Perverse gedachtekronkels van Dave St-Pierre

Scene uit 'Un peu de tendresse bordel de merde!' van Dave St-Pierre. De voorstelling gaat in reprise bij Julidans. (Trouw)

Julidans met ’Libido’ van Dave St-Pierre, ’Dunas’ van Sidi Larbi Cherkaoui, ’Un peu de tendresse bordel de merde!’ van Dave St-Pierre is 9/7 en 10/7 te zien in Stadsschouwburg Amsterdam. www.julidans.nl

We stonden erbij en keken ernaar. Een ’spuitende’ vagina, een anus waaraan wordt gelikt, bloedovergoten billen waar mes en vork in worden gezet. Als finalenummer een verkrachtingsscène waarbij een naakte choreograaf zichzelf op de achtergrond bevredigt, om daarna met nog halve erectie het applaus (en een volkomen misplaatst premièrebloemetje) in ontvangst te nemen.

De festivalleiding van Julidans, het internationale festival voor hedendaagse dans in Amsterdam, had naar eigen zeggen nooit eerder zó getwijfeld of ze een voorstelling ’nou wel echt moest doen’. Toch besloot het festival, twintig jaar actief, achter de Canadese choreograaf Dave St-Pierre te blijven staan.

Je kon bij de aankondiging van de dansvoorstelling ’Libido’ al op je klompen aanvoelen dat het smakeloos zou worden: een productie over ’onze meest banale dierlijke instincten (...) in de rauwe esthetiek die we van St-Pierre gewend zijn’. Daarvan hadden we drie jaar geleden al iets mogen proeven toen St-Pierre met ’Un peu de tendresse bordel de merde!’ in het festival stond. We zagen een danseres al copuleren met een chocoladetaart, maar ’Libido’ zou volgens Julidans nog ’véél viezer’ worden.

Afgeladen was theater Bellevue dinsdagavond dan ook, ondanks voetbal en barbecueweer, afgekomen op de sensatiewolk die al weken boven de hoofdstedelijke tamtam uitsteeg. Het publiek kreeg waar het voor kwam. St-Pierre trad zelf op als verteller bij zijn twee naakte dansers – een man en een vrouw – terwijl hij beiden in scènes aanstuurde: parend op een matras, elkaar gebruikend als bevredigingsattribuut, ronkend, sissend, dampend. De exploitatie van het danserslichaam ten top.

Het zijn niet eens de perverse gedachtekronkels van deze choreograaf die zo ergerniswekkend zijn, en het is niet de kinderlijke provocatie of het gekoketteer met het immorele – de ’uitvoering’ an sich was ook niet eens zo slecht. Het is het onverteerbare cynisme dat deze ’Libido’ tot misselijkmakende vertoning maakte.

St-Pierre draagt nergens artistieke verantwoordelijkheid. Integendeel; tussen alle lichaamssappen door, nam hij met quasi-grappige kanttekeningen („Zullen we het éxtra dramatisch maken door er een lampje op te zetten?”) afstand van de inhoud. In het ’ludiek’ afsluitende vragenrondje – een theatraal paardenmiddel – beantwoordde hij de zeer terechte vraag uit het publiek ’Waarom wil je dat we dit zien?’ schouderophalend met: „Iedereen kan er uithalen wat ie zelf wil.” Dave St-Pierre gaat graag naakt, maar kloten heeft hij duidelijk niet.

Ironie bij gebrek aan artistieke ruggengraat: we zien het veel in hedendaagse dans. Dan mag dansmaker Sidi Larbi Cherkaoui als wereldverbeteraar misschien naïef zijn, zijn oprechte statements doen je tenminste wat. De productie ’Dunas’, ook in Julidans, was een proeve van zeldzaam danskunstenaarschap: krachtig en kwetsbaar, soms kitsch en kinderlijk, maar authentiek en écht.

Cherkaoui heeft een internationale reputatie als eclecticus van geïntegreerde dansstijlen, resulterend in emotioneel danstheater. Voor ’Dunas’ ging hij in pas de deux met de gevierde flamencodanseres María Pagés. Samen kwamen ze tot de kern van beider danstaal, te midden van wapperende doeken en een zandbak van waaruit met zandtekeningen een live animatiefilm werd getoverd. Daarin vatte Cherkaoui grote thema’s bij de horens: overbevolking, terrorisme, het ’waarom’ van ons ’zijn’. In alle eenvoud zeer ontroerend.

De literatuur bedient zich wel eens van de parameters ’ervaring’ en ’sensatie’ om het kaf van het koren te scheiden. Cherkaoui beklijft in ervaring, St-Pierre vervliegt op sensatie – de definitie van een hype. Meer hype krijgen we vanavond en morgenavond voor de kiezen als diens ’Un peu de tendresse bordel de merde!’ in reprise gaat. De titel betekent, vrij vertaald, ’een beetje tederheid, godverdomme!’ Ik kan u nu alvast verzekeren dat die tederheid ver te zoeken zal zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden