Personages tollend op zoek naar hun context

De vernuftig op wieltjes ronddolende skeletsculpturen die de Belgische kunstenaar Johan Muyle in het Odapark van Venray exposeert, zijn eerder personages dan beeldhouwwerken.

De tentoonstellingsruimte dompelt zich in tweeduister. Je kunt heel goed zien waar de medetoeschouwers zich bevinden, maar je moet uitkijken waar je loopt. Rijdende stoelen kriskrassen door de ruimte met een eenmansbemanning aan boord die niet weet hoe de rijdende stoel moet worden bestuurd.

Dat hoeft ook niet. Eenmaal plaatsgenomen in de doorzichtige stoel, zet een listig mechaniek stoel en passagier schokkerig in beweging. Achterop draait een lichtkrant mee, zoals die van voor taxiënde vliegtuigen uit rijdende luchthavenwagentjes. Alleen luidt de boodschap nu niet ’FOLLOW ME’, maar: ’Hier is ginder’, of ’Gelukkig is dat de gedachte stom is’ en ’Er is geen god anders dan in onze verbeelding’.

Conservator Theo Lenders van beeldentuin/museum Odapark in Venray licht de tentoonstelling ’Sioux in Paradise’ in geestige helderheid toe: „Hij wil heel duidelijk zijn en je tegelijkertijd een oerwoud vol verwarring in sturen”.

En daarmee heeft de conservator werk en wezen van kunstenaar Johan Muyle treffend geduid. Ten overvloede voegt de conservator er nog aan toe dat Muyle geregeld als surrealist wordt afgeschilderd, maar dat hij daarom allerminst met voorgangers als Jeroen Bosch of Salvador Dalí moet worden vergeleken, gesteld dat je daar aanstalten toe ging maken.

Eerder weerklinkt in de sculpturale figuren van Johan Muyle een verre echo van de Zwitser Jean Tinguely, die met uitgekiende mechanismen staaldraden en roestconstructies knarsend, rammelend en ratelend tot leven brengt. En ook weer tamelijk niet: Muyle’s wereld heeft eerder met magisch belichte kermiskabinetten van doen.

De op wieltjes ronddolende en om hun as tollende sculpturen die Johan Muyle nu in het Odapark exposeert, zijn eerder personages dan beeldhouwwerken. Personages op zoek naar hun context, naar hun toneelstuk. Want ook al wil Muyle niet alles verklappen en ten minste iets te raden over houden, is het toch wel handig iets van zijn personages af te weten alvorens met ze in zee te (kunnen/willen) gaan.

Met elkaar gemeen hebben de personages: een identiek gezicht (zelfportretten/afgietsels van Johan Muyle’s gezicht), hun tot skeletten vergane bekkens, armen en benen, en het doorzichtige plateautje waarop ze schokkend linksom en rechtsom manoeuvreren.

Wat is dat voor levenswater dat daar hoorbaar plengt? Het is geen onschuldig murmelend fonteintje, zoveel is zeker. Een huilende Maria, vol werelds leed? Of een letterlijke tranentrekker uit de Efteling?

Met het tranende hoofd gebogen en een lekkende kan in de schoot, verbeeldt hier een skeletpersonage de mythische Danaïden, die als straf omdat ze hun 49 bruidegoms doodstaken, in de onderwereld tot het eind der tijden water in een bodemloos vat moeten vullen.

Door naar een personage toe te lopen, zet de museumbezoeker het opgetuigde skelet in beweging. Of liever: slaat het skelet via senoren op de vlucht, gaat rijdend z’n eigen weg door de museumzaal of ginds de hoek om een nis in.

Een cowboyskelet ziet er aanvankelijk vervaarlijk uit met een stapel aan cowboyhoeden uittorenend boven z’n afgietselhoofd en schietend pistool in de hand. Maar de op de rug van z’n gilet geborduurde tekst zet eerder aan tot bezinking dan tot het beantwoorden van geweervuur: ’is het de hoed die de man maakt of de man de hoed?’

Teneinde machogeschiet terug te brengen tot de proporties waarin kinderen John Wayne nadoen, weerklinken de cowboyschoten uit een luidsprekertje, die de cowboy als een speen in de mond geklemd houdt. Desalniettemin werpt zijn armetierig ribbenkast dramatische schaduwen op de wanden.

Tijdens een reis door Zuid-Amerika besefte Johan Muyle eens te meer dat er meer dat ’waarheid’ zich niet eenduidig laat verklaren. Dat de ’vrijheid’ van een tangodans ook verplichting, discipline zo niet gevangenschap kent. Aldus smeedde hij van hoofd tot bekken twee tango dansende skeletten samen, die het samen met twee benen moeten zien te rooien. Met grimmige grimassen, de armen geheven en de handen in elkaar verstrengeld, draaien de personages hun tomeloze tangodans. Beide kruinen getooid met hoofddoekjes van de Dwaze Moeders uit Argentinië met in het Spaans op de ruggen geschilderd: ’Geen stap meer achteruit!’

Verderop heeft een museumbezoeker door het sensorenweb te betreden een ander latinopersonage gewekt: dat van de guerrillero die geen aanhoudende strijd meer, maar voortdurende vrede verlangt. Hij ziet er nog woest en schietgraag uit met z’n gemaskerd gezicht waaruit een pijp steekt.

Maar hij torst al een buikje, dus zo heftig zullen die achtervolgingen niet meer worden uitgevochten, te meer daar deze gepacificeerde junglestrijder een T-shirt met daarop de wereldbol draagt: ’hij is zwanger van de wereld’. Van een mondiale wereld, welteverstaan. Op z’n rugzak is een beeldschermpje met uit YouTube geviste pubermeisjes te zien, die luidkeels hun wereldleed bezingen: ’I am living in a Barbie world’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden