Perzische dichters sterven nooit

CAROLIEN OMIDI

Nog steeds zweven de verzen van Farid-oed-dien Attar door de Iraanse luchten, gonzen de ghazelen van Hafez door de straten en klinken Omar Khayyams kwatrijnen op menig bazaar.

Ook kun je daar gedichtenverkopers vinden, gezeten op een gammel krukje met envelopjes en een vogel. Die vogel pikt een envelopje uit de stapel waarin een gedicht van de veertiende-eeuwse dichter Hafez zit. Hiermee voorspellen Iraniërs de toekomst, een praktijk die nog populairder is geworden sinds de sancties tegen Iran voor veel onzekerheid hebben gezorgd.

Dat poëzie leeft in Iran, blijkt ook uit de populariteit van literaire studiegroepen. Zelf bezocht ik een tijdje zo'n groep waar verzen werden bestudeerd van de dertiende eeuwse dichter en mysticus Moulana Djajaal ad-dien Roemi. Met de bedoeling om de diepere betekenis van de Masnawi, een didactisch gedicht in zes boeken, te achterhalen. Dit alles onder leiding van de letterkundige Javad, een bebrilde veertiger in een immer groezelige blouse, die met passie de Masnawi wist te interpreteren en ons onophoudelijk voorzag van teksten met titels als: 'Hoe de koopman de papegaai uit de kooi wierp en hoe de dode papegaai wegvloog'.

Dit soort metaforisch taalgebruik maakt Roemi's poëzie interessant en zijn boodschap om het goddelijke in het alledaagse te zien, spreekt mensen wereldwijd aan. In Amerika is hij zelfs de best verkopende dichter.

Ook het langste gedicht ter wereld dat ooit geschreven werd door één persoon is van Perzische makelij. 'Shahnameh' heet het, het 'Boek der Koningen'. Dit nationale epos is een schepping van de dichter en historicus Ferdowsi (935-1020) en Iraniërs zijn er dol op.

Ferdowsi ontdekte het 'Boek der Koningen' in proza. Hij gebruikte dit als uitgangspunt om de volgende dertig jaar van zijn leven te wijden aan de compositie van een epos dat ruim 50.000 versregels zou gaan tellen.

Nu dacht Ferdowsi's patroon sultan Mahmood dat het gigantische gedicht te zijner glorie zou zijn. Niets bleek minder waar. Ferdowsi had een verhaal geschreven over de op- en ondergang van Perzische dynastieën, een periode van 3600 jaar beslaand, waarin geschiedenis, mythe en legende moeiteloos samenvloeiden.

Hij gaf de Perzen hiermee niet alleen een stuk nationale identiteit terug, maar het werk fungeerde tevens als bewaarder en verspreider van het Perzisch in een tijd waarin het Arabisch de wetenschappelijke en literaire voertaal was. Daarnaast werden de Sjahnameh-manuscripten voertuig voor de Perzische miniatuurkunst en hadden ze een grote invloed op de latere literatuur.

Toen sultan Mahmood erachter kwam dat hijzelf helemaal niet verheerlijkt werd in Ferdowsi's werk, gaf hij de 'oosterse Homerus' in plaats van de beloofde olifantenvracht goud, slechts 60.000 zilveren munten. Zwaar beledigd gaf Ferdowsi die direct weg.

Mede hierdoor stierf Ferdowsi als een verbitterd man. Maar in de Shahnameh had hij geschreven: "Ik heb geleden in deze dertig jaren, maar ik heb het Iraanse volk opnieuw tot leven gebracht door middel van de Perzische taal. Ik zal niet sterven, omdat ik altijd weer leef. Ik heb immers de zaden van deze taal verspreid."

Ook Ferdowsi wist het dus al: Perzische dichters sterven nooit.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden