Pesaro kweekt eigen top voor Rossini

In het Italiaanse Pesaro zingen wereldsterren op het jaarlijkse Rossini Opera Festival. Zij komen meestal voort uit de eigen zangschool van Pesaro, zoals de drie zangers die vorige week glorieerden in de Rossini-opera par excellence: 'Guillaume Tell'.

De opera 'Il viaggio a Reims' (De reis naar Reims) van Gioachino Rossini duurt ruim twee uur. In die tijd gebeurt er eigenlijk helemaal niets. De opera is in wezen één grote variatie op die oude grap. 'Kent u dat verhaal van die mensen die naar Reims gingen? Nou, ze gingen niet!'

Het is Rossini-absurdisme ten top voorzien van briljante en bruisende muziek en op maat gesneden van de virtuoze strotten die in de wereldpremière zongen (Parijs, 1825). Toen het Rossini Opera Festival in Pesaro dit werk herontdekte, een kritische editie van de partituur uitgaf, én er in 1984 een onvergetelijke enscenering van presenteerde, stond het kleinschalige festival in Rossini's geboorteplaats aan de Adriatische kust in één klap op de kaart.

Het stadje Pesaro (klemtoon op de eerste lettergreep) was in 1980 met een festival rondom zijn beroemde zoon begonnen, maar met deze uitvoering van 'Il viaggio a Reims' ontstond er pas echt Rossini-rumoer. De 'Viaggio'-uitvoering was er dan ook eentje op het allerhoogste niveau. Niemand minder dan Claudio Abbado leidde het Chamber Orchestra of Europe en in het uitgebreide zangersensemble stonden zeker tien van de grootste belcantosterren van die tijd. De live-opname werd legendarisch.

Het Rossini Opera Festival (ROF) viert in deze augustusmaand zijn 34ste editie. De president van de republiek - in dit geval Giorgio Napolitano - is al jaren de hoogstaande beschermheer van het festival. In die drie decennia is het ROF aardig volwassen geworden, maar nog steeds staan elk jaar een paar uitvoeringen van 'Il viaggio a Reims' op het programma. In die uitvoeringen zingen niet de sterren van nu, maar de sterren van straks.

Pesaro huisvest de Accademia Rossiniana, een opleidingsinstituut voor jonge zangers en dirigenten. Die worden onder leiding van vooraanstaande Rossini-interpreten gekneed in het zo rossiniaans mogelijk produceren van tonen, ritmes, frases en coloraturen. Een van die leraren is Alberto Zedda, artistiek directeur van het ROF én van de Accademia en altijd breed glimlachend aanwezig tijdens het festival; komende vrijdag sluit hij het festival af met een concertante uitvoering van 'La donna del lago'.

Onder Zedda's leiding zijn er aardig wat grote Rossini-vertolkers in Pesaro opgestaan. Het ROF heeft zijn eigen specifieke kweekvijver - de leerlingen van toen zijn de internationaal gevierde zangers van nu, die in de meeste gevallen trouw blijven aan Pesaro. In 'Guillaume Tell', de meest bijzondere productie van dit jaar, staan in de hoofdrollen Juan Diego Flórez, Marina Rebeka en Nicolai Alaimo, alledrie deels opgeleid aan de Accademia Rossiniana. Andere grootheden die in Pesaro hun eerste kansen kregen zijn Joyce DiDonato, Olga Peretjatko en Anna Goriatsjova. Peretjatko liep er nu rond als echtgenote van Michele Mariotti, die een fantastische 'Tell' dirigeerde; Goriatsjova zong de hoofdrol in een nieuwe productie van 'L'Italiana in Algeri'.

Terug naar 'Il viaggio a Reims'. Op de twee voorstellingen komen veel theaterdirecteuren, zangersagenten en casting directors af. Die hopen hier de nieuwe Flórez of de nieuwe DiDonato te ontdekken. In wezen is er, ondanks alle snelle media en reismogelijkheden, niet zoveel veranderd in vergelijking met een paar eeuwen terug. Componist Händel vertrok in de eerste decennia van de 18de eeuw bijna elke zomer vanuit zijn standplaats Londen naar Italië, op zoek naar de beste zangers voor zijn Italiaanse Opera. Een eeuw later deed theaterimpresario Domenico Barbaja hetzelfde voor het Teatro San Carlo in Napels, waar Rossini destijds composer in residence avant la lettre was.

In het Teatro Rossini zaten vorige week directeuren van operahuizen in New York, Berlijn, München, Parijs, Amsterdam en Londen. Vaak bij beide voorstellingen, die deels een andere bezetting hebben om zoveel mogelijk jonge zangers een kans te geven. 'Il viaggio a Reims' is vooral daarom zo geschikt omdat Rossini er achttien rollen in voorschrijft, waarvan er tien echte hoofdrollen zijn, en nog eens vier substantiële. En hebben al die directeuren iets bijzonders gehoord?

Misschien zijn ze wat rechter gaan zitten vanwege het soepele dirigeren van de Australiër Daniel Smith. Of spitsten ze de oren bij sopranen Damiana Mizzi (Corinna) en Valentina Teresa Mastrangelo (Madame Cortese). Vrijwel zeker is dat elk van hun na afloop afgestapt is op de Peruviaanse tenor Dempsey C' Rivera (Cavalier Belfiore). Niet alleen komt Rivera, net als Flórez, uit Peru, maar zijn stem heeft ondanks enkele technische onvolkomenheden grote potentie. Misschien dat de jonge tenor iets aan zijn naam moet doen. Die rare C in het midden, ook nog gevolgd door een apostrof, doet raar en onuitspreekbaar aan. En bij Demspey denk je eerder aan een bokser dan aan een lichte en fijnzinnige Rossini-tenor.

Meesterhand
De grote attractie dit jaar in Pesaro was de Rossini-opera par excellence 'Guillaume Tell'. Groot, groter, groots. Het kleine en intieme Teatro Rossini is daar ongeschikt voor. Maar net buiten Pesaro ligt een groot sportcomplex, de Adriatic Arena. Dat wordt in augustus omgebouwd tot een heus operatheater waarin de akoestiek verrassend goed is. In deze ruimte kon regisseur Graham Vick fantastisch overweg met de zo belangrijke koorscènes. Hij manoevreerde de massa's met meesterhand over het toneel, meteen in de eerste scène al het beroemde en gigantische schilderij 'Il quarto stato' van Giuseppe da Volpedo uit 1901 in herinnering roepend - onderdrukte arbeiders die als een dreigende muur op je afkomen, twee mannen en een vrouw met baby voorop.

Ook in 'Guillaume Tell' wordt onderdrukt: de Oostenrijkse Habsburgers houden de naar vrijheid strevende Zwitsers eronder. Vick en zijn choreograaf Ron Howell brengen dat naargeestig in beeld. In al zijn subtiliteit des te navranter en herinnerend aan Pasolini's film 'Salò'. In de tweede akte zet Vick het toneel vol met Habsburgse paarden, die later opgestapeld worden en dienen als barricades voor de Zwitsers. De beroemde scène met de appel lukt prachtig en het euforische slotbeeld is van grote schoonheid. Vanuit de nok van het toneel daalt een rode trap in het witte decor neer. Als eerste wordt die tijdens de slothymne beklommen door Jemmy - omhoog, de vrijheid tegemoet.

In Pesaro wordt - natuurlijk - elke maat die Rossini ooit voor zijn laatste opera componeerde ook daadwerkelijk gespeeld. Dat betekent dat de complete balletmuziek klinkt, dat Tells zoon Jemmy zijn schitterende aria mag zingen (een ontwapenende Amanda Forsythe), en dat het terzet van Mathilde, Hedwige en Jemmy in de laatste akte een prachtige spiegeling is van het terzet van de mannen in de tweede akte. Het is een nog langere avond dan die in Amsterdam, waar de opera het afgelopen seizoen bijna compleet gespeeld werd.

Twee zangers die in Amsterdam furore maakten staan in Pesaro ook op het toneel. Nicola Alaimo is wederom de robuuste Tell, die machtig mooi de troepen aanvoert, maar die ook ontroering legt in de waarschuwing aan zijn zoon dat die toch vooral stil moet staan met de appel op zijn hoofd. De Letse Marina Rebeka is wederom een openbaring als de Habsburgse prinses Mathilde. Een heerlijk penetrante stem met veel kern, die in de grote ensembles schitterend boven alles uit te horen blijft.

En dan de lieveling van Pesaro: tenor Juan Diego Flórez. Het is voor het veertiende jaar dat hij in Pesaro een rol zingt. Die van Arnold is misschien voor hem wel de meest uitdagende van alle. Er zoemden geruchten rond dat Flórez na de voorstellingen in Pesaro wil stoppen met de rol van Arnold. Begrijpelijk misschien. Hoewel Flórez alle noten met gemak haalt, en voor geen enkele riedel noten angst heeft, is zijn Arnold toch net iets te eenkleurig om echt indruk te maken. Dat biedt kansen voor de Amsterdamse Arnold - John Osborn - als de productie van De Nederlandse Opera over een paar jaar naar New York gaat.

Stralende ster
De lange avond was vooral zo fantastisch vanwege dirigent Michele Mariotti. Zoon van de intendant van het festival (dat gaf wel wat gemor) en echtgenoot van diva Peretjatko. Maar Mariotti heeft zijn vader of zijn echtgenote niet nodig om zijn ster te laten stralen. Geweldig wat hij met het koor en orkest van het Teatro Comunale van Bologna (waar hij chef is) voor elkaar kreeg.

De andere nieuwe productie in Pesaro was 'L'Italiana in Algeri', tweehonderd jaar geleden in première gegaan. Helaas een al te leutige enscenering van Davide Livermore, waarin zuurstokkleuren, Monty Python-achtige filmpjes en stripfiguren om voorrang vochten. De productie was geen schim van de vorige 'Italiana' in Pesaro - maar die was dan ook van Dario Fo. Alex Esposito (Mustafà), Yijie Shi (Lindoro) en Anna Goriatsjova (Isabella) zongen goed.

Als eerbetoon aan de 25 jaar geleden overleden regisseur Jean-Pierre Ponnelle werd diens inventieve enscenering van 'L' Occasione fa il ladro' hernomen. Simpel, doeltreffend, leuk ¿ een echte Ponnelle. Een niemendalletje, maar geef Rossini zo'n niemendalletje en hij maakt er iets bruisends van. Volgend jaar zet het ROF nieuwe producties van zijn 'Aureliano in Palmira' en 'Armida' op het programma en een herneming van 'L'Inganno felice'.

Een heerlijk penetrante stem met veel kern, die in de grote ensembles schitterend boven alles uit te horen blijft

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden