Perfecte harmonie en eenvoudige schoonheid staan centraal in de art nouveau, die Siegfried Bing in Parijs liet maken. Het Van Goghmuseum eert hem.

Onaangedaan, met een ietwat lodderige blik zwemt door een vette karper dwars een stroompje met waterplantjes. Het is het fraai getekende motief op een lap stof die in de 19de eeuw in Japan werd ontworpen. De karper is nu als belangrijkste motief gekozen voor de presentatie van de vele producten die de Duits-Franse kunsthandelaar Siegfried Bing (1835-1905) aan het einde van de 19de eeuw in zijn Parijse kunstzaak aan het publiek verkocht.

Omdat Bing dat deed in de tijd dat Van Gogh ook belangstelling had voor dit soort Japans getinte onderwerpen (die ten voorbeeld zouden staan aan de mode van het japonisme), wil het Van Gogh Museum in Amsterdam de handel en wandel van deze bedenker van de Art Nouveau nader uitlichten.

Siegfried Bing werd in Parijs (hij was van Duitse afkomst, zijn familie had een bedrijf in Hamburg) de grote stimulator van het japonisme door voor een hausse aan Japanse voorwerpen te zorgen. Toen de belangstelling voor deze kunstvorm wegzakte, introduceerde hij een heel nieuw soort kunst. Hij bracht niet alleen ambachtslieden (meubelmakers, stoffenontwerpers, edelsmeden) bijeen maar zocht ook schilders die hem inspireerden om in een nieuwe stijl te werken.

Op dit laatste terrein ging het mis: de hoeveelheid uitgebluste kunst in het Van Gogh toont aan dat Bing er nauwelijks in slaagde om kwaliteit van formaat te vinden. De rij navolgers (vooral van Gauguin) komt in beeld tegen de halfronde achterwand van de nieuwe vleugel waar epigonen als Jacque-Emile Blanche, William Degouve de Nunques, Henri-Edmond Cross en Henri Martin het afleggen tegen de schaarse, echt grote namen als Munch, Vuillard en Bernard.

Net als Serge Diaghilev, die van oorsprong balletleider was, was Siegfried Bing geen scheppend kunstenaar. Bing slaagde er net als Diaghilev in om de juiste mensen op het juiste moment om zich heen te verzamelen. Hij was een even inspirerend voorbeeld voor schilders, meubelmakers, architecten, boekbandontwerpers en glasblazers, waardoor hij uitgroeide tot de geestelijk vader van een geheel nieuwe ontwikkeling in de (toegepaste) kunst.

En net als Diaghilev moet Bing een charismatisch figuur zijn geweest, die als een spin middenin een artistiek web zat dat bij de geringste beweging ging trillen en daarmee de betrokken kunste-Ceremoniële naars alert maakte om te reageren.

Bing beschikte over productiemogelijkheden èn een winkel annex galerie waar hij de in eigen beheer vervaardigde kunstobjec-ten kon afzetten. Hij had de galerie in Parijs opgezet naar voorbeeld van een in Brussel gevestigde zaak voor moderne toegepaste kunst en haar in de Franse hoofdstad de titel L'Art Nouveau', ofte-wel de Nieuwe Kunst genoemd. Op dat moment wist hij uiteraard nog niet dat deze naam uiteindelijk voor de hele stroming zou dienen.

Met die naamgeving wordt Bing vaak aangezien als de grondlegger van de art nouveau en wordt Parijs in één adem als de hoofdstad van deze kunstvorm beschouwd. Dat is echter een hardnekkig misverstand: toen Bing zijn galerie L'Art Nouveau noemde, was deze kunst in Brussel allang erkend als een stijlvolle vernieuwingsbeweging.

Parijs kwam met de art nouveau verhoudingsgewijs betrekkelijk laat op het toneel, in ieder geval na Brussel (waar behalve tal van schilders de architect Victor Horta de nieuwe stijl aanhingen) ook na Nancy waar de Ecole de Nancy (glas, meubilair, architectuur) van zich deed spreken met de art nouveau.

Het is één van de manco's op de expositie in het Van Gogh dat Bing als een eenling in de strijd vóór de moderne kunst wordt genoemd en dat er te weinig wordt gekeken naar wat er tegelijkertijd in zijn eigen land en de andere landen werd gedaan. De Art Nouveau in Frankrijk kan immers niet los worden gezien van een trits van internationale ontwikkelingen die zich op zijn minst gelijktijdig voltrokken.

Art Nouveau heette in Duitsland Jugend Stil (waarbij het jongerentijdschrift Jugend een belangrijke voortrekkersrol speelde), Liberty Style in Engeland, slaoliestijl in Nederland (naar een affiche die Toorop voor de Delftse sla-oliefabriek had gemaakt), Tiffany's in New York, het Modernismo van Gaudi in Spanje en Stilo Novo in Italië.

Tussen deze lokale stijlen bestonden internationaal gezien grote overeenkomsten. Wezenlijk kenmerk van de Art Nouveau is de toepassing van het florale motief dat te pas en te onpas op de meest verschillende soorten ondergrond wordt afgedrukt. Dit motief, meestal van een exotische bloem, wordt uiterst gestileerd door middel van een eindeloze lijn die aan het geheel een volstrekt organisch karakter geeft.

De talloze objecten die Bing zijn bedrijf liet maken, zijn Bings betrokkenheid bij de ontwikkeling van de 'nieuwe kunst' volgde direct op zijn liefde voor alles wat aan kunst en toegepaste kunst uit Japan kwam.

Toen hij halverwege de jaren negentig van de 19de eeuw merkte dat het publiek uitgekeken raakte op de japonaiserieën, voelde ook de kunsthandelaar zich geroepen om het roer om te gooi-en. Meer dan aan artistieke overwegingen lagen er economische oorzaken aan zijn overgang naar de art nouveau ten grondslag. De Japanliefde stopt daarmee zeer abrupt en keerde in feite ook niet meer terug, in tegenstelling tot de art nouveau die tot ver in de 20ste eeuw elke keer weer een revival doormaakte.

Alleen niet meer vanuit Parijs, dat zoals gezegd ook niet het epicentrum was, maar bijvoorbeeld vanuit Berlijn, Nancy of Oostenrijk. Bepaalde bedrijven, zoals meubelmaker Thonet, hielden tientallen jaren lang hetzelfde ontwerp met de gebogen vormen in productie, zelfs toen daarnaast meer art deco-achtige ontwerpen werden gerealiseerd. Er bestaat daarom nogal verwarring over de afbakening van art nouveau en art deco. De scheidslijn kan wel in de tijd getrokken worden: de art nouveau hield op toen de Eerste Wereldoorlog (1914) een feit was, de art deco ontstond zo'n tien jaar later.

Voor Bing kwam het eind veel eerder. Hij overleed in 1905, waarbij de zaak in handen van zijn zoon Marcel Bing (18751920) kwam. Die kon niet anders dan in 1909 een punt achter het bedrijf van zijn vader te zetten.

De onderneming van Bing had op dat moment vijftig jaar bestaan, maar verloor in snel tempo zijn belangrijkste inspiratiebron. Wel wilde de jonge Bing gedachtig zijn vaders voorkeur voor kunst uit het Verre oosten graag weer handel gaan voeren in deze kunst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden