Penny Lane in Enschede

Het geboortehuis van Willem Wilmink, Javastraat 167 (rechts), staat te koop. (FOTO HERMAN ENGBERS) Beeld
Het geboortehuis van Willem Wilmink, Javastraat 167 (rechts), staat te koop. (FOTO HERMAN ENGBERS)

In boeken, films, opera’s en op schilderijen komen vaak bestaande plekken voor. Trouw bekijkt deze zomer hoe de werkelijkheid zich tot de fantasie van de kunstenaar verhoudt. Vandaag aflevering 7: De Javastraat uit de gedichten van Willem Wilmink.

Hans Nauta

Op een winterdag ging dichter Willem Wilmink op zoek naar ’de vier lage huisjes’, twee kilometer van zijn huis in de Javastraat in Enschede. Een van die huisjes, welke wist hij niet, is het geboortehuis van Gerard van het Reve, vader van de schrijvers Gerard en Karel. Wilmink droeg een bivakmuts, met Sinterklaas gekregen.

’In een van de vier huisjes liep een oud vrouwtje rond, het huis had geen bel, dus ik klopte op het raam om van haar wellicht iets te vernemen over de familie Van het Reve. Ze deed een voor een alle lichten uit en even later verscheen een politieauto in de straat.’ Zover is het dus met mij gekomen, schreef hij aan het eind van zijn autobiografie: ’een wandelende pseudocrimineel’.

Eerder zocht hij met zijn zoon Rutger in Londen naar het huis waar detective Sherlock Holmes had gewoond. Baker Street. ’Maar ik wist het huisnummer niet en de kantoorman, die ik ernaar vroeg, zei: Sherlock Holmes didn’t even exist, sir.’

Wie sporen van Willem Wilmink zoekt, heeft het gemakkelijker. Geen gedoe met huisnummers, want hij nam de hele Javastraat op in zijn werk. Hij was er geboren in 1936, vertrok toen zijn Amsterdamse studententijd aanbrak, en keerde in 1991 terug. Tussentijds had hij er nog wel eens rondgekeken en zich verbaasd over bewoners die ’heel hun lange mensenleven’ geen enkele keer waren verhuisd, ’niet bereisder dan de bomen’, zoals opgeschreven in ’Nooit Verhuisd’. Maar als je zijn herinneringen leest, zo vol weemoed, kun je je afvragen of hij zelf ooit echt vertrokken was.

Enschede is geen vrolijke stad. Het verbaast niet dat componist Harry Bannink van Wilminks ’Textielstad’ (’Het is het eindpunt van de trein’) een regenachtige nachtclubblues maakte. En de Javastraat is geen vrolijke straat. Wandelend langs de voormalige arbeiderswoningen blijf je uit ontzag voor die zelfgemaakte troosteloosheid even staan bij de voortuin met plastic stoeltjes, vergeten speelgoed en een vuilniszak. En waarom zou je Hup Holland-vlaggetjes weghalen als ze vanzelf heel langzaam slijten?

Het terrein van de voormalige textielfabriek slaat een gat in de straat. De hekken en muren gaan over in een bakstenen gebouw dat op het kruispunt met de Perikweg de bocht omgaat. Door het verre geraas van een zaagmachine klinkt opeens een sopraan. Zacht maar helder komt het uit een openstaand raam, hoog achter prikkeldraad. Pas ver om de hoek maakt een bord duidelijk dat in de voormalige fabriek de Nationale Reisopera huist. Wie zou met zo’n thuisbasis niet aan het reizen slaan.

Kwam Wilmink in Amsterdam langs de Reestraat, dan zag hij hoe Rosa Overbeek daar Kees de Jongen kuste. Het was voor hem niet moeilijk om in gedachten Carmiggelt te zien lopen, in zijn regenjas met ingehouden pas. Buiten de tijd wandelen, noemde hij dat in ’Amsterdam’.

Dat buiten de tijd wandelen helpt. Want in gedichten als ’Heel vroeger’, ’De Straat’ en het lange ’Javastraat’ schetst hij hoe levendig het hier was. Portretteert hij genoeg bijzondere figuren om de Javastraat als Nederlandse tegenhanger te beschouwen van Penny Lane, de straat in Liverpool die The Beatles vereeuwigden.

Kruidenier Niessink schepte met gemak enorme slierten zuurkool in een zak. De grafsteenhouwer Ottenkamp had een auto waaraan één voorwiel zat. Zonderling Johan raakte danig in de war als je hem ’dag Frits’ toeriep. En Henkie joeg alles wat een rok droeg onvergetelijke schrik aan. ’Wie onmachtig is in tederheid, die moet in plagerij zijn lusten kwijt.’ Hoewel proefwerken dreigender waren dan de oorlog, wierp de oorlog toch een schaduw over de straat. Voor de textielfabriek stond een Hollandse soldaat in Duitse krijgsdienst.

En de soldaat, hij riep:

’Zo’n manke hoort niet bij

de nieuwe maatschappij!

Wat ziek is, oud of gek,

schieten wij in de nek’.

Leefde Wilmink hier nog, hij had over de kapper kunnen schrijven die alleen in ’Afro Hair’ doet. Of over de striphandelaar die de verschillende Lucky Luke-series niet in de computer krijgt. De stripwinkel zit recht tegenover het laatste woonhuis.

’Hier woonde de dichter Willem Wilmink van 1991 tot 2003’ staat op een gedenktegel. Schuin vanuit zijn werkkamer zag hij de oude school, waarin niet langer de Willem Wilminkschool zit maar basisschool Al Ummah. Achter de ruiten staat een maquette van een moskee met vier minaretten. Dat de islam huist in zijn oude school, waarvan de schoolbel hem al in de tijd deed reizen, deerde hem niet. Wilmink was als ’gelovige atheïst’ zeer tolerant, en hield van de vele culturen in zijn straat.

In het zijraam van de erker in zijn geboortehuis hangt een gedicht, gedrukt in kleine letters, waardoor de lezer even dicht bij het glas moet staan als het kind.

Vanuit die erker keek ik heel ver uit.

Ik hoorde soms het tsjirpende geluid

van een dynamo. Heel dicht bij het glas

keek ik of vader al in aantocht was.

Het lichtje van zijn fiets herkende ik

eerder dan moeder. Reuze in mijn schik,

als ik het zag. Was het toen oorlogstijd?

Een heerlijk, diep gevoel van veiligheid.

’Nergens is de kindertijd zo ver weg en zo verloren als waar iemand indertijd jong was, kind was, werd geboren’, schreef Wilmink. Een dikke streep onder die woorden zet het makelaarsbord dat nu in de voortuin staat: Te Koop.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden