Pelgrim, een Jacobsschelp of een fallus?

'Heilig en profaan. Laat-middeleeuwse insignes uit de Collectie H. J. E. van Beuningen.' Tot 28-2 in Museum Boymansvan Beuningen, Rotterdam. di-za: 10-17 uur; zon- en feestdagen: 11-17 uur; 1-1 gesloten. De gelijknamige publikatie kost f 130,-.

Het is ook een vraag die de verzamelaars van pelgrimsinsignes sterk bezighoudt, zo blijkt uit de expositie 'Heilig en profaan' in Rotterdam. Allerlei gissingen zijn er gedaan, maar dit raadsel is tot op heden niet opgelost. Voor verzamelaar H. J. E. van Beuningen was de onduidelijke betekenis van veel insignes - en daaronder ook die met een religieuze voorstelling - een van de redenen om samen met de Nijmeegse kunsthistoricus prof. dr. A. M. Koldeweij een grote publikatie uit te brengen, waarin onder meer zo'n duizend draagtekens uit zijn eigen collectie beschreven worden. Tegelijkertijd is een gedeelte van die verzameling nu tentoongesteld, zodat ook het grote publiek er kennis mee kan maken.

Eigenlijk is de bestudering van pelgrimsinsignes in ons land nog niet zo oud. In de jaren zeventig werden de eerste grotere aantallen insignes gevonden, voornamelijk in Zeeland. In het zogenaamde Verdronken land van Zuid-Beveland bleek vooral de verdronken stad Nieuwlande een goudmijn voor amateur-archeologen die met metaaldetectors de bodem onderzochten. De insignes zijn namelijk van metaal, zodat een detector het makkelijkste opsporingsmiddel is.

Op die manier kwamen tal van pelgrimstekens letterlijk boven water en steeg de belangstelling voor de herkomst van deze insignes, die door pelgrims uit vaak verre bedevaartoorden waren meegebracht. Ze werden massaal vervaardigd in de late middeleeuwen, het merendeel dateert uit de periode tussen 1250 en 1550. De draagtekens werden op de kleding vastgespeld en maakten de pelgrim als zodanig herkenbaar. Toch werd er ook geregeld misbruik gemaakt van het imago van de bedevaartganger: oplichters hulden zich in pelgrimskledij die gesierd werd door insignes. Een pelgrim kon immers op gratis onderdak en andere privileges rekenen. Het misbruik leidde misschien wel tot de produktie van dubieuze insignes die vagina's voorstellen, die verkleed zijn als pelgrim met hoed, staf en rozenkrans. Enkele zijn op de tentoonstelling te zien.

De meeste pelgrimstekens bestaan uit een legering van lood en tin en konden dus door alle bevolkingslagen worden aangeschaft. Dat neemt niet weg dat er voor rijkere pelgrims de mogelijkheid bestond om duurdere exemplaren aan te schaffen, dat wil zeggen exemplaren van kostbaarder materiaal. Een goed voorbeeld hiervan vormen de 23 zilveren dan wel vergulde insignes die in een 15e-eeuws Vlaams getijdenboek zijn ingenaaid. Het boek, dat als enige ter wereld zo'n grote collectie pelgrimstekens bevat, is onlangs aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, die het voor de expositie welwillend afstond. De 23 insignes geven een boeiend beeld van de tochten die de middeleeuwse pelgrim, in dit geval Claude de la Chambre, ondernam. Zijn meest zuidelijke tocht maakte hij door de Provence, de meest noordelijke leidde door Zuid-Holland.

Maar dit soort kostbaarheden vormt een duidelijke uitzondering, de meeste speldjes zijn van het goedkopere soort, dat wil zeggen van lood en tin. Het donkere materiaal maakt het dan ook noodzakelijk dat ze van heel dichtbij bekeken worden; de grootste insignes meten zo'n acht bij vijf centimeter. Geen wonder dat de samenstelsters van de tentoonstelling, Alexandra van Dongen en Dory Kicken, bij elke vitrine loepen hebben laten ophangen. Het loont zeker, want veel exemplaren zijn fraai opengewerkt en ook het oppervlak laat fijne details zien.

Het aardige van deze expositie is dat er ook concrete gebruiksvoorwerpen staan opgesteld die in miniatuurvorm terug te vinden zijn op de voorstellingen van de draagtekens. Kruiken, een hangslot en tripschoenen (een soort slippers) zijn er voorbeelden van.

De voorstellingen zijn thematisch gepresenteerd: een vitrine met insignes van dieren, eentje met wildemannen en meerminnen en uiteraard ook enkele met insignes van heilige mannen en vrouwen. Bij deze laatste groep levert de identificatie van de voorstelling soms weinig problemen op, zoals bijvoorbeeld de Jacobsschelpen uit Santiago de Compostela of de miniatuursleutels uit Rome. Toch zijn er ook insignes die zich niet zo makkelijk laten thuisbrengen: komt het insigne dat twee handschoentjes toont, bijvoorbeeld uit Canterbury en herinnert het aan de vermoorde Thomas Becket, of gaat het hier alleen maar om een alledaags gebruiksvoorwerp? Het zijn leuke puzzels voor de liefhebber en er worden ook geregeld nieuwe dingen ontdekt, zoals het Maria-insigne dat in Den Bosch werd vervaardigd.

Maar de leukste puzzel lijkt op dit moment toch die van de scabreuze voorstellingen die voor de preutse bezoekers wellicht schokkend zijn: wat te denken van een fallus aan een braadspit waarbij een vulva als vetvanger dient? Of een vrijend paar dat door een man en een hond wordt begluurd? Bij het bekijken van deze insignes, waaronder een groot aantal fallusdieren, rijst onmiddellijk de vraag wie met zulke insignes rond ging lopen.

De voorliefde voor de afbeelding van het mannelijke dan wel vrouwelijke geslachtsdeel heeft ertoe geleid dat sommigen menen dat het om carnavalsinsignes gaat, terwijl anderen verwijzen naar het oude idee van vruchtbaarheidcultussen. Ook op de tentoonstelling wordt die link gelegd: daar liggen Romeinse amuletten naast middeleeuwse insignes.

Dat de insignes eveneens als amulet tegen het kwaad beschermden, staat vast. De spiegelinsignes bijvoorbeeld, die door pelgrims bij de toning van relieken omhoog werden gehouden om een glimp van het heilige op te vangen, kregen die magische meerwaarde.

Daaruit blijkt tegelijk dat geloof en bijgeloof soms dicht bij elkaar liggen. Of er dan ook een echt scherp onderscheid tussen de functie en betekenis van religieuze en profane insignes heeft bestaan, is de grote vraag. Het antwoord lijkt voorlopig nog op zich te laten wachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden