Pensioenklap zal hard aankomen

Beeld Patrick Post

Het duurt wel even voordat de pensioenfondsen zijn hersteld van de economische crisis. Zelfs de dertigers van nu zullen de gevolgen voelen.

Ongeveer 13 procent, met dat percentage is het aanvullend pensioen sinds 2008 gemiddeld in waarde gedaald. Dat is nog maar het begin. Het grootste pensioenfonds van Nederland, ABP, kondigde vorige week aan dat het de komende tien jaar niet tot nauwelijks zal indexeren. Dat gaat niet alleen de 50-plusser aan, maar heeft ook gevolgen voor werknemers die nog lang niet aan hun pensioen denken. Is dit het einde van het welvaartsvaste pensioen?

Zo ver wil hoogleraar macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam Roel Beetsma niet gaan. Al denkt hij dat "de komende jaren de pensioenen de welvaart niet zullen volgen".

De welvaart volgt het tempo van de inflatie. De pensioenen repareren dat met hun indexaties: aanpassingen aan de prijsstijgingen. Dat zorgt ervoor dat de 100 euro pensioen die in 1990 opzij is gezet, in 2014 nog altijd dezelfde waarde heeft.

Vereiste niveau
Indexatie kan alleen als de dekkingsgraad hoog genoeg is, maar die daalde vorige maand bij veel pensioenfondsen tot onder het vereiste niveau. Voor deze maand voorziet adviesbureau Mercer zelfs een verdere daling, omdat de aandelenbeurzen en de rentes in oktober zijn gezakt. Zo raakte het vereiste niveau om te indexeren steeds verder uit beeld.

De beurzen zijn belangrijk voor pensioenfondsen, omdat zij hun vermogen beleggen in aandelen en obligaties. De rendementen op deze beleggingen worden deels bepaald met rente. Hoe lager de rente, des te minder het rendement. Lage beurskoersen en lage rente betekent dus dubbel pech voor de fondsen.

Analisten verwachten niet dat de rente op korte termijn zal stijgen. "Maar mocht het over een paar jaar gebeuren, dan zullen de dekkingsgraden zich snel herstellen," denkt Beetsma.

Het is het soort optimisme dat de pessimist altijd weet te pareren met het Japanscenario. Dat wil zeggen: decennia van nulgroei bij een lage rente. "Zo ver zijn we hier niet", zegt Beetsma. "Europa voert een verstandiger beleid dan Japan, waar zwakke banken jarenlang hebben kunnen aanmodderen."

Volledige compensatie
Maar zelfs als de economie de komende jaren stevig aantrekt, als de beurskoersen stijgen en de rente niet langer daalt, dan nog zal het een tijd duren voordat het pensioen weer welvaartsvast is. Mercer denkt daarbij aan ongeveer drie tot vier jaar. Dan zou een fonds als ABP de pensioenen weer gedeeltelijk kunnen aanpassen aan de prijsstijgingen. Een volledige compensatie gaat volgens Mercer langer duren; ongeveer tien jaar. Dat is ook de termijn die ABP in gedachte heeft.

Beeld Patrick Post

In die tijd loopt de koopkracht van de aanvullende pensioenen alleen meer verder terug. Zelfs als een fonds de dekkingsgraad met tientallen procenten verbetert, dan nog stelt het kabinet grenzen aan de snelheid waarop pensioenfondsen de opgelopen schade aan de koopkracht mogen repareren.

Getallen over koopkrachteffecten gaan over gemiddelden, maar kunnen per beroepsgroep behoorlijk verschillen. Vooral de kortingen komen hard aan. Actieve deelnemers en gepensioneerden zien hun pensioen dan echt in waarde dalen. De meeste fondsen hoefden dit jaar niet te korten. Dat lag anders voor het (oud)personeel van glasfabriek Royal Leerdam (-7 procent), schoonmaakbedrijf ISS (-6,9 procent), personeel in de tandtechniek (-5 procent) en het oud-personeel van het agrochemische bedrijf Cebeco (-5 procent).

Jongvolwassenen hebben nog de tijd
De groep die het minst last heeft van de huidige indexatieproblemen bij de pensioenfondsen, zijn de jongeren tot en met 35 jaar. Ook zij dragen bij aan het herstel van de pensioenfondsen door geen indexatie te ontvangen, maar omdat hun opgebouwde pensioen nog laag is, heeft dat minder consequenties. Niet indexeren over een opgebouwd pensioen van 1300 euro per jaar, scheelt bij een inflatie van 2 procent slechts 26 euro. Maar bij een pensioenpot van 23.000 euro per jaar loopt een werknemer al 460 euro mis.

De pensioenadviseurs van AON Hewitt hebben berekend dat een 30-jarige werknemer met een modaal salaris 3,5 procent van zijn aanvullend pensioen inlevert als er tien jaar lang niet wordt geïndexeerd. Dat is dan zonder AOW, het deel van de oudedagsvoorziening dat wel stijgt met de inflatie.

Gemiddeld bestaat de oudedagsvoorziening voor een helft uit AOW en voor een helft uit aanvullend pensioen. De 3,5 procent koopkrachtdaling van het aanvullend pensioen, moet dus door twee worden gedeeld voor het netto koopkrachtverlies: 1,75 procent.

Voor de 30-jarige is er nog alle tijd om het verlies aan indexatie in te halen. Bij een hoge dekkingsgraad mogen pensioenfondsen de opgelopen schade herstellen. Al zal dat niet snel gaan. Schattingen gaan uit van twintig tot dertig jaar; een tijd die de jong volwassene nog heeft.

De gevolgen van tien jaar niet indexeren kunnen voor jongeren dus beperkt blijven. Zij zijn dan ook niet tegen strengere regels voor indexatie. Sterker, zij vrezen lege pensioenpotten als de fondsen te snel ouderen compenseren voor de prijsstijgingen.

Middelbaar: schade kan oplopen tot 18 procent
Bij de werknemers op middelbare leeftijd zijn de gevolgen van tien jaar niet indexeren aanzienlijk groter dan bij hun jongere collega's. AOW Hewitt berekende dat een 50-jarige die rond zijn 35ste jaar een modaal inkomen (35.000 euro) verdiende, maar liefst 14,9 procent misloopt. Bij een 55-jarige is dat percentage zelfs opgelopen naar 18 procent.

Deze getallen gelden alleen het aanvullend pensioen, dus niet het AOW-deel van de oudedagsvoorziening. Wordt deze helft van de oudedagsvoorziening bij het pensioen opgetrokken, dan is het netto koopkrachtverlies voor een 50-jarige gemiddeld 7,45 procent en voor de 55-jarige gemiddeld 9 procent.

Daarbij moet wel worden aangetekend dat het koopkrachtverlies hoger is naarmate het aanvullende pensioen stijgt. De oudedagsvoorziening voor een werknemer met een hoog salaris kan bijvoorbeeld bestaan uit 30 procent AOW en 70 procent aanvullend pensioen. De klap van het koopkrachtverlies over het aanvullend pensioen komt in dat geval harder aan dan bij een 65-plusser waarbij de oudedagsvoorziening bestaat uit 70 procent AOW en 30 procent aanvullend pensioen.

Voor de 50-plusser werkt de tijd in zijn nadeel. Stel dat een pensioenfonds na tien jaar weer overgaat op indexatie, dan is dat voor de 50-plusser net op tijd. Maar niet op tijd om de verloren koopkracht via herindexatie weer goed te maken. Afgaande op prognoses dat het zeker twintig tot dertig jaar duurt voordat de achterstand is goedgemaakt, kan de werknemers van middelbare leeftijd pas als late zeventiger van zijn 'welvaartsvaste' pensioen genieten.

Beeld Patrick Post

Ouderen zullen amper van herstel profiteren
Rake klappen vallen er ook bij de ouderen. Uit cijfers van AON Hewitt blijkt dat een 70-jarige die op 35-jarige leeftijd een modaal salaris verdiende 11,5 procent aan koopkracht inlevert. Dat is zonder het AOW-deel van de oudedagsvoorziening. Wordt dit deel bij het aanvullend pensioen opgeteld, dan bedraagt het netto verlies aan koopkracht gemiddeld 5,25 procent.

Net als bij de werknemers van middelbare leeftijd geldt voor de ouderen dat het koopkrachtverlies groter is naarmate het aanvullend pensioen stijgt.

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft eerder een vergelijkbare berekening als die van AON Hewitt gemaakt. Een gemiste indexatie tussen het 62ste en 65ste levensjaar scheelt de oudere werknemer bij pensionering ongeveer 7 procent koopkracht.

Ook hier geldt: dit is exclusief AOW.

Ouderen dragen met het uitblijven van indexatie bij aan het herstel van de dekkingsgraden, maar zullen daar niet of nauwelijks van profiteren. Tien jaar wachten op volledige indexatie, of twintig tot dertig jaar voor herstel van de opgelopen achterstanden is voor een 70-jarige weinig aanlokkelijk. Daarom ook dat ouderen over het algemeen moeite hebben met de strengere regels.

Nu valt de schade van niet indexeren momenteel mee omdat de inflatie rond een half procent ligt. Stijgt deze naar 2 procent, het streefgetal van de Europese Centrale Bank, dan ziet de gepensioneerde zijn koopkracht snel dalen.

Wanneer mogen pensioenfondsen indexeren?

Sinds het uitbreken van de economische crisis in 2008 hebben pensioenfondsen het zwaarder om de spaarpot van alle deelnemers te compenseren met de prijsstijgingen. Indexeren mag pas als de dekkingsgraad hoog genoeg is. De dekkingsgraad geeft aan hoeveel vermogen een pensioenfonds heeft ten opzichte van zijn verplichtingen. Voor iedere 100 euro die een pensioenfonds nu of in de toekomst moet betalen, moet het fonds 105 euro in kas hebben. Vanaf volgend jaar moet dat 110 euro zijn. Dan mogen fondsen de pensioen deels indexeren. Een volledige aanpassing aan de prijsstijgingen, is toegestaan bij een dekkingsgraad van 130 procent. De opgelopen achterstanden inhalen, is mogelijk bij dekkingsgraden boven de 130.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden