Review

Peter de Zwaan verdient de Gouden Strop

Paul Stahter: De bank. Conserve, Schoorl; 346 blz. - ¿ 39,95. Bob Mendes: De kracht van het vuur. Manteau, Antwerpen, 4Ol blz. - ¿ 39,9O. René Appel: Geweten. Bert Bakker, Amsterdam; 302 blz. - ¿ 39,9O. Conny Braam: Zwavel. Meulenhoff, Amsterdam; 288 blz. - ¿ 39,90. Peter de Zwaan: Een keel van glas. Het Spectrum, Utrecht; 257 blz. - ¿ 29,9O.

Van de dertig ingezonden boeken waren er slechts vijf door vrouwen geschreven. Hoezo? Waarom? Vanwaar? Ik zou het waarachtig niet weten. Temeer niet, omdat in andere sectoren van de literatuur de vrouwen toch warempel niet ondervertegenwoordigd zijn.

In het juryrapport staat dat het de leden niet de minste moeite heeft gekost om vijf titels te kiezen, dat zelfs een zesde heel wel mogelijk geweest zou zijn. Dit verbaast mij, want ik was echt niet ondersteboven van de lijst. Het viel mij op dat er weinig aandacht is besteed aan het literaire niveau en dat verdriet mij. In het buitenland gaan niet zelden spanning en hoog literair peil hand in hand.

In Nederland is het helaas anders, dat moet ik toegeven, en daarom mag je de jury eigenlijk niet hard vallen. Wie kan veren plukken van een kikker? Van de vijf is er maar een die aan mijn norm voldoet. Die zullen we, zoals lekkerbekken betaamt, tot het laatst bewaren.

Eenieder weet ondertussen dat zich achter het pseudoniem Paul Stather professor Hugo Verdaasdonk verbergt. Hij heeft zich zelfs een verzonnen (Amerikaanse) levensgeschiedenis aangemeten. 'De bank' speelt dan ook in Amerika. Wat zeg ik? Het speelt in geen enkel land, het speelt in het luchtledig. De hoofdpersoon is een intelligent maar oenig persoon die alle Amerikaanse misdaad-stereotypen over zich krijgt uitgestort: snuff-films, gesjoemel met menselijke organen, kinderporno, corrupte televisiedominees. Dit alles gegoten in een staccato-stijl: ik geloof niet dat er een zin in staat die langer is dan zeven woorden.

De flaptekst verkondigt dat het boek leest als een trein. Ja, als een ouderwetse: bonkerdebonkerdebonk. Ik heb me afgevraagd of de professor de jury en zijn lezers in het ootje heeft willen nemen. Maar een grap van 346 bladzijden?

'De nacht van het vuur' van Bob Mendes laat zich de eerste honderd bladzijden lezen als een spannende avonturenroman. Hij beslaat de periode l953-l979, de schurkachtige hoofdpersoon is een naaste medewerker van de sjah van Perzie, die op een dag zijn vrouw en een joods meisje bezwangert, de laatste na een verkrachting. Het hele boek door is hij op zoek naar zijn buitenechtelijke zoon en dat gaat al gauw enorm vervelen.

Het ergste is nog dat de schrijver er niet in slaagt ons te overtuigen van de beweegredenen van de fielt. Om de paar bladzijden wordt ons ingehamerd dat het om de macht gaat, maar dat weten we allang en het bewijst niets. En dan de karikaturale zwartwit-tekening: alle joden zijn goed, alle niet-joden slecht, afgezien van enkele Franse paters. Van de 43l bladzijden had ik er graag honderd willen missen.

In 'Geweten' voert René Appel ons naar de tijd vlak na de Tweede Wereldoorlog. De bejaarde Peter van Galen wil nu eindelijk wel eens weten wat er toen met zijn vriendin is gebeurd en daarom gaat hij terug naar zijn geboorteplaats. Appel kan wel een verhaal vertellen en zijn stijl is ook behoorlijk, maar de sfeer is van bordpapier. Duidelijk opgetrokken uit boekenkennis.

In 'Zwavel' brengt Conny Braam ons, alweer om een oorlogsgeheim te ontsluieren, naar Zuid-Afrika. Daar vindt zij een zwerm neonazi's, van wie er een zo aantrekkelijk is dat ze bijna haar ziel en zaligheid aan hem verliest. Het boek is op een zeer conventionele manier niet slecht geschreven maar zo doordrenkt van politieke correctheid, dat ik er een klein tikje onpasselijk van werd.

Dan komen we bij de vijfde 'Een keel van glas' van Peter de Zwaan. Jongens, dat is andere koek! Daar kan een mens van genieten. Ik vond het even jammer dat hij zijn imaginaire stad, een mengeling tussen, pak weg St. Louis en Enschede, vaarwel had gezegd doch dat duurde niet lang. Want De Zwaan blijft een goede schrijver, welke entourage hij ook kiest. In zijn boek staat nu werkelijk geen woord te veel. Is dat niet wonderbaar? En zijn hoofdpersoon is geen held, de hemel zij geprezen, hij is een anti-held. Zoals overigens al zijn hoofdpersonen.

Hij is een kleine crimineel, die voor grotere snoeken in de troebele vijver onder andere geld vervoert dat witgewassen moet worden. Hij verdient er aardig mee, lijkt me zo, maar er zit weinig vastigheid in. En vergeleken met de miljoenen die hij moet transporteren is het natuurlijk peanuts. Als bij hem keelkanker wordt geconstateerd besluit hij allengs het wat groter aan te pakken en en passant wraak te nemen. Maar ja, als je voor een dubbeltje geboren bent. . .

Elk hoofdstuk begint met een verslag van de vaak gruwelijke gevolgen van de bestraling die de hoofdpersoon moet ondergaan. Ik dacht direct 'dat is autobiografisch', en het bleek zo te zijn. Maar de facts gaan naadloos over in de fictie: dezelfde laconieke, doeltreffende, puntgave stijl. Het knapste is wel dat de scharrelaar zonder enige twijfel behoort tot het genre 'tuig van de richel', maar toch onze sympathie weet te winnen. Door het feit dat hij geen enkele pretentie heeft en ook omdat hij niet klaagt.

Peter de Zwaan is met 'Een keel van glas' voor de derde maal genomineerd. Het wordt tijd dat hij op 18 juni die Gouden Strop nu eindelijk eens krijgt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden