Pennebaker en Hegedus: waardige voyeurs

NEW YORK - De gelauwerde Amerikaanse documentarist D. A. Pennebaker (72) stelde voor het tiende International Documentary Festival Amsterdam zijn favoriete top twaalf samen. Hij wordt er op zijn beurt geëerd met een bescheiden retrospectief. Samen met zijn echtgenote Chris Hegedus (45) maakt Pennebaker van schijnbaar onbeduidende gegevens spannende, meeslepende verhalen. En eigenlijk is het zo simpel, aldus de veteraan: “Je rúikt het als er een film in zit”.

Een bezoek aan Pennebaker en Hegedus roept ongeveer hetzelfde gevoel op als hun films: het gevoel bij de familie te horen. In hun kantoortje aan de Newyorkse Upper West Side, waar de filmblikken hoog liggen opgestapeld, verscheidene zonen uit Pennebakers eerste twee huwelijken in en uit lopen en hond Bix opgewekt bezoekers begroet, blijken de beste kenmerken van hun films feilloos terug te vinden in Hegedus en Pennebaker zelf: ze zijn bescheiden, grappig en oprecht geïnteresseerd. Sinds halverwege de jaren zeventig vormen ze een hecht team. Samen maakten ze zo'n veertig films, onder meer 'The energy war' (1978), 'Rockaby' (1981) en 'Jimmy Hendrix at Woodstock' (1992).

Zonder uitzondering zijn het knappe staaltjes cinéma vérité, ook wel direct cinema genoemd: zonder vooropgezette structuur leggen Hegedus en Pennebaker gebeurtenissen vast zoals ze zich voor de camera afspelen.

Centraal in hun oeuvre staan mensen. “We zijn eigenlijk niet zo geïnteresseerd in wat voor werk mensen doen, dan zouden het industriële films worden”, zegt Pennebaker. “Waar we naar kijken is hoe mensen met elkaar omgaan, in conflict raken, samen iets voor elkaar moeten zien te krijgen.” Hegedus: “Wij zijn als het ware de onbekende gasten op een feestje. We staan er een beetje buiten, maar maken op een gegeven moment toch op de een of andere manier deel uit van een gezelschap. In het begin zijn mensen alert op onze aanwezigheid, maar als het vertrouwen groeit dan worden we een beetje onzichtbaar.”

Steak met vlaggetje Hun grootste gezamelijke succes was 'The war room' uit 1993, een even ontluisterende als komische blik achter de schermen van Bill Clintons campagne voor de presidentsverkiezingen in 1992. Pennebaker noemde de film later 'het Indiana Jones-avontuur van de campagne', daarmee verwijzend naar een speelfilmfenomeen dat synoniem is geworden voor humor, spanning en vaart. Een ironische opmerking, want als het gaat om vergelijkingen tussen fictie en documentaire, dan weten zowel Pennebaker als Hegedus wel wat ze prefereren. “Ik denk dat mensen over vijftig jaar meer te weten komen over het presidentschap in de jaren negentig door 'The war room' dan door Kevin Kline of John Travolta de president te zien spelen”, meent Hegedus. Ze beschouwt haar films als sociologische werken die een tijdsgevoel vastleggen. Volgens Pennebaker zit de kracht van de documentaire vooral in het feit dat de situaties niet vooraf zijn bedacht: “In mijn film 'Campaign manager' (1968) zitten drie republikeinse politici te praten. Ze worden onderbroken wanneer er drie steaks op tafel worden gezet. Alle steaks hebben een vlaggetje dat aangeeft of het vlees lichtgebakken, medium of doorgebakken is. Vervolgens ontstaat er een eindeloos geschuif met de bordjes. Dat is ontzettend komisch: drie belangrijke mannen die belangrijke dingen zitten te bespreken en dan dat gehannes met die steaks. Robert Redford heeft dit tafereel in scène gezet in 'The candidate' (1972), omdat hij het zo'n prachtig moment vond. Maar in de film is het veel minder grappig. Omdat het bedacht is.”

Het overzicht van Pennebakers oeuvre tijdens het IDFA omvat naast 'The war room' ondermeer zijn debuut 'Daybreak express' (1953), een romantisch impressionistische metrorit in de vroege ochtend, ritmisch gemonteerd op muziek van Duke Ellington en 'Don't look back' (1966), Pennebakers fameuze portret van de jonge Bob Dylan op tournee in Groot Brittannië. 'Town bloody hall' (1979) is de even hilarische als - vanwege het adequate tijdsbeeld - historisch waardevolle registratie van een forumdiscussie tussen een provocerende Norman Mailer en de feministes Germaine Greer, Diana Trilling, Jill Johnston en Jacqueline Ceballus.

Ook hun nieuwste film, 'Moon over Broadway', is in het programma opgenomen. Hierin volgen ze de terugkeer van televisiecomedienne Carol Burnett naar Broadway. Althans, dat was het plan. Pennebaker: “Ons oorspronkelijke idee was 'televisiester komt na dertig jaar terug op Broadway', maar zoals gewoonlijk werd het niet wat we in ons hoofd hadden.” Gaandeweg werd 'Moon Over Broadway' een kijkje achter de coulissen van een Broadwaykomedie, waarbij meer carrières op het spel bleken te staan dan die van Burnett alleen. Terwijl Burnett twijfelt aan de wijsheid van haar comeback, ontstaan er op diverse fronten conflicten en wordt de groep geteisterd door een onophoudelijke serie scriptaanpassingen op instigatie van de producenten, die de farce niet geestig genoeg vinden. De schrijver, die zich zelfgenoegzaam vergelijkt met Feydeau, constateert met toenemende wanhoop dat 'het nooit het stuk zal worden dat ik heb geschreven.' In dit soort situaties betonen Pennebaker en Hegedus zich waardige voyeurs: hoe pijnlijk of zelfs vernederend een aantal gebeurtenissen ook is, ze slagen er telkens in vooral de humor van confrontaties tussen mensen te benadrukken, zonder iemand in z'n hemd te zetten. Pennebaker en Hegedus treden nooit zelf op de voorgrond, grijpen nooit in. Ze registreren slechts. “We stellen geen vragen omdat mensen dan weten dat we vragen gáán stellen. En dat maakt ze weer bewust van onze aanwezigheid”, legt Hegedus uit. “We hadden Carol hier en daar kunnen vragen hoe ze zich voelt. Maar je kunt ook haar gezicht laten zien, dat volstrekt duidelijk maakt hoe gespannen ze is omdat er wéér andere teksten zijn en er wéér een nieuw einde voor het stuk is bedacht.”

Naïeve kids Pennebaker en Hegedus wilden al heel lang een film over Broadway maken, voor 'Moon over Broadway' hebben ze meer geïnitieerd dan ze gewoonlijk doen. “Heel vaak komen onderwerpen op ons af, omdat mensen in onze omgeving met ideeën komen of ons voor iets vragen”, zegt Hegedus. Pennebaker: “Ik had bijvoorbeeld nog nooit van Depeche Mode gehoord voordat we aan 'Depeche Mode 101' begonnen. Ik ben naar een concert gegaan en toen wist ik het: die leuke naïeve kids die daar stonden te spelen en zonder begeleiding van een manager zeiden 'kom, we gaan optreden in de Rose Bowl'....ik róók een film.”

Hegedus: “We zijn nu benaderd om een film over golf te maken...” “...En we weten níets van golf!”, schatert Pennebaker. “Maar dat maakt niet uit. Zoiets kun je niet intellectueel benaderen. Je moet het in je botten voelen. Dus we gaan eerst maar eens naar een golfveld. Kijken waar de spanning is.”

Top Tien Pennebaker & amp; Hegedus

'The battle of San Diego', John Huston (1945) 'The city', Willard van Dyke (1939) 'Demon lover diary', Joel DeMott (1980) 'Feed', Kevin Rafferty (1992) 'Happy mother's day', Richard Leacock, Joyce Chopra (1963) 'Mom', Mark Rance (1978) 'One step away', Ed Pincus, David Neuman (1968) 'The edge of the world', Michael Powell (1978) 'Shermann's march', Ross McElwee (1986) 'Trobriand Cricket', Gary Kildea, Jerry Leach (1976) 'La vie commence demain', Nicole Vérdrès (1950) 'Waiting for Fidel', Michael Rubbo (1974)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden