Persoon van de politicus gaat er meer toe doen

Zetels verloren? In de VVD en PvdA gaat het debat ook over de persoon van de partijleider. Erg is dat niet.

’Personen spelen* een grotere rol in de politiek’, aldus de commissie-Dekker in haar evaluatierapport over de VVD. De commissie-Vreeman stelde in haar analyse van de verkiezingsnederlaag van de PvdA dat het gebrekkige vermogen van de sociaal-democraten om zich programmatisch van andere partijen te onderscheiden, ’een extra impuls vormde voor de toch al stevige trend richting personalisering van de politiek’.

Met deze personalisering van de politiek is echter iets vreemds aan de hand. Op grond van kiezersonderzoek concluderen politicologen dat het karakter en de persoonlijke kwaliteiten van de lijsttrekkers of het beeld dat de kiezers daarvan hebben, de uitkomsten van de verkiezingen nauwelijks beïnvloeden. Journalisten hebben echter de neiging de persoon van de politicus meer centraal te stellen, hetgeen ten koste gaat van de aandacht voor de politieke partij.

Ook de politieke partijen gaan uit van de personalisering. Met de opkomst van de televisie hebben zij in de verkiezingscampagnes de persoon van de lijsttrekker nadrukkelijk naar voren geschoven, kennelijk omdat zij er electoraal voordeel van verwachtten. Het meervoudig lijsttrekkerschap bij de Tweede Kamerverkiezingen is verleden tijd, en op de verkiezingsaffiches staan sindsdien vrijwel uitsluitend de koppen van de lijstaanvoerders. Sinds kort hebben die op internet allemaal een eigen website, en schrijven zij boekjes waarin het partijprogramma wordt gelardeerd met biografische informatie. Door haar eigen toedoen krijgt de partij zo steeds sterker het gezicht van de lijstaanvoerder. Dit is nog bevorderd doordat deze persoon sinds een paar jaar in een aantal partijen rechtstreeks door de partijleden wordt verkozen.

Vroeger beheerste de politieke partij de politiek, en was de politicus sterk afhankelijk van de partij voor zijn programma, zijn kandidatuur, zijn verkiezing, zijn statuur, al werd de partij ook toen – in uiteenlopende mate – gepersonifieerd door haar leider (zoals Colijn of Drees).

Als gevolg van de individualisering is de partij echter geleidelijk aan afhankelijker geworden van de electorale werfkracht van de politicus – dat is althans het beeld. Of de politicologen nu gelijk hebben of niet: de politiek beschouwt de personalisering als een realiteit en creëert daarmee, geholpen door de media, een eigen werkelijkheid.

De partij boet dus aan ideologische en organisatorische betekenis in, terwijl de politicus aan belang lijkt te winnen. Dat komt ook tot uiting in de grotere aandacht die er is gekomen voor de private kant van de politicus – de tweede, meer recente component van de personalisering van de politiek.

Tot ver in de twintigste eeuw bestond er een scheiding tussen het private en het publieke domein in de politiek. Politici waren doorgaans uiterst terughoudend met inkijkjes in hun eigen leven. Tegenwoordig worden persoonlijke emoties en gevoelens, ook van politici, veel gemakkelijker in het openbaar getoond.

Door meer van hun private kant te tonen en zich als een persoon van vlees en bloed te presenteren, lijken zij te proberen aansluiting te vinden bij de belevingswereld van kiezers die om wat voor reden dan ook minder toegankelijk zijn voor inhoudelijke politieke informatie.

Dat identificatieproces verloopt minder dan vroeger langs ideologische of sociale lijnen: kiezers kunnen iets in een politicus herkennen (in zijn karakter of in zijn levensverhaal), of hem bewonderen, of vertrouwen. Zo’n niet primair programmatisch electoraal appèl hoeft trouwens niet per definitie apolitiek te zijn; persoonlijke kenmerken van een politicus (integriteit, geloofwaardigheid, betrouwbaarheid) zijn immers uiterst relevant in een representatieve democratie. Een dergelijk persoonlijk getint appèl betekent evenmin dat politieke standpunten er niet meer toe zouden doen; in de meeste gevallen zal de keuze van de kiezer mede worden beïnvloed door opvattingen van de politicus. Misschien draagt deze mengeling van persoon en programma ertoe bij dat de personalisering van de politiek in het kiezersonderzoek niet goed zichtbaar is.

Wanneer we het afbrokkelende belang van de politieke partij bezien (dalend ledental, verminderde partijtrouw van de kiezer), de versterkte positie van de leider binnen de partij als gevolg van een rechtstreeks ledenmandaat, de sterke focus van de media op personen, en de op termijn te verwachten directe verkiezing van burgemeesters (en andere bestuurders), dan lijkt het erop dat de toekomst meer aan de politicus is dan aan de partij.

De persoon van de politicus is ontegenzeggelijk in opmars, zonder overigens te zeggen dat de politieke partijen zullen verdwijnen – er zal altijd behoefte blijven aan organisaties die structuur aanbrengen binnen het politieke proces en die de kandidaatstelling en verkiezingscampagne faciliteren. Het betekent naar alle waarschijnlijkheid wel dat de Nederlandse politiek sterker dan voorheen kandidaat-georiënteerd zal worden, met name in campagnetijd. Daarbij worden de persoonlijkheid, de emoties en het charisma van de politicus relevanter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden