PETER HUIJBREGTS

Peter Huijbregts (50) is groepschef van de jeugd- en zedenpolitie in het Utrechtse district Paardenveld. Hij geeft leiding aan acht rechercheurs, is voor de stad Utrecht betrokken bij het beleid inzake zeden, prostitutie en vrouwenhandel en landelijk bij een adviesgroep kinderporno.

Tachtig procent van de 'klandizie' van de jeugd- en zedenpolitie bestaat uit jeugdzaken en twintig procent uit zedenzaken. Qua tijdsbesteding is het precies andersom. Zedenzaken zijn heel bewerkelijk. Je moet heel wat tijd investeren voordat een slachtoffer begint te praten over wat hem of haar is overkomen. Je hebt veel contact met ouders en hulpverleners; daar gaat ook een hoop tijd in zitten.

In dat slachtoffergericht werken heeft de Utrechtse politie eind jaren zeventig het voortouw genomen. Er was in die tijd heel veel in beweging. De emancipatie kwam opzetten. Er is toen een samenwerkingsverband opgezet met de Vereniging tegen seksueel geweld. Dat heeft later landelijk navolging gekregen. Ik ben zelf via een stage in 1975 terechtgekomen bij wat toen nog de zedenpolitie was. Zo ben ik erin gerold. Eigenlijk is het terrein nog steeds in beweging en dat maakt het zo aantrekkelijk. Incest, seksueel geweld door hulpverleners, misbruik van verstandelijk gehandicapten, kinderporno: er is elke keer wel iets wat interessant is. Maar dit werk moet ook een soort roeping zijn, anders houd je het niet vol.

Bij de jeugd- en zedenpolitie komen de meeste gevallen van langdurige overspannenheid voor. Ik ben zelf in mijn begintijd ook een paar maanden overspannen geweest. Er werd niet op gelet dat je achter elkaar een paar zaken met dode kinderen had gehad en tussendoor nog een paar verkrachtingen; dat moest maar kunnen. Je kon je verhaal nergens kwijt. Daar kwam bij dat er thuis ook moeilijkheden ontstonden omdat je overuren maakte en afspraken niet kon nakomen. Het thuisfront laten zitten, dat valt vooral slecht in jonge gezinnen.

De laatste tijd hebben we minder overspannen collega's. Er kan nu over gepraat worden en als je emotioneel bent, kun je dat tonen. Dat was vroeger in het macho-wereldje van de politie moeilijker. Er is nu ook een speciaal team dat collega's begeleidt die een traumatische ervaring hebben meegemaakt. Als je zo lang meeloopt als ik, leer je er beter mee omgaan. Maar er zijn ook collega's die afhaken en zelfs het korps helemaal verlaten. Je denkt dat je alles al een keer hebt meegemaakt, maar op het gebied van seksueel misbruik is alles mogelijk. Zo'n zaak-Dutroux kan in Nederland net zo goed gebeuren. Gelukkig zijn dat uitzonderingen, maar die neem je wel mee naar huis. Het is goed als je er thuis over kunt praten.

Figuren als Dutroux noemen wij pedoseksuelen of pedocriminelen. Dat zijn mensen die direct contact willen, meestal met meisjes. Ze handelen uit een impuls, pikken een meisje op en vermoorden haar of droppen haar ergens - als ze geluk heeft - uit de auto. Zulke mensen horen naar mijn mening in een tbs-inrichting thuis. Door de zaak-Dutroux merk je dat de angst toeslaat bij mensen die op de een of andere manier bij kinderporno betrokken zijn. Ze zorgen dat het pornomateriaal wordt vernietigd of op een veilige plek wordt opgeborgen. Maar gelukkig zijn veel mensen door alle publiciteit alerter geworden. Door een tip van een foto-ontwikkelcentrale is in Den Haag een man veroordeeld. Hier in Utrecht hebben we een soortgelijke zaak aan de hand.

De wetgeving is daarbij een beperking. Ontucht met minderjarigen is een zogenaamd klachtdelict. Al staat de verdachte op een foto of video, we kunnen pas onderzoeken en vervolgen als het slachtoffer, de wettelijk vertegenwoordiger en de Raad voor de kinderbescherming een klacht indienen. Zeker in Aziatische landen, waar veel van dit soort zaken spelen, is dat moeilijk. Tegen het vervaardigen van kinderporno kunnen we sinds dit jaar beter optreden. Er staat nu vier jaar cel op en dat geeft meer bevoegdheden om een verdachte te arresteren en vast te houden.

Ik heb bij de zedenpolitie altijd met pedofielen te maken gehad. Zij gebruiken op zich geen geweld tegen kinderen, zullen ze geen kwaad doen. Je kunt je natuurlijk wel afvragen of het allemaal vrijwillig gaat. Het is toch een volwassene tegenover een kind. Ik ben ervan overtuigd dat iedere pedofiel een kind seksueel misbruikt. Het is zijn geaardheid om verkering te zoeken met een kind. Dat zal misschien een week duren of twee weken of voor mijn part twee maanden, maar uiteindelijk komt het seksueel contact om de hoek kijken.

Een jaar of tien geleden speelde het plan om seksueel contact met kinderen vanaf twaalf jaar niet meer strafbaar te stellen. Dat paste in een sfeer van 'moet kunnen', het kind kan het zelf aangeven. Volgens mij kwam dat vooral uit de hoek van de pedofielen. Ik ben blij dat dat idee het niet heeft gehaald. Kinderen van twaalf jaar kunnen niet zelf bepalen wat ze willen, daar ben ik van overtuigd. Het zou niet eerlijk zijn om de grens bij twaalf jaar te leggen. In de praktijk zien we dat het meestal gaat om kinderen uit gebroken gezinnen of weggelopen kinderen. Ze zijn gevoelig voor contacten en belangstelling omdat er thuis geen aandacht is. Daar hebben pedofielen een fijne neus voor. Ze geven jongens (daar gaat het meestal om) snoep, eten, drinken, geld voor de automatenhal en een videootje, nemen ze zelfs mee op vakantie. Als je dat als alleenstaande moeder niet kunt betalen, ben je allang blij dat je kind iets extra's krijgt en zoek je er op dat moment niet gauw wat achter. Achteraf slaan ze zichzelf voor de kop en zeggen ze: hoe heb ik zo naïef kunnen zijn? Er zou toch een lampje moeten gaan branden als een kind met dure cadeaus of verhalen over vakanties thuiskomt. Zelf (ik heb drie kinderen) zou ik mijn kind niet zo gemakkelijk met een alleenstaande man laten meegaan. Je ziet om je heen dat het gebeurt en zoekt er gauw iets achter.

Voor kinderen die contact hebben gehad met pedofielen, ontstaan de problemen vaak pas als de relatie wordt beëindigd. Pedofielen hebben geen behoefte aan oudere kinderen. Zodra ze in de puberteit komen, zijn ze niet meer interessant en is het afgelopen. Dan merken de kinderen pas dat het niet om aandacht en vriendschap ging, maar om seksueel contact. Daar krijgen kinderen problemen mee. Er zijn maar weinig kinderen die uit zichzelf naar de politie komen. Meestal komen ze hier nadat ze met hun eerste vriendinnetje ruzie hebben gehad en het seksueel misbruik ter sprake is gekomen. Pedofielen zeggen dat het voor kinderen pas schadelijk wordt als ze bij de politie terechtkomen. In wezen is dat wel vaak het geval. Kijk, een kind ziet de relatie met een pedofiel in het begin niet zo als een probleem, neemt het seksuele contact op de koop toe. Soms vinden ze het nog wel spannend, zijn ze wat nieuwsgierig. Maar als de politie komt, merken ze dat het niet normaal en goed is wat die man doet. Sommige kinderen raken dan met zichzelf in de knoei, tot psychiatrische behandeling aan toe.

Ik heb bij de jeugd- en zedenpolitie een coördinerende taak. De afdeling is zo klein dat je nogal eens bijspringt bij een zaak en bijvoorbeeld verhoren afneemt. In de tijd dat ik op de afdeling werk, heb ik wel verschuivingen gezien. Pedofielen waren vroeger heel spraakzaam, vertelden meer dan het kind zelf omdat ze vonden dat ze geen strafbaar feit hadden begaan. Dat is behoorlijk veranderd. Ze waarschuwen elkaar, via eigen bladen als Martijn, om bij de politie gebruik te maken van hun zwijgrecht en beslist niet over andere personen of zaken te spreken.

Het is mijn taak om zaken voor daders en slachtoffers goed te laten verlopen, te zorgen dat het slachtoffer dezelfde rechten heeft als de verdachte en eventuele knelpunten oplossen. Als je dan ziet dat je een slachtoffer goed kunt helpen en ook nog een zaak rondmaakt, dan is het leuk werk dat voldoening geeft en de moed om door te gaan. Die krijg je niet als de dader eerder thuis is dan jij; dat gebeurt natuurlijk ook. Ernstige jeugd- en zedenzaken, die neem je mee naar huis. Vooral de onopgeloste zaken blijven je bij. Bij ons komen alle onnatuurlijke overlijdens van minderjarigen behalve de verkeersongelukken terecht: kinderen die pillen hebben geslikt, zijn verdronken of vermoord. Zo'n geval, dat is de volgende dag niet over. Je kunt er na verloop van tijd wel beter mee omgaan.

Hoe laat je werkdag ophoudt, is moeilijk te voorspellen. Ik probeer 's middags de bus van half zes te halen. Half vijf haal ik sowieso nooit. De mensen op deze specialistische afdeling houden de tijd niet zo in de gaten omdat ze zo betrokken zijn. Het is goed dat er meer regels zijn die de werktijd enigszins beperken. Een beetje zelfbescherming, dat heb je in dit vak wel nodig.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden