Pensioenfondsen door reserves heen

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Pensioenfondsen hebben te lijden onder de economische crisis. Het aantal fondsen dat aan de minimumnorm voldoet, is sterk afgenomen.

De economische malaise krijgt steeds meer grip op de Nederlandse pensioenfondsen. Indexering van de pensioenuitkering (de pensioenen aanpassen aan de prijsverhoging) lijkt onhaalbaar, premieverhoging ligt in het verschiet.

Volgens de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB) schommelen vijf van de tien grootste pensioenfondsen – met in hun pakket in totaal viereneenhalf miljoen verzekerden – met hun dekkingsgraad tussen de 85 en 95 procent. De minimumnorm die toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) hanteert is 105 procent. Pensioenfonds Zorg en Welzijn zit naar eigen zeggen rond de 95 procent, ambtenarenfonds ABP zou daar net onder zitten. Vorige week maakte het Pensioenfonds Metaal en Techniek al wereldkundig op een dekkingsgraad van 86 procent te zijn aangeland.

Het aantal fondsen met een dekkingsgraad boven de minimumnorm is bovendien het laatste kwartaal sterk afgenomen, zegt VB. Hoe de pensioenfondsen individueel scoren, kan de vereniging niet zeggen. Dat zullen de fondsen naar verwachting later deze maand aan hun deelnemers bekendmaken. Naar alle waarschijnlijkheid zullen veel fondsen besluiten dat ze de pensioenen volgend jaar niet aanpassen aan de prijsverhoging: dat is een beproefde methode om de reserves relatief snel naar het wettelijk vereiste niveau te tillen. Pensioenfondsen studeren bovendien op de mogelijkheid van premieverhoging. De fondsen met een dekkingsgraad onder de 105 procent moeten uiterlijk 1 april 2009 een herstelplan indienen bij DNB.

De situatie van de fondsen vindt Theo Nijman, wetenschappelijk directeur bij Netspar (internationaal kenniscentrum voor vergrijzing) en hoogleraar econometrie en financiële markten aan de Universiteit van Tilburg, niet verrassend. Hij wijst op de lage koersen van aandelen waarin de fondsen beleggen én op de lage rentestand. De laatste schommelt tegenwoordig rond de drie procent en is daarmee op een heel laag niveau beland. Omdat de pensioenen met dit rentepercentage moeten rekenen om hun toekomstige reserves te waarderen, komen deze laag uit. „Maar de rente is historisch laag, dus dat kan over een paar maanden weer anders zijn”, zegt Nijman over de reserves.

Pensioenfondsen kunnen bovendien, anders dan banken en verzekeraars, niet failleren, onderstreept hij. „Pensioentegoeden zijn, anders dan bij banken, niet ineens opeisbaar: een run op de fondsen is dus onmogelijk. Bovendien staan er tegenover uitgaven ook altijd inkomsten, de inleg van pensioendeelnemers.” Indien een fonds meer verplichtingen heeft dan bezittingen is het fondsbestuur verplicht een plan tot herstel in te dienen bij DNB. „We moeten de huidige situatie niet overdrijven. Op korte termijn betekent het vooral koopkrachtverlies voor de gepensioneerden van een paar procent. Maar de koopkracht van de AOW blijft onveranderd. En voor de werkenden zal het in veel gevallen leiden tot enige premieverhoging.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden