Pensioenfonds wil echt af van lage marktrente

Beeld First Pensions

Nederlandse pensioenfondsen doen het prima, maar de waardering tegen de marktrente blijft een punt van discussie.

De cijfers van Nederlandse pensioenfondsen over de afgelopen tien jaar zijn op het eerste oog prima. Sinds 2006 verdubbelde het vermogen naar 1200 miljard euro. De fondsen haalden een gemiddeld beursrendement van 6,4 procent per jaar.

Met deze resultaten staat de Nederlandse pensioensector hoog in de ranglijstjes. Per deelnemer is de pensioenpot (gemiddeld 76.000 euro) een van de grootste ter wereld. En de fondsen renderen beter dan de gemiddelde particuliere spaarder.

Toch schreeuwen toezichthouder De Nederlandsche Bank en de pensioenfondsen moord en brand. De vermogens mogen dan enorm zijn, het is nog lang niet genoeg. Er moet namelijk ook geld worden uitgekeerd aan (toekomstig) gepensioneerden. De hoogte van deze pensioenplicht is in de afgelopen tien jaar eveneens geëxplodeerd. Daardoor daalde de dekkingsgraad – de verhouding tussen bezittingen en pensioenverplichtingen – van 136 procent naar 102 procent.

Kennelijk staan deze pensioenplichten niet vast, maar bewegen ze. Dit is het gevolg van de boekhoudregels van de toezichthouder. Die eist dat de pensioenverplichtingen regelmatig worden herberekend tegen de marktrente. Stijgt de rente, dan dalen pensioenverplichtingen. En andersom.

De reden daarvoor is simpel. Wanneer een pensioenfonds belooft om iemand over veertig jaar bijvoorbeeld 1000 euro uit te keren, hoeft er bij een hoge rente nu maar weinig in kas te zijn, zeg 400 euro. Die 400 euro groeit namelijk over die veertig jaar gemakkelijk aan naar de benodigde 1000 euro. Is de rente laag, zoals nu, dan wordt er jaarlijks weinig verdiend. De pensioenplicht moet vandaag dan voor bijvoorbeeld 900 euro in de boeken worden opgenomen.

Adviseurs van First Pensions analyseerden waar en hoe de pensioenfondsen het schip in zijn gegaan. Zoals gezegd boekten ze een gemiddeld rendement van 6,4 procent. De pensioenverplichtingen stegen echter met maar liefst 8,7 procent per jaar. De fondsen verdienden dus jaarlijks 2,3 procent te weinig om hun pensioenbeloften te kunnen voldoen. De oorzaak is vooral de daling van de marktrente van 4 procent in 2006 naar circa 1,5 procent nu. Ook de herhaaldelijke ophogingen van de levensverwachting joegen de plichten op: hoe langer mensen leven, des te meer pensioen er moet worden uitgekeerd.

De verschillen tussen de fondsen zijn groot, zegt First Pensions. Het ABN Amro-fonds boekte als enige een positief relatief rendement: het verdiende de afgelopen tien jaar meer op de beurs dan de papieren stijging van de toekomstige pensioenverplichtingen. Ook het fonds voor onder meer de huisartsen en dat van Hoogovens deden het relatief goed. Wat deze fondsen kenmerkt is dat hun beleggingen relatief sterk profiteren van een rentedaling. Beleggingen en pensioenplichten bleven in de tien jaar van rentedaling daarmee redelijk in evenwicht.

De waardering tegen de marktrente is al lang onderwerp van discussie. Vakbonden en partijen als 50Plus vinden het onzin dat pensioenfondsen moeten rekenen met een rente die veel lager is dan het rendement dat ze in werkelijkheid behalen.

Maar de toezichthouder zegt dat het onzeker is wat pensioenfondsen gaan verdienen en kiezen daarom voor een voorzichtig tarief. Binnen de Sociaal-Economische Raad wordt al jaren gewerkt aan een nieuw pensioenmodel, maar het overleg leidt nog tot niets.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden