Pendelaar verdwijnt met zijn spullen van Russische markten

door Jelle Brandt Corstius

Na de val van de Muur introduceerden zij goede schoenen en mooie kleren in Rusland. Nu lijkt hun eind nabij: de pendelaars.

Je vindt ze op elk trein- en busstation in Rusland: groepjes vermoeide reizigers, meestal vrouwen, omringd door uitpuilende nylon tassen, met een dagenlange treinreis voor de boeg. Dit zijn de tsjelnoki, oftewel pendelaars, die goedkoop spullen inkopen in landen als Turkije en China, en met winst doorverkopen op de markten in Rusland. Na het ineenstorten van het communisme waren het de pendelaars die de felbegeerde westerse goederen introduceerden bij de massa.

Op de drukke markt van Kosj Agatsj, in de Russische deelrepubliek Altai, is bijna alles Made in China – met de Chinese grens op een halfuurtje rijden. Alleen de slechte Louis Vuitton-kopieën komen volgens het label uit Frankrijk, maar die bewering lijkt niemand erg serieus te nemen. Alles is er te koop, en zelfs uit de hoofdstad Barnaoel – 750 kilometer rijden door de bergen – stromen mensen toe voor een wollen trui voor tien euro of een gevoerde leren jas voor vijftig euro.

Erg veel willen de pendelaars niet kwijt over hun handelwijze, uit vrees voor problemen met de douane. De pendelhandel valt notoir moeilijk te controleren of te belasten. Daarom heeft de Russische regering sinds kort besloten het maximum invoergewicht te verminderen van 50 naar 35 kilo, in een poging de pendelhandel in te perken.

Met gemengd succes. Gabit (44) heeft sinds de wetswijziging moeite om rond te komen van zijn in een Chinese fabriek geproduceerde ’authentieke’ Kazachse hoedjes, en ook DVD-spelers als je goed kijkt. Al vijf jaar pendelt hij twee keer per maand op en neer naar China. Sinds de wetswijziging is de handel nauwelijks meer lucratief. Gabit, zelf met hoedje op, overweegt om er binnenkort de brui aan te geven.

De buurman van Gabit, die niet met zijn naam in de krant wil, is wat geslepener. Hij haalt zijn handel uit Mongolië. Daar ’huurt’ hij simpelweg een paar Mongoliërs, en verdeelt de buit zodat iedereen onder de 35 kilo blijft. Maar het is omslachtig, en bovendien kost het huren en transport van de Mongoliërs ook geld. Wat de pendelaars ook geld kost, zijn de smeergelden voor de douane. Elke nieuwe maatregel lijkt ook weer nieuwe mogelijkheden tot corruptie te bieden.

Marktmeester Svetlana Feliksova zit er wat beteuterd bij in het gloednieuwe marktgebouw. De afgelopen vijf jaar groeide de markt enorm. „En net nu dit gebouw is opgeleverd wordt er zo’n wet ingevoerd,” vertelt ze. Al twintig pendelaars hebben hun kraampje opgedoekt vanwege de nieuwe invoerlimiet, vertelt ze.

Feliksova verwacht dat het ergste nog moet komen: „Veel marktkooplui hebben een krediet bij ons aangevraagd. Maar kredietverstrekking kent ook zijn grenzen.” Voor de pendelaars is het ergste leed nog niet geleden: vanaf volgend jaar wordt de maximumwaarde van producten die zonder heffing mogen worden ingevoerd, teruggeschroefd van 1800 naar 420 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden