Perfecte hoed voor ieder hoofd

Prinsessen en popsterren weten hem te vinden, maar ook beroemde modeontwerpers maken gretig gebruik van de creativiteit van Stephen Jones. De Brit staat op eenzame hoogte in het hoedenvak.

Stephen Jones (1957) is duidelijk in zijn nopjes met de expositie in het Antwerpse Modemuseum. De tentoonstelling geeft een impressie van zijn dertigjarige carrière in het hoedenvak. „Je hoeft niets van mode te weten om deze tentoonstelling te begrijpen. Of je nu een kind van vijf bent of een serieuze modestudent, dat maakt niet uit, want mijn ontwerpen zijn universeel en iedereen haalt er het zijne uit”, zegt hij. Dat klopt: de ene bezoeker zal vooral de humor van zijn werk aanspreken, zoals een hoed gemaakt van de zool van een Dr. Martens- laars, ondersteund door een luciferdoosje en bedrukt met de Britse vlag. Een ander zal meer geboeid raken door Jones’ grote vakmanschap of opmerkelijke materiaalexperimenten.

Stephen Jones behoort zonder twijfel tot de wereldtop van hoedenontwerpers. Hij werkt samen met de meest toonaangevende modehuizen en -ontwerpers zoals Dior, John Galliano, Jean Paul Gaultier, Vivienne Westwood en Marc Jacobs. Jones vervaardigt voor hun shows de vaak extravagante hoofddeksels, passend bij de getoonde collectie. Enkele outfits van deze modevormgevers staan eveneens opgesteld, uiteraard mét hoed.

Stephen Jones studeert in 1979 af als modeontwerper aan de vermaarde Londense Saint Martin’s School of Art. Hij heeft dan enkele zomerstages gelopen bij een hoedenmaakster en alras ontwerpt en verkoopt hij zijn eigen hoeden. Het is de tijd van de nieuwe muziek- en modestroming ’The New Romantics’. Uitbundige, theatrale kleding en opvallende hoofddeksels overheersen plots de Londense clubscene. In de vermaarde club Blitz troeven bezoekers elkaar af met extravagante outfits. Jones raakt bevriend met zanger Boy George van Culture Club en ontwikkelt de kleding en hoeden voor de videoclip bij hun hit ’Do You Really Want to Hurt Me?’.

Aanstormend modetalent Jean Paul Gaultier raakt geïnspireerd door de aankleding van de clip en dan gaat het balletje rollen. Gaultier wordt klant, net als Jasper Conran, Zandra Rhodes, Thierry Mugler, Claude Montana, Comme des Garçons en andere hotshots uit het dan opkomende nieuwe modecircuit.

Momenteel werkt Jones met vijf tot zeven designers per seizoen. En dat verloopt telkens verschillend. Jones doet er een beetje geheimzinnig over in hoeverre de hoofddeksels door hem worden ontworpen, of het idee van de designer zijn: „Er is geen formule voor de samenwerking. Als die er zou zijn is dat slecht voor onze creativiteit. Want het gaat juist om het onverwachte. Om spice te geven aan een collectie moeten we elkaar verrassen. Soms is er een schets of alleen maar een woord dat als startpunt dient en dat wordt dan verder uitgewerkt.”

Naast deze exclusieve catwalkhoeden voert Jones een couturecollectie van bijzondere hoeden voor ’Ascot, bruiloften, party’s en picknicks’ (vanaf 550 euro), en twee hoedenlijnen die in grotere oplagen worden gemaakt. Vooral de Japanse jeugd blijkt dol op zijn ’Miss Jones’ en ’Jones-boy’ collectie. (vanaf 100 euro).

Behalve van talloze modefoto’s in tijdschriften zijn Jones’ hoeden bekend van films zoals ’Elisabeth: the Golden Age’ (2007) waarin Cate Blanchett een koperen kroon van Jones draagt. Hij ontwerpt hoofddeksels voor de shows van popartiesten, van Kylie Minogue tot Mick Jagger. Ook royalty, zoals prinses Diana en Sarah Ferguson, behoorde tot zijn klantenkring.

Gevraagd naar zijn verdere koninklijke clientèle bekend hij vol trots vorige zomer prinses Máxima te hebben ontmoet bij de opening van de Modebiënnale in Arnhem. Van een bestelling is het echter nog niet gekomen. Jones, met een schalkse twinkeling in de ogen: „We hebben allebei familie in Argentinië, dus dat is alvast een begin.”

De basis van de tentoonstelling wordt gevormd door de grootste particuliere Stephen Jones-hoedenverzameling ter wereld (ruim 120 stuks) van Antwerpenaar Geert Bruloot. Die collectie is aangevuld met stukken uit Jones’ eigen archief en bruiklenen van modehuizen. Uit alles blijkt onovertroffen vakmanschap. In combinatie met zijn vernieuwingsdrang en talloze humoristische kwinkslagen ontstaat in de expositie een fraai beeld van Jones’ brede oeuvre.

Modemuseumdirecteur Kaat Debo benadrukt dat er niet is gestreefd naar een historisch overzicht. „De expositie is opgebouwd rondom vier uiteenlopende thema’s: Avontuur, Wetenschap, Rococo en Glamour. De stukken worden getoond op zeshoekige uitvergrote hoedendozen die verwijzen naar het spel met proporties in Jones’ werk. We presenteren de meeste hoeden onder een hoek van 45 graden. Gezien de fysiologie van het hoofd is dat volgens Jones meestal de beste hoek om een hoed te dragen.” Doordat een tijdlijn ontbreekt valt des te meer op dat vrijwel geen enkele hoed er gedateerd uitziet. Stephen Jones staat ook in dit opzicht op eenzame hoogte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden