Peru krijgt weer nieuw kabinet

President Humala probeert onrust te sussen met derde wisseling in een jaar

De verwachtingen waren hooggespannen toen het eerste kabinet van de Peruaanse president Ollanta Humala op 28 juli vorig jaar werd ingeluid. De oud-militair, die zich tijdens de verkiezingen presenteerde als het linkse alternatief voor de conservatieve kandidate Keiko Fujimori, zou zich inzetten voor een betere verdeling van de welvaart en de rechten van vrouwen, kinderen en de inheemse bevolking. Geen onbelangrijke beloften in een land waar meer dan de helft van de mensen in armoede leeft.

Maar een jaar na dato is er van alle mooie beloftes nog niet veel terecht gekomen. In de hoop de sociale protesten te sussen die het land al maanden in hun greep hebben, voerde Humala deze week voor de derde keer in zijn korte ambtsperiode een drastische kabinetswijziging door. Hij verving de autoritaire premier en oud-militair Oscar Valdés door voormalig minister van justitie en mensenrechtenadvocaat Juan Jiménez Mayor. Daarnaast moesten vijf ministers het veld ruimen.

Een van de speerpunten van Humala's verkiezingscampagne was de rol van de mijnbouw in het land. Hoewel de sector goed is voor zestig procent van de export, profiteert maar een klein deel van de bevolking ervan. Vooral de vervuiling van het drinkwater door het mijnwezen zorgt voor ontevredenheid. Voor de Peruanen die voor hun inkomen afhankelijk zijn van veeteelt en landbouw, is schoon drinkwater onmisbaar. President Humala beloofde te zorgen voor een eerlijker verdeling van de mijnopbrengsten en voor een strengere milieuwetgeving.

Een jaar later is de hoop dat de president de mijnbouw zal aanpakken, vervlogen. Na zijn aantreden verhoogde hij de belastingen voor mijnbedrijven, en verplichtte hij ze met de inheemse bevolking te overleggen over nieuwe projecten. Daarna sloeg de regering een andere weg in.

Afgelopen herfst gaf de president toestemming voor de aanleg van een nieuwe goudmijn in de noordelijke regio Cajamarca. Tienduizenden boeren in de regio, gesteund door lokale politici, gingen de straat op om hun onvrede te tonen. Humala liet hierop tientallen lokale autoriteiten en milieu- en mensenrechtenactivisten oppakken. Ook werden de tegoeden van de regionale regeringen bevroren.

In november leidden de protesten al tot een kabinetscrisis. Verontwaardigd over de autoritaire aanpak van de president, besloot een aantal progressieve kabinetsleden, onder wie de premier, af te treden. Hierop sloeg de president een nieuwe koers in. Hij benoemde oud-militair Oscar Valdés tot premier en liet de opstanden met harde hand onderdrukken. De afgelopen maanden vielen tijdens de protesten zeventien doden.

Uit opiniepeilingen blijkt dat Humala's populariteit het afgelopen jaar met 40 procent is gedaald. De president hoopt dat de rust in zijn land nu snel terugkeert. De nieuwe premier Jiménez liet weten geen nieuwe doden meer te willen. Hij pleit voor dialoog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden