Peru worstelt met zijn terreurverleden

In Peru woedt een fel debat over de plannen voor een museum waarin het geweld van de periode 1980-2000 centraal staat. Gruwelijk geweld van linkse rebellen, maar ook van het leger. De pleitbezorgers van het museum, aangevoerd door schrijver Mario Vargas Llosa, hebben haast. Over een jaar zijn er verkiezingen.

Christoph Schmidt

Geïrriteerd kijken bezoekers van de fototentoonstelling op van de schokkende beelden aan de muur. Het langzaam naderende kabaal blijkt afkomstig te zijn van een schoolklasje dat rennend en joelend bezit neemt van de expositieruimte in het Nationaal Museum in Lima.

De pubers hebben geen oog voor de foto’s over het gewelddadige verleden van Peru. Acht opgegraven journalistenlijken, 1983. Een foto van een politieman die in een lantaarnpaal klimt om een dode hond los te maken, daar opgehangen door terroristen, 1980. Een close-up van een paar doorleefde handen die, in alle tederheid, een pasfoto tonen van een vermiste dierbare, 1984.

Het pubergejoel vormt daarbij een op z’n zachtst gezegd ongemakkelijke omlijsting. Pas na enkele minuten maant een leraar de scholieren tot stilte, maar de meeste van hen zijn dan al op weg naar de uitgang.

Het tafereel kan als illustratie dienen voor het gebrekkige onderwijs in Peru over de jaren 1980-2000, toen het land werd verscheurd door terreur van zowel maoïstische rebellen als het leger. Het geweld heeft aan naar schatting 69.000 mensen het leven gekost. Toch weten maar weinig opgroeiende Peruanen wie Abimaél Guzmán was, de in 1992 opgepakte oprichter en leider van terreurbeweging Lichtend Pad.

De foto-expositie werd twee jaar geleden bezocht door de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Ze was zo onder de indruk, dat ze de Peruaanse regering twee miljoen dollar aanbood voor een permanent, breder opgezet museum over deze periode. Haar gedachten dwaalden misschien af naar het Joods Museum in Berlijn, een imposant eerbetoon aan de slachtoffers van het Duitse nazibewind. Bovendien hebben ook Argentinië en Chili inmiddels hun Museos de la Memoria, tastbare onderdelen van de diverse nationale verzoeningsprocessen.

Groot was de beroering toen de Peruaanse regering vorig jaar de Duitse gift hooghartig van de hand wees. Peru heeft zo’n museum niet nodig, zei de toenmalige minister van defensie. Peru heeft scholen nodig, ziekenhuizen, voedsel. Ook vicepresident Luis Giampetri is fel gekant tegen een museum waarin het geweld van terroristen en leger gelijkwaardig wordt belicht – Giampetri was in 1986 als marineofficier betrokken bij het bloedige neerslaan van een gevangenisopstand. En dan hebben we nog de huidige president zelf, Alan García, die van 1985 tot 1990 al eens staatshoofd was. Ook hij wordt liever niet aan die periode herinnerd.

Dat het museum er volgend jaar – ijs en weder dienende – tóch komt, is vooral te danken aan Mario Vargas Llosa. De Peruaanse schrijver stond voorop bij het protest dat opstak na de afwijzing van het gulle gebaar uit Berlijn. Hij ging met de president praten. Van politieke kleur of vooroordelen tegen het leger zou geen sprake zijn, legde hij uit. Verder zou het niet zomaar een ’doods’ museum worden, maar een forum voor discussie, een bezinningsoord met interactie, conferentiezalen en een onderzoekscentrum.

García liet zich overtuigen. Sterker nog: hij benoemde Vargas Llosa meteen maar tot voorzitter van een commissie van wijze mannen. Het project is inmiddels Lugar de la Memoria gedoopt, Plaats van de Herinnering, omdat het woord ’museum’ zou suggereren dat de geschiedenis er definitief in bevroren wordt. De bouw van het complex in Lima, vlak aan zee, moet in mei volgend jaar voltooid zijn; de officiële opening is ruim een half jaar later gepland.

Ook Nederland overweegt het project te steunen. „Onze ambassade in Lima vindt het project van groot belang”, laat het ministerie van buitenlandse zaken weten. Hoe groot de bijdrage wordt, is nog niet bekend.

Het Lugar de la Memoria moet een plek worden ’voor alle slachtoffers, zonder uitzondering’, zoals Vargas Llosa onlangs uitlegde tijdens een persconferentie in Lima. „Een plek voor alle Peruanen die hebben geleden onder het geweld, die zijn gemarteld of verdwenen, of die doelwit waren van vervolging of chantage, veroorzaakt door de fanatieke intolerantie van het terrorisme, of door degenen die dachten dat het terrorisme kon worden bestreden met terreur.” Volgens Vargas Llosa zal het project zich verre houden van politiek, en een ’diep democratische’ inslag hebben.

De commissie heeft haast. Volgend jaar waait er misschien een andere politieke wind in Peru; in april 2011 zijn er verkiezingen. Mogelijk is een nieuwe president minder welwillend dan García, en zal het museumproject worden stopgezet als dat tegen die tijd nog niet is afgerond. Dat is denkbaar bij een verkiezingswinst van Keiko Fujimori, de 34-jarige dochter van de gevangen oud-president Alberto Fujimori. Tijdens diens autoritaire bewind van 1990 tot 2000 werd het terrorisme verslagen, maar dat ging gepaard met grove mensenrechtenschendingen die in het museum niet onderbelicht zullen blijven.

Eén van de voornaamste programmapunten van Keiko Fujimori is amnestie voor haar vader. Die zit een gevangenisstraf uit van 25 jaar wegens onder meer twee moordpartijen door doodseskaders, begin jaren negentig. Bij een groot deel van de bevolking is hij echter onverminderd populair.

Een andere omstreden kandidaat is nationalist en oud-militair Ollanta Humala, die bij de vorige verkiezingen van 2006 nipt van García verloor. Als hij wint, zou hij Peru wel eens het kamp binnen kunnen drijven van de Venezolaanse vaandeldrager van links Latijns-Amerika, Hugo Chávez. Humala heeft zich publiekelijk achter het museumproject geschaard. Wat dat waard is, moet nog blijken. Door het museum volgend jaar al de deuren te laten openen, wil de commissie de komende president voor een voldongen feit plaatsen.

De voornaamste leidraad voor het museum is het rapport van de Waarheids- en Verzoeningscommissie uit 2003. Die heeft alle mensenrechtenschendingen gedocumenteerd.

Het bloedbad van Lucanamarca bijvoorbeeld, 3 april 1983. Hierbij roeiden terroristen op gruwelijke wijze 69 dorpelingen uit, inclusief kinderen en zwangere vrouwen, uit vergelding voor de moord op een plaatselijke Lichtend Pad-commandant. Of de zaak-Putis, december 1984, 123 doden. Dorpelingen die, op de vlucht voor terroristen, dachten een veilig heenkomen te vinden bij een legerkamp, werden zélf voor terroristen aangezien. De militairen verkrachtten de vrouwen en gaven de mannen opdracht een groot gat te graven, zogenaamd een waterbassin voor een toekomstige forellenkwekerij. Het werd hun graf.

Zo waren burgers, militairen en terroristen jarenlang verstrikt in een onontwarbare kluwen waarbij niemand meer wist wie tot welk kamp behoorde.

De waarheidscommissie schreef 37 procent van de 69.000 doden toe aan het handelen van de autoriteiten. Weliswaar waren de terroristen de aanstichters van het decennialange geweld, maar vervolgens deden regering en leger alles fout. De autoriteiten wisten zich geen raad met het nieuwe terreurfenomeen, dat ook in zijn gruwelijkheid geen precedent had. Willekeurige burgers werden als vijand gezien en zonder reden opgepakt: de straatarme bevolking, studenten, linkse politici. Racisme bij de strijdkrachten was normaal: ze haatten het indianenvolk dat ze juist moesten bevrijden.

Het was extra schrijnend dat Peru in die jaren, in tegenstelling tot Argentinië en Chili, juist opbloeide als democratie. Maar de democratische instrumenten faalden hopeloos. Zo werd het belangrijkste wapen tegen de terroristen – een functionerende democratie – meteen bij het grof vuil gezet, ten gunste van bot militarisme.

Peru zit nog midden in een proces van bewustwording en verzoening. Fernando Carvallo, woordvoerder van de commissie-Vargas Llosa, vindt het daarom niet zo vreemd dat het aangekondigde museum een fel debat losmaakt. „Het geheugen heeft tijd nodig. In eerste instantie geeft iedereen er de voorkeur aan te zwijgen. Nu is er een nieuwe generatie, die van niets weet, en die nieuwsgierig is. Hoe lang heeft het niet geduurd voordat in Duitsland de eerste oorlogsmonumenten kwamen?”

De documenten die de waarheidscommissie begin deze eeuw verzamelde, bevinden zich in een gebouw in hartje Lima. Ruth Borja, verantwoordelijk voor deze documentatie, pakt een willekeurige rode map uit een stellingkast en slaat die open. „De getuigenissen zijn gedetailleerd – kijk, een tekening van een vindplaats van een graf.” Op het ruitjespapier is een kronkelweggetje op een berg getekend, alsof het een situatieschets is van een verkeersongeluk.

De vraag is hoe compleet de archieven zijn. Heeft het leger niet veel onder de pet gehouden? Borja antwoordt omfloerst. „Als we bij het leger aankloppen, zeggen ze dat de archieven elke vijf jaar worden opgeschoond en dat ze niets meer hebben. Dus zo transparant is het niet.”

Ook Rosario Narváez Vargas van mensenrechtenorganisatie Asociación Pro Derechos Humanos bekritiseert het gebrek aan medewerking van de militairen. „Het leger heeft heroïsche dingen gedaan, maar ook vreselijke. De zaak-Putis bijvoorbeeld. In het zoeken naar de schuldigen is geen enkele vooruitgang geboekt. Natúúrlijk is het leger in staat om de verantwoordelijken te vinden. Natuurlijk hebben ze persoonlijke informatie over militairen, en kunnen ze uitzoeken wie waar was op welk moment.”

Toch zou je zeggen dat Peru vooruitgang boekt in het verwerkingsproces. Geen enkel ander land in de wereld heeft zijn oud-staatshoofd berecht en veroordeeld wegens mensenrechtenschendingen. En de discussies over het verleden mogen dan verhit zijn, geweldloos zijn ze – vooralsnog – wel. „Toch is de verzoening nog lang niet voltooid”, zegt Narváez. „Er moeten nog veel stappen worden gezet. De grootste problemen blijven het gebrekkige onderwijs en de armoede. De uitsluiting van bepaalde bevolkingsgroepen moet verminderen. Zo niet, dan dreigt de geschiedenis zich te herhalen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden