Perfectionist aan de piano

De pianist Alfred Brendel (70) kreeg gisteren de Edison Klassiek Oeuvreprijs 2001. Komende maand is hij ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag vier keer te gast in het Concertgebouw in Amsterdam.

Zeventig is Brendel al, maar zelden of nooit hebben Chopin, Debussy, Ravel, Grieg, Rachmaninov, Srjabin of Scarlatti op zijn lessenaar gestaan. Grote brokstukken van de pianoliteratuur ontbreken op zijn repertoire. Van de componisten die hij wel speelt -Haydn, Beethoven, Schubert, Liszt, Busoni en sinds kort Mozart- neemt hij echter meteen alles tot zich. Hij schrijft er zelfs essays over.

Perfectionisme en analyse zijn de kenmerken van Brendel. ,,Ik speel alleen werken waarmee je je hele leven bezig kunt zijn'', zei hij ooit in een interview. ,,En ik ben van mening dat het belangrijkste wat gecomponeerd is, in Midden-Europa tot stand is gekomen.''

Brendel is zelf een Midden-Europeaan bij uitstek. Hij is van Duits-Oostenrijks-Italiaans-Slavische afkomst en bracht zijn jeugd door in Oostenrijk en Kroatië. Zijn ouders waren niet kunstzinnig of intellectueel. Vader runde een hotel op Krk en later een bioscoop. Een gedegen muziekopleiding kreeg hij evenmin. Na twee pianoleraressen en het provinciaal conservatorium volgde hij na zijn zestiende alleen nog maar enkele masterclasses. Daarnaast ontwikkelde hij zijn smaak voor moderne kunst (zijn aquarellen werden ooit geëxposeerd) en literatuur.

Brendel heeft van jongs af aan een eigenzinnige repertoirekeus gehad. Hij speelde Liszt toen er nog op deze virtuoze romanticus werd neergekeken en Schubert-sonates toen die amper bekend waren. Zijn eerste optreden had hij in zijn woonplaats Graz, toen hij zeventien was, met een programma van alleen maar fuga's, inclusief een dubbelfuga van hemzelf.

Zijn loopbaan verliep niet spectaculair. Hij maakte vooral naam met plaatopnames. Daarna werd hij beroemd door zijn integrale uitvoeringen, in de eerste plaats door die van alle 32 Beet-hovensonates, die hij driemaal op de plaat zette. Nu is hij een van de meest geroemde pianisten ter wereld.

Sinds enige jaren heeft Brendel er een carrière naast. Hij schrijft absurdistische gedichten (bijvoorbeeld over de hoesters en applaudisseerders van Keulen, die een organisatie hebben opgericht om het recht van concertgangers op hoesten en applaudisseren te beschermen) en draagt ze voor. ,,Ik heb iets van een dadaïst'', zegt hij daar over. Het is een mooi tegenwicht voor zijn diepgravende muzikale arbeid.

Brendel is geen pianist van de breedte, maar van de diepte. Hij besteedt zijn leven aan het uitdiepen van het werk van een klein aantal componisten. Elk stuk analyseert hij tot op het bot in zijn zoektocht naar de kern van het werk. Hij bestudeert daarvoor niet alleen alle pianowerken van een componist, maar ook zijn symfonieën.

,,Elk stuk heeft volgens mij een eigen, afgebakende persoonlijkheid met bepaalde karaktertrekken en eigenschappen. Binnen die grenzen heeft de vertolker een zekere vrijheid, maar als je die grenzen overschrijdt, dan speel je het verkeerd en vervals je het stuk'', zei hij in de documentaire 'Man and Mask', die de BBC maakte ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag.

Voor iemand als Glenn Gould, die Bach naar zijn hand zette, heeft hij dan ook geen respect. ,,Als ik al uit een traditie kom, is het de traditie waarin de muziek de musicus duidelijk maakt wat hij moet doen en niet de musicus die zegt hoe de muziek moet zijn of hoe de componist het had moeten schrijven'', zegt hij in dezelfde documentaire.

Aan deze stringente houding ten opzichte van de muziek dankt Brendel zijn naam van analyticus en intellectueel; aanduidingen die in de muziek lang niet altijd positief worden opgevat, want met een intellectuele benadering vind je het wezen van de muziek niet. Brendel is er ook niet zo blij mee. ,,Analyse is niet de sleutel tot een werk. Analyse laat zien hoe een stuk gemaakt is, niet wat het is'', zegt hij Arnold Schönberg na in zijn boek 'Musical Thoughts and Afterthoughts'.

Toch heeft juist zijn analytische aanpak vaak weerstand opgeroepen. Hij is pedant, hij neemt de muziek te serieus, hij maakt röntgenfoto's van de muziek, zijn slechts enkele van de verwijten. Gevraagd naar hun mening over Brendel reageren Nederlandse pianisten ook met gemengde gevoelens. ,,Het is nogal wisselend: van sommige opnames ben ik diep onder de indruk, bij andere mis ik de spontaniteit'', zegt Paul Komen, die zelf met een integrale Beethovensonate-cyclus bezig is. ,,Alles wat hij doet is doordacht. Daar ben ik op zich een groot voorstander van, maar het resultaat is soms wel saai.''

,,Ik heb niets tegen zijn analytische aanpak'', zegt pianist Willem Brons. ,,Maar de manier waarop hij met emoties omgaat, ligt me niet zo. Er zit iets onnatuurlijks in, iets gewrongens. Daar heb ik moeite mee. De muziek waar ik van hou, Bach en Schubert, is gebaat bij eenvoud en die hoor ik niet altijd bij hem.''

,,Het is een groot musicus, maar zijn stijl van spelen is de mijne niet. Ik hoor liever Murray Perahia, Richard Goode of Ronald Brautigam'', zegt fortepianist Bart van Oort. De analyticus Brendel wil niets te maken hebben met de kennis die is opgedaan in de authentieke-muziekbeweging. Dat ergert Van Oort.

,,Er zijn talloze moderne pianisten die die kennis naast zich neerleggen, maar juist bij iemand die zegt te zoeken naar inzicht in het werk van de componist, stoort het me enorm.''

De komende maand is Brendel in Het Concertgebouw in Amsterdam. Op 6 juni leest hij gedichten voor (met intermezzi van pianist Pierre-Laurent Aimard), op 7 juni begeleidt Brendel de bariton Matthias Goerne, 13 en 14 juni speelt hij met een strijkkwartet werken van Mozart, 25 juni speelt hij met het Scottish Chamber Orchestra werken van Mozart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden