Penshonado met passies

Nederlandse investeerders klagen nogal eens over het trage tempo op Curaçao. Zo niet de Nederlandse penshonado Jacob Gelt Dekker. In twee jaar tijd bracht hij een verpauperd stuk Curaçao tot bloei. Door de mensen te motiveren, zegt hij zelf. De oude blanke elite houdt het scherp in de gaten.

De Nederlander Jacob Dekker (51) heeft geld en smaak. Een prettige combinatie, waar zijn historische pand in de Curaçaose wijk Otrobanda van is doordesemd. Antieke tegels in de hal, in de woonvertrekken smaakvolle kroonluchters, houten vloeren en antieke Curaçaose meubels. Een rood met goud huwelijksbed uit 1880 domineert de studeerkamer; Dekker kocht het van de sultan van Yog yakarta, in wiens paleis het stond.

Dekker, tandarts, later zakenman, bezit huizen in Amsterdam, New York, Key West. En sinds 1997 op Curaçao, nadat hij zijn bedrijf in Hongkong had verkocht. Op zoek naar een nieuwe woonstee stuitte hij op Curaçao; op een steenworp afstand van Zuid-Amerika en dus perfect, gezien zijn passie voor pre-Colombiaanse cultuur. Maar aan die passie is hij de afgelopen twee jaar nauwelijks toegekomen. Wat begon met de restauratie van een 19de-eeuwse bouwval voor eigen bewoning, draaide uit op een compleet Dekker-kwartier. ,,Toen het huis af was, kon ik er een lap grond bij kopen. Leuk voor een zwembad, dacht ik -tot ik over de historie van deze plek las. Daarop besloot ik de slavenhuisjes van vroeger te reconstrueren en er een museum te vestigen.''

Omdat veel bewoners weinig wisten van hun Afrikaanse afkomst, kwam hij op het idee van een Afrika-museum. ,,Veel zwarte Curaçaoënaars schamen zich, omdat hun voorouders slaaf zijn geweest. Als je niet spreekt en leeft als een Hollander, ben je minderwaardig. Terwijl Afrika de rijkste geschiedenis van de wereld heeft.'' Amper was het plan gerijpt, of het museum stond er. Binnen negen maanden. Compleet met originele stukken uit Afrika, op zijn vele reizen persoonlijk door Dekker gekocht. Hij gaf het de oorspronkelijke naam van dit deel van Otrobanda: Kurá Hulanda (Hollands Hofje).

Geld speelt geen rol, dat heeft Dekker volop. Onder meer verdiend met de verkoop van zijn 'One Hour Super Photo'-winkels aan Kodak. De eerste winkel opende hij telefonisch. Vanuit Californië, waar hij begin jaren tachtig wegens schildklierkanker in het ziekenhuis lag. ,,Als ambulant patiënt ontmoette ik een Japanse leverancier die mij de apparatuur wilde lenen. Dus belde ik een vriend in Amsterdam om een pandje voor me te zoeken. De zaak liep goed; uiteindelijk had ik 135 zaken.'' Hij introduceerde ook aerobics in Nederland en haalde in het ziekenhuis zijn MBA (Master of Business Administration).

Zijn rijkdom is niet onopgemerkt gebleven. Bedelaars lopen de deur plat. Of hij niet wil investeren in een projectje hier, een plannetje daar. Vreselijk vindt hij dat. ,,Klompendansers en zakkenvullers die je een loer proberen te draaien -die help ik niet.''

Gaat het echter om de acute nood van zijn buurtbewoners, dan hoor je ineens een andere Dekker. Om er zeker van te zijn dat de buurtkinderen met een volle maag naar school gaan, doet hij hoogstpersoonlijk de boodschappen voor hun ontbijt. Daar blijft het niet bij. Hij kocht verf, waarmee de buurt de eigen huizen opschilderde. Drugsdealers gaf hij de kans een beveiligingsbedrijfje te beginnen -ze werken nu voor hem- en het buurthuis van Otrobanda kan eveneens op zijn steun rekenen.

Na het museum had Dekker de smaak te pakken. Hij huurde van Monumentenzorg een fraai, maar verwaarloosd monument naast het museum voor de vestiging van een wetenschappelijk instituut. In één moeite door bouwde hij een conferentiecentrum en, omdat het toch te koop stond, schafte hij meteen ook maar het aangrenzende hotel Porto Paseo aan. Als dat in het najaar is opgeknapt, 'heerst' Dekker over een niet onaanzienlijk stuk Otrobanda, tot voor kort een absolute no-go-area voor blank en zwart.

Fluisterend noemt men hem de 'keizer van Otrobanda'. Een titel die slecht viel bij een deel van de oude blanke elite. De boot was aan, toen Dekker openlijk liet weten dat 'zijn' museum -in tegenstelling tot menig Curaçaos project- zo snel af was, omdat hij zijn mensen anders behandelt. Jacky Voges, voorzitter van Monumentenzorg, reageerde met een verdubbeling van de afgesproken huur voor het te restaureren monument. Een rel was geboren.

'Dan niet', zei Dekker en dreigde zich uit Curaçao terug te trekken. Tot schrik van de politici, die net zo blij waren met de mega-investeerder. Zo'n 30 miljoen stak hij al in zijn projecten, en als het hotel klaar is, zijn er 155 mensen aan het werk. Niet gek voor een eiland van 155000 inwoners en 17 procent werkloosheid. Onmiddellijk hingen de politici, onder wie toenmalig premier Suzy Romer, bij Dekker aan de telefoon: of hij alsjeblieft wilde blijven.

Voges haalde bakzeil, maar de roddels ruisen nog over het eiland. Dekker zou kopieën in zijn museum hebben en hij zou homo dan wel pedo zijn. Hij haalt er zijn schouders over op. ,,Het is een gevolg van de oude elitecultuur. De koek wordt verdeeld tussen de vriendjes. Wie daar niet bij hoort, is kansloos. Gelukkig begint men zich nu meer open te stellen voor buitenstaanders.''

Desondanks zijn veel investeerders huiverig. Het werktempo zou te laag liggen en vergunningen duren maanden. Een ervaring die Dekker niet deelt. Het tempo is hem juist enorm meegevallen. ,,Er wordt keihard gewerkt en men levert fantastische kwaliteit.'' Volgens hem een gevolg van zijn aanpak: ,,Ik praat met de bouwvakkers, weet alles van hun familie af en vraag ze naar hun mening. Daardoor zijn ze bereid iets extra's te doen. En iedereen is vreselijk trots op zíjn museum.''

Daartegenover staat de Curaçaose manier, die volgens Dekker niet verschilt van de koloniale tijd. ,,Als je iets gedaan wilde krijgen, ging de knoet erover. Wanneer je dat omdraait, kun je een geweldige productiviteit krijgen. Voges ziet dat wat ik doe succes heeft. Dat is niet leuk, maar de feiten spreken voor zich. Niet voor niets zijn 80000 Antillianen naar Nederland gevlucht. Zelfs een zwarte jongen die in Nederland heeft gestudeerd, krijgt van de blanke elite geen kans.''

Intussen gaat Dekker onverdroten voort. Het wetenschappelijk 'Dekker Instituut' is geassocieerd met de universiteiten van Leiden, Gainesville (Florida) en Ghana. Dekker betaalt drie van de vier promotiestudenten die Leiden naar het eiland stuurt voor onderzoek in de sfeer van de Afrikaanse diaspora en Caribische studies. Op de vraag waarom, kijkt hij wat verbaasd: ,,Omdat ik het belangrijk vind voor het eiland.'' En dat snappen ze nou niet op Curaçao: geld uitgeven en er niets voor terugvragen. Geen Hollander die zoiets doet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden