwe lucht zichtbaar, die een totaal andere, serene sfeer vertegenwoordigt. In het orkestwerk probeer ik niet alleen deze twee lagen uit te beelden, maar ook vooral het moment dat de twee sferen elkaar 'raken', het moment waarop het profane met het hemelse in verbinding komt.”

De première van het orkestwerk verleden jaar, in de Premièreserie van het Koninklijk Concertgebouworkest, had wel te lijden onder het feit dat ook een gigantisch orkestwerk van Edgard Varèse op het programma stond, dat alle aandacht voor zich opeiste. Niet alleen tijdens de voorbereiding, maar ook bij de uitvoering. Zoals de meeste kranten merkte ook Trouw toen op dat 'De stad en de engel' wel moest verbleken naast 'Ameriques' van Varèse, dat een bezetting van zo'n honderdtwintig man op de been bracht.

“Ik had dit orkestwerk juist in een Mozart-achtig, lichte toets gehouden,” legt Wagemans uit. “Bij de repetities verleden jaar was het dus wel even schrikken, toen ik met de rest van het programma geconfronteerd raakte. Even schoten de woorden van Debussy door mijn hoofd, wiens werk ooit naast dat van Wagner was geprogrammeerd. Hij schijnt toen gezegd te hebben, 'dat hij zo wel een armoedzaaier moest lijken, die zich de weelde van de contrabastuba niet kan veroorloven'. Maar hoewel de première wel geleden heeft onder Varèse, moet ik in de eerst plaats zeggen dat het een geweldige ervaring was met zo een fantastisch orkest is te vverken. En Chailly is werkelijk een ontzettend goede dirigent.”

Voor de uitvoering door het Brabants Orkest heeft Wagemans nog eens goed naar het werk gekeken. Daarbij kwam hij tot de conclusie, dat het eind van het werk te abrupt kvvam. Hij heeft het slot nu verder uitgewerkt, zodat het stuk nu In zekere zin opnieuw in première gaat. In 'De stad en de engel' maakt Wagemans gebruik van een bijzonder effect. Van de twee klokkenspellen is er één een kwarttoon hoger gestemd. Wat is de zin van deze operatie?

Wagemans: “Samen geven ze, juist door die verstemming, een apart tintelende, zwevende klank, die ik gemakshalve maar 'engelenpoeder' heb genoemd. Die klank komt in de context Van de compositie heel goed van pas. Ze vertegenwoordigt natuurlijk de hogere sfeer, terwijl ik voor de sfeer van het aardse gebruik heb gemaakt van een mis van Jacob Obrecht, de Missa 'Maria zart'. De lage strijkers spelen dit citaat, zodat het nauwelijks herkenbaar is. Gaandeweg verandert het wat koddige wijsje uit deze mis in boze kwaadaardigheid.”

Inmiddels heeft Wagemans de smaak van het werken met anders gestemde instrumenten te pakken gekregen. Hoewel hij het verstemde klokkenspel op eigen kosten nnoest laten vervaardigen, werkt hij nu aan een stuk met een hele batterij aan verstemde slagwerk-instrumenten. Ook in 'Nachtvlucht' - de compositie, die hij spontaan aanbood te schrijven toen hij hoorde van de plannen voor dit componistenportret - is het verstemde klokkenspel weer in de gelederen van het orkestinstrumentarium terug te vinden.

“In deze compositie gebruik ik vier gedichten van zeer verschillende herkomst. Het stuk gaat niet alleen over een vlucht gedurende de nacht, maar vooral over een vlucht uit de nacht. De drie korte, instrumentale tussenspelen verwijzen daarom ook expres naar het nachtelijk tijdsverloop. Ik doopte ze 'Nocturnes', 'Metten' en 'Lauden'. Maar tussen deze bewust wat 'schetsmatig' gehouden tussenpelen, klinken liederen. Na twee heftige 'zwarte' gedichten van Georges Bataille, die eigenlijk nergens over gaan, plaatste ik bewust een tekst over ècht leed, de smartlap 'Mammie zal komen'. Ter afronding en om aan te geven dat de dageraad gloort, koos ik het gedicht 'De duif' van Vasalis. Wanneer de nacht geweken is, resteert een beeld van de hoop: een straat met een door zonlicht beschenen duif.”

Naast de avond waarop het Brabants Orkest een aantal orkestwerken Van Wagemans speelt, is er ook een avond met kamermuziek aan hem gewijd. Het Doelenkwartet speelt dan een brandnieuw strijkkwartet van hem in de Kleine Zaal van het Eindhovense Muziekcentrum. Een genre dat Wagemans tot dusver niet beoefende.

“Hoewel ik een natuurlijke affiniteit voel met het orkest en vooral met blazers”, licht Wagemans zijn keuze voor het strijkkwartet toe, “heb ik zeeën van kamermuziek door mijn handen laten gaan, omdat ik ook voor het Rotterdams Doelenensemble werk als programmeur. Ik heb zeker zo'n honderd verschillende moderne strijkkwartetten beluisterd, en raakte gaandeweg gefascineerd door de directheid die het strijkkwartet impliceert. Wat je verzint kun je direct opschrijven, zonder dat je je om allemaal ingewikkelde instrumentatiewetten hoeft te bekommeren. Behalve intiem, kan het strijkkwartet toch ook echt monumentaal klinken. Gaandeweg wordt het kwartet, dat intiem begint, dan ook steeds brutaler, tot het in het vijfde deel echt probeert uit zijn voegen te breken.”

Wagemans begon zijn internationale componistencarrière vooral in 1979, toen zijn 'Muziek 21' werd uitgevoerd tijdens het Nieuwe Muziekfestival van Donaueschingen. Sindsdien is het beeld blijven hangen van een componist, die vooral het modernisme in de muziek verkettert en afgeeft op wat hij noemt, nieuwe 'muziekfestivalmuziek' In een beknopt college legt hij uit wat hem aan de 'modernisten' als Cage en Stockhausen stoort en hoe zijn eigen ontwikkelingsgang eruit ziet.

“Waar ik vooral op tegen ben is de alleenheerschappij van de avantgarde-stroming en de gevolgen daarvan. Terwijl je op het Festival Oude Muziek bij wijze van spreken likkebaardend rondloopt, is een Nieuwe Muziek Festival vooral een 'koude, winderige hoek', zoals Peter Schat dat ooit noemde. Ik ben zelf erg geïnspireerd geraakt door een boek over postmoderne architectuur. Sindsdien weet ik wat ik met mijn muziek wil: een muzikaal verhaal vertellen, een vernieuwd classicisme, waarbij ik best gebruik wil maken van de verworvenheden van het modernisme. Maar ik leg me er niet bij neer dat slechts enkelen bepalen hoe de Nieuwe Muziek er uit mag zien. Dat is de dood in de pot, het einde van de klassieke muziek. En dat, terwijl er nog zo ontzettend veel te vertellen valt, met de middelen van de klassieke muziek.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden