Pensioenen kunnen soberder, AOW niet

65plussers zijn tegenwoordig gemiddeld rijker dan 65minners. (FOTO ANP )

Inkomensongelijkheid onder

Getuige hun verkiezingsprogramma’s, willen nagenoeg alle politieke partijen de AOW-leeftijd verhogen. Over aanvullende pensioenen zijn ze minder uitgesproken. Dat kan komen omdat hierover in beginsel de sociale partners beslissen. Toch is politiek ingrijpen mogelijk en gewenst.

Door de opbouw van pensioenen wettelijk te beperken, voorkomt de overheid maatschappelijk ongewenste effecten van aanvullende pensioenen. Dankzij aanvullende pensioenen zijn ouderen gemiddeld steeds rijker geworden. Dat is mooi, maar dit gaat nu zo ver dat mensen boven de 65 jaar gemiddeld meer te besteden hebben dan mensen onder die leeftijdsgrens. En waarom zouden mensen van 80 jaar meer te besteden moeten hebben dan gezinnen met kleine kinderen?

Maar dit is het halve verhaal, want ook de inkomensongelijkheid onder ouderen is toegenomen. Er blijven ouderen zonder of met een laag aanvullend pensioen. Dat zijn mensen die vroeger lage inkomens hadden, veelal ongezond waren, met een onregelmatig werkpatroon. Of het zijn gescheiden vrouwen met weinig werkervaring. Deze mensen zijn na hun 65-ste afhankelijk van de AOW. Bovendien profiteren zij korter van de AOW, omdat hun levensverwachting lager is. Toch is de AOW-uitkering de afgelopen dertig jaar niet gestegen. Integendeel, de koopkracht van de AOW is achter gebleven bij die van de lonen.

Het kapitaalgedekte systeem van aanvullende pensioenen is daarbij niet zo robuust als de pensioensector zelf meent. Veel deskundigen denken dat de hoge rendementen die de fondsen de afgelopen decennia op de pensioenpremies verdienden niet meer terugkomen. Dat betekent dat straks de premies omhoog moeten. Bij de AOW is dat daarentegen niet nodig.

Het is wonderlijk dat politieke partijen zich richten op beperking van de AOW, die absoluut niet in nood is, in plaats van de aanvullende pensioenregelingen aan te pakken. Het is beter om de AOW te versterken en de aanvullende pensioenen te versoberen.

De AOW was oorspronkelijk bedoeld als vangnet voor arme ouderen. Die functie zou hersteld moeten worden door de AOW inkomensafhankelijk te maken. Mensen met een aanvullend pensioen krijgen dan een lagere AOW dan mensen die geheel van de AOW afhankelijk zijn.

Omdat mensen met lagere inkomens ook korter leven, is dit ook redelijk en economisch verstandig: een verzekeraar zegt immers ook lagere uitkeringen toe aan mensen met een hogere levensverwachting.

Als de aanvullende pensioeninkomens vervolgens versoberd worden, kunnen pensioenfondsen zonder probleem de lagere AOW voor hun deelnemers compenseren. Omdat het inkomen van mensen met alleen AOW op peil blijft wordt de inkomensongelijkheid onder ouderen verkleind en volgen pensioenuitkeringen in hogere mate de individuele levensverwachting. Het is daarbij aan te bevelen de pensioenleeftijd voor de aanvullende pensioenen te verhogen, maar de AOW-leeftijd niet. Mensen zonder of met weinig aanvullend pensioen kunnen nog steeds op 65-jarige leeftijd AOW ontvangen. Mensen met een goede aanvullende pensioenregeling ook, maar alleen met een lager pensioeninkomen omdat hun aanvullende pensioen pas op 67- of 68-jarige leeftijd ingaat. Zij zullen er dan wellicht voor kiezen langer door te werken om hun pensioeninkomen op peil te brengen. Dat is geen ramp want deze mensen zijn veelal gezond en hebben een goede baan. Deze plannen maken het pensioenstelsel houdbaarder en socialer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden