Peter Buwalda Er is geen hoger plan, een geruststellend idee

Peter Buwalda (Brussel, 1971) is schrijver. Hij debuteerde in 2010 met de roman 'Bonita Avenue'. Het boek werd genomineerd voor negen prijzen en kreeg de Tzumprijs, de Academica Debutantenprijs en de Selexyz Debuutprijs.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Mijn oma gaf mij voor het slapen gaan een kruisje op mijn voorhoofd. Ze stak hele pakken kaarsen aan als ik een proefwerk had, of ergens voor moest slagen. Doordat mijn ouders daar soms lacherig over deden, werd mijn oma een soort mysterieuze figuur; iemand die dingen deed waar de rest van de familie geen deel aan had. Ik vond die God van haar een beetje eng. Ik herinner mij een Exorcist-achtige droom waarin ik in de hal, tegen het plafond, zweefde en plotseling ontdekte dat de haakjes van de kapstok van mijn grootouders - koperen scheepsboegjes - waren vervangen door de koppen van Jezus, Maria en al de twaalf apostelen. Gillend wakker geworden. Mensen aan mijn bed. Nooit vergeten.

Serieuzer dan op die horrorachtige manier heb ik religie eigenlijk nooit genomen. Ik werd al snel gegrepen door de wetenschappelijke aanpak. Ik vond het interessant om te bedenken hoe klein de aarde eigenlijk is, en hoe kort de mensheid pas bestaat. Het is vooral geruststellend om te geloven dat er géén hoger plan is, dat er van alles fout kan gaan en dat je beter kunt hopen op een goede gezondheid dan op het eeuwige leven."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Afgoden! Verafgoding is echt iets voor mij. Je knapt echt op van een beetje bewondering. Beethoven, Schumann, maar ook Elvis, Philip Roth, Karel van het Reve en Nabokov geven mij een reden om uit bed te komen. Een boek, of goeie muziek, staat mijlenver boven de werkelijkheid. Ik kan niet genieten van een landschap - laat staan van een foto van het landschap - omdat het er toch al is, toevallig, niet op scherp gezet. Je moet de werkelijkheid verfraaien; iets maken waar andere stervelingen voldoening, zin en plezier uit krijgen. Kunst kan je openbreken en meeslepen. De wetenschap dat er meer idioten met twintig Vestdijks in hun kop rondlopen. Dat is voor mij ook de enige reden om een boek te schrijven. Ik wil zelf niet bewonderd worden, maar ik wil wel dat er mensen zijn die 'Bonita Avenue' bewonderen. Op de manier waarop ikzelf bewonder. Ik kan niet zonder de echte wereld - ik word gallisch als ik niet kan slapen, slecht heb gegeten of geen mensen zie - maar doorgaans verblijf ik, denk ik, met meer plezier in die van de fictie of van de muziek. Als ik ergens rondloop met mijn iPod vind ik wat ik hoor belangrijker dan wat ik zie. Ken je die mop over dat echtpaar op een cruiseschip in de Nijl? Die man leest een boek, zeg 'Lolita'. Zijn vrouw zegt: 'Kijk! Een nijlpaard.' Hij: 'Roep me als je een ijsbeer ziet.' Dat is zoals ik leef."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Het lijkt mij een goed idee om een Bond vóór het vloeken op te richten. Vloeken is goed - welke gedachte je ook over God aanneemt. Als God bestaat verdient Hij het om, vanwege de Holocaust, natuurrampen, alle ziektes en verdriet, aan één stuk door te worden afgevloekt, en als Hij niet bestaat, is Hij een prima bliksemafleider, een ideale kop van Jut. Een niet-bestaande God vervloeken lijkt mij beter dan je medemens uitschelden voor kankerjood of tyfushond. En dat gelovigen vloeken zo erg vinden, snap ik niet. Zo nu en dan wat commentaar op de leiding, daar is toch niks mis mee?"

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Ik werkte vier jaar lang, zeven dagen per week, aan 'Bonita Avenue'. Ik heb dit gebod, waar in de diepste kern niets mis mee is, met plezier en overtuiging overtreden. Het waren mijn beste jaren tot nu toe. Ik wil mezelf niet met Beethoven vergelijken, maar die man wist wat bikkelen was. Doof, jicht, ruzie met de hele wereld en tóch aan de Missa Solemnis en de Negende blijven werken: moet je eens horen wat dat heeft opgeleverd! Het werk heeft zijn leven overstegen. Een kunstenaar hoeft van mij niet per se te lijden, maar hij moet er wel alles voor overhebben om zijn creatie te vervolmaken; alle energie moet gebundeld worden. Een geslaagd kunstwerk is een blok plutonium. Een gloeiende steen. Als het goed is, staat er stroom op, een lading waarvan iedere nieuwe lezer een opdonder krijgt."

V Eer uw vader en uw moeder
"Je gelooft dit niet, maar ik ben gisteren voor het eerst in 36 jaar bij mijn echte vader op bezoek geweest. Toen ik vanochtend opstond, dacht ik: hoeveel kan ik daar straks over in het interview vertellen? Ik heb nog niet eens tijd gehad om erover na te denken, of om mijn moeder te bellen en verslag uit te brengen van die ontmoeting. Ze is van hem gescheiden toen ik vijf jaar oud was, die man is in mijn leven een soort zwarte vlek geweest, en nu, ineens...

Hij heeft contact met mij gezocht. Zes weken geleden kreeg ik een brief waarin hij refereerde aan de interviews die ik had gegeven. Ik begreep dat hij de behoefte had om dingen glad te strijken, om nuances aan te brengen in ons verhaal. Het was een vriendelijke brief. Ik schreef een vriendelijke brief terug en daar zaten we dan, na al die jaren, tegenover elkaar. Er was geen fysieke gelijkenis. Daar keek ik wel van op. Het was een vreemde. Een sympathieke vreemde, dat wel. Ik vond het bijzonder om hem te ontmoeten, maar het was niet moeilijk om mijn diepgewortelde, uitgekristalliseerde theorie over verwantschap overeind te houden. Ik ben niet zo'n slappe lul die er in het aangezicht van zijn vader ineens heel anders over gaat denken.

Mijn moeder en mijn tweede vader hebben mij formidabel opgevoed. Ze hebben noodgedwongen, maar ook uit enthousiasme, een samengesteld gezin gecreëerd - ik heb een stiefbroer en een echte broer - maar dat clubje heeft zó goed gewerkt, daar zat zoveel liefde, veiligheid, energie en onvoorwaardelijkheid in dat ik oprecht ben gaan geloven dat het helemaal niet uitmaakt of je, bijvoorbeeld, door stiefouders of door biologische ouders wordt opgevoed. Het enthousiasme was wederkerig; wij, de jongens, waren bereid ervoor te vechten als iemand twijfelde aan het natuurlijke familieverband. Ik herinner me dat de moeder van een van mijn vriendjes ooit vroeg: 'Peter, jij bent toch in Brussel geboren?' - mijn echte vader is een Belg. 'Nee hoor,' zei ik, 'ik kom uit Friesland. Ik ben in Holwerd geboren.' Dat is waar mijn tweede vader vandaan komt. Er was maar één vader, en dat was hij.

Sinds gisteren is de ontbrekende man in beeld. Het hing natuurlijk al een tijdje in de lucht. Ik wist dat hij mij volgde. Op het laatst vond ik het haast immoreel om mij over hem uit te spreken, wetende dat hij ergens in Nederland zat en tóch geen contact met hem op te nemen. Het moest een keer gebeuren. Weet je wat wel gek is? Alhoewel het een plezierige bijeenkomst was, zijn vrouw en hij hebben me geweldig ontvangen, voel ik nu ook voor het eerst iets problematisch.

De status quo die ik voor mezelf had bedacht, is verstoord, opgeheven zelfs. Als er op een of andere wijze met je afkomst is gerommeld, heb je de vrijheid om te geloven dat je jezelf hebt gemaakt; dat je jezelf door alles wat je doet, leest of bekijkt bij elkaar hebt bedacht. Nu is er mijn verwekker, tot wie ik mij op een of andere manier moet verhouden...

Moeilijk hoor, Arjan. Ik denk dat ik er op dit moment ook niet méér over wil vertellen. Ik wil het eerst laten bezinken. Het is te vers, allemaal. In het kader van dit gebod kan ik je wel zeggen dat mijn moeder en mijn stiefvader op de eerste plek komen, maar dat ik empathisch genoeg ben om ook eerbied voor mijn biologische vader te hebben. Voor hem kan het niet makkelijk zijn geweest. Hij moest voor zijn gevoel de beslissingen nemen die hij heeft genomen en dat hij zich uit ons leven heeft teruggetrokken was, al met al, een uitstekende keuze. Ik ben niet boos. Ik ben te kort op aarde om boos te zijn op iemand wiens overwegingen ik niet ken. We hebben een goed gesprek gehad. Als twee geïnteresseerde volwassen mannen. Het verleden lijkt tot rust te zijn gekomen."

VI Gij zult niet doodslaan
"Ik ben vaak vermoord - zo voelt dat als je verliest bij judo. Ik behoorde niet tot de allerslechtsten, maar het was gewoon niets voor mij; ik was uiteindelijk een soort verstekeling in de sport, er toevallig in verzeild geraakt omdat mijn buurjongetje op een dag riep: 'Ik ga op judo!' en ik niet anders kon antwoorden dan: 'Ik ook!' Van mijn zesde tot mijn twintigste heb ik het volgehouden. Ik wilde op mijn veertiende al stoppen, maar ik ging ermee door omdat ik onze sensei, de leraar, niet teleur durfde te stellen. Het was een charismatische, interessante man, een soort vaderfiguur, die uitdroeg dat judo veel meer is dan zo maar een sport. Ermee stoppen was falen, opgeven, erkennen dat je niet uit het goede hout gesneden was.

Ik stond erbij toen mijn broer Menno vertelde dat hij niet langer wilde judoën. Van de donderpreek die hij te horen kreeg, heb ik nachten niet kunnen slapen. Ik besloot dat ik mocht stoppen als ik zwart had, de eerste dan. Tegen heug en meug, drie, vier keer trainen per week, ben ik doorgegaan. Daarna durfde ik pas te zeggen dat ik ermee ophield. Het was óók voor mezelf teleurstellend; ik had grote bewondering voor onze sensei, ik had graag willen worden zoals hij. Het zat er niet in. Ik vond het moeilijk om aan iets mee te doen waarin ik niet kon uitblinken. En ik houd ook eigenlijk helemaal niet zo van vechten. Ik ben een volstrekte pacifist."

VII Gij zult niet echtbreken
"Sinds drie maanden ben ik weer vrijgezel. We waren twee jaar samen. Niet heel lang, ik heb ook relaties gehad die vier of vijf jaar duurden. Ik ben op zich wel iemand van de lange adem, zo lang die maar goed blijft ruiken. Zodra het niet meer gaat, moet je ermee stoppen. Hoe pijnlijk ook. Je moet het moment voor zijn waarop je alleen nog maar onaardig tegen elkaar kunt doen.

Ik ben heel weinig alleen geweest in mijn leven; er zijn te veel familiealbums in Nederland waarin je mij als schoonzoon terug kunt vinden. Meestal word ik - rond deze tijd zo ongeveer - halsoverkop verliefd. Mijn moeder zei: 'Probeer dit nu eerst een tijdje op je te laten inwerken. Ga eens uitvinden hoe het je bevalt om vrijgezel te zijn.' Dat doe ik nu, en ik moet je zeggen: het bevalt uitstekend. Ik ben veranderd. Dat proces is tijdens het schrijven van mijn boek in gang gezet en het succes heeft ervoor gezorgd dat ik nu nóg meer mezelf ben. Onafhankelijker durf te zijn? Hmm... ja, misschien wel, dokter. Het leven gaat mij gemakkelijker af, ik hoef mezelf niet meer uit te leveren aan een ander. En wat ook beter is: er hoeft niets meer bedongen te worden, er hoeven geen compromissen gezocht te worden. Nu ik voor mijn volgende boek een lange reis moet maken, is er niemand aan wie ik hoef te vragen of het haar misschien ook goed uitkomt als ik even wegga. Voorlopig bepaal ik alles weer een tijdje zelf."

VIII Gij zult niet stelen
"De hele kunstgeschiedenis is één prachtige keten van jatwerk. Bach schreef hele concerto's van Vivaldi over - om er een beetje in te komen. Mozarts eerste vier pianoconcerto's zijn bewerkingen van sonata's van allerlei voorgangers. Ik ken iemand die volgens dezelfde gedachtegang 'Een schitterend gebrek' van Japin helemaal heeft overgeschreven. Nooit meer wat van gehoord. Natuurlijk heb ik voor 'Bonita Avenue' hier en daar de kunst bij mijn helden afgekeken. Ik ben talentvol genoeg om het vintage Buwalda te laten zijn - de toon, de zwier, de verhoudingen onderling; dat is precies zoals ik ben - maar ik besef ook dat het niet nodig was om alles, tot op de komma, zelf te gaan zitten ontwikkelen.

Het is doodzonde, dom zelfs, om niet op de schouders te gaan staan van de meesters. Als je dat een beetje behoorlijk doet ben je, voor je het weet, een voorbeeld voor anderen. Ik las in een recensie over iemands schrijfstijl dat die 'Buwalda-like' was. Ik ben ijdel genoeg om dat leuk te vinden, maar zo'n persoon moet natuurlijk oppassen voor epigonisme. Dat gevaar ligt altijd op de loer. Een tijdje deed iedereen Grunberg na. Hij heeft op mijn generatie het effect dat Reve op de zijne had, ze waren als Charlie Parker. Parker speelde zó dwingend dat je als saxofonist uit de klauwen van zijn stijl moest zien te blijven. Hoewel ik Grunberg een fenomeen vindt - de daadkracht, de frequentie, de constante in zijn werk is ongekend - heb ik niks aan zijn romans. Ik schrijf totaal anders. Ondertussen vraag ik me af of Grunberg eigenlijk wel bestaat. Het zou zo maar eens kunnen dat er, ergens in Sillicon Valley, op de bovenste verdieping van Google, dertig Amerikanen het oeuvre van Grunberg in elkaar zitten te peuteren."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Tot nu toe heb ik niet gelogen, maar ik heb er op zich weinig op tegen. Dat wil zeggen: ik doe niet aan moedwillig, malicieus liegen, maar ik geloof heilig in het belang van leugentjes die het sociale verkeer oliën. Sinds ik enige bekendheid heb en zie wat er soms in de moderne media, op Twitter en zo, over mij en anderen wordt gezegd, ben ik mij daar nóg meer van bewust. Zodra je een publieke figuur bent, of dreigt te worden, lijken mensen te vergeten dat je gevoelens hebt. Ze zien je niet in levenden lijve en ze staan er misschien niet eens bij stil dat hun grievende opmerkingen je zouden kunnen bereiken. Maar goed, hoort erbij, hè. Stel je voor dat ik jou spuuglelijk vind - dat is niet zo hoor, maar stél nou even - dan zal ik dat niet in je gezicht zeggen. Ik lieg liever iets aardigs. Heb ik je trouwens al gezegd hoe mooi ik je vind?"

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Ik wil me niet voordoen als een halve heilige, maar ik heb altijd het onderscheid weten te maken tussen wat mij vrolijk stemt en wat een wassen neus is. Rijkdom is een wassen neus. De overstap van rock-'n-roll naar klassieke muziek, bijvoorbeeld, dat was leuk, dat heeft me meer opgeleverd dan die rotcenten. In overdrachtelijke zin word ik steeds rijker. Zo lang ik het maar onderhoud, mezelf toesta om de tijd te nemen en dingen te onderzoeken.

Zo heb ik, sinds ik schrijf, helaas een behoorlijke leesschuld opgebouwd. Ik lees te weinig. Vroeger ontleende ik mijn identiteit - onbewust, of misschien zelfs bewust, dat weet ik niet - aan wat ik had gelezen, hele oeuvres man: ik was wat ik las. Nu ben ik wat ik schrijf. Het is zonde om lezen alleen maar instrumenteel op te vatten, als iets wat het schrijven ten doel staat. Ik heb namelijk ook erg van het lezen zelf genoten. Dat gevoel wil ik terugvinden. Of het gaat lukken, weet ik niet.

Ik ben bezig met een volgend boek en er is opnieuw een druk. Voor het eerste had ik mijn baan opgezegd en was ik bang dat mijn leven spaak zou lopen, dat ik het vertrouwen van mijn uitgever zou beschamen, dat mijn schoonouders zouden zeggen ik een slechte vangst was voor hun dochter... Nu is er de druk van torenhoge verwachtingen. Maar die houdt mij aan het werk.

Ik heb altijd aan een oeuvre gedacht. Van dit soort boeken kan ik er nog wel acht, negen maken. Als ze dezelfde kwaliteit hebben als 'Bonita Avenue' hoeven het er ook niet meer te zijn. Acht, negen romans. Dat is 32 jaar arbeid. Dan ben ik, met een beetje speling, zo rond mijn 70ste klaar. Lijkt mij wel een sterk staaltje."

www.trouw.nl/tiengeboden

Voor eerdere afleveringen

van de tien geboden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden