Per ongeluk in het verkeerde beekje gestapt

Jelle Brandt Corstius (Jörgen Caris, Trouw) Beeld
Jelle Brandt Corstius (Jörgen Caris, Trouw)

Mijn idee van een jungle is gebaseerd op Walt Disneys Jungleboek: een gezellig groep dieren. Af en toe springen ze op je schouder en zingen een lied. Na een trektocht van twee dagen door de Sumatraanse jungle kan ik zeggen: Jungleboek is niet op de werkelijkheid gebaseerd.

Ten eerste het aantal dieren in de jungle. Op geen plek in de wereld schijnen zoveel dieren te zijn geconcentreerd als in het regenwoud. Ik heb er bitter weinig van gemerkt. Af en toe hoorde ik een gil van een vogel, of de schreeuw van een aapje. Dan keek ik omhoog en zag ik wat bladeren ritselen in de kruinen van bomen zo groot als flatgebouwen. En dat was het dan wel.

En de enige diersoort die ik van nabij zag, was een diersoort die je niet van nabij wilt zien. Na een afmattende tocht door de Sumatraanse jungle kwamen wij uit bij een beekje. De gids maakte een vuurtje om wat instant-noedels op te warmen. Ik trok mijn sok omhoog en vond een enorme bloedzuiger op mijn enkel, die zojuist klaar was met eten en rustig de grond op kroop, zonder een lied te zingen.

Het enige wat mij nog op de been hield, was dat wij de eindbestemming hadden bereikt. Dat bleek echter niet zo te zijn: na de noedels moesten wij door de rivier waden en liepen nog een uur of vier tot wij een afgelegen plek in de buurt van de Leuser-vulkaan hadden bereikt. Ter verkoeling stapte ik daar in een idyllisch bergbeekje dat met kokend water gevuld bleek te zijn, afkomstig uit de krochten van de vulkaan. In de buurt van de vulkaan zouden zich orang-oetans ophouden. Maar het enige wat de gids voor ons vond, waren wat orang-oetandrollen. Teleurgesteld maakten wij kamp aan de warme oever van het kokende beekje.

Na een slapeloze nacht begonnen wij de lange tocht naar huis. Dieren waren er niet te zien; af en toe stopte de gids bij een voor hem interessante boom. Wat mij niet slecht uitkwam, want ik moest regelmatig een hartaanval onderdrukken. Aan het eind van de dag – ik had de hoop op een orang-oetan al opgegeven, je kon in de verte al de auto’s horen rijden – keek de gids op en wees omhoog.

In de takken zat soeverein een orang-oetan. Een schitterend mannetje. Toen wij elkaar aankeken, begreep ik onmiddellijk waarom Indonesiërs het een ’man van het bos’ noemen. Hij was alsof ik een persoon aankeek. En net als bij mensen kon ik zijn gedachten raden. De aap dacht: ’Wat heb je hier te zoeken in de jungle, met je twintig zakjes instant-mie’. En hij had nog gelijk ook. Nooit ben ik zo blij geweest met asfalt onder mijn voeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden