Pelagische visserij voor Afrikaanse kust wel schadelijk voor lokale bevolking

'Rovers? Kapers op de visgronden voor de West-Afrikaanse kust? Geen sprake van. Eerder ontwikkelingswerkers!' Aldus C. Vrolijk van Cornelis Vrolijk Holding BV zaterdag in Trouw over de activiteiten van zijn trawlers bij de pelagische visserij (de visserij op scholen vissen in de bovenste lagen van het water) voor de kust van Mauretanië en omringende landen. Volgens hem bezorgen zijn schepen de betrokken landen en lokale vissers geen enkel nadeel. Max van den Berg, algemeen directeur van Novib, denkt daar heel anders over.

Novib vraagt meer aandacht voor de negatieve consequenties voor de lokale bevolking van de Europese visserij-akkoorden met Afrikaanse landen. Juist in landen waar de lokale visserijsector tot ontwikkeling is gekomen dient de EU terughoudend te zijn bij het kopen van toegang tot de bij deze landen behorende visgronden.

Zoals het er nu uitziet zal het nieuwe visserij-akkoord tussen de EU en Senegal een vermindering van de Europese bodemvisserij direct onder de kust van Senegal inhouden. Dat betekent dat er meer ruimte komt voor lokale vissers om op deze voor hen interessante soorten te vissen. Het grootste deel wordt door Senegal geëxporteerd, met name naar Europa. De Senegalese overheid wil op termijn tot afschaffing van deze visserij door de Europese schepen komen. Hard nodig, want deze vissoorten zijn reeds overbevist.

Deze vermindering van de bodemvisserij wil de EU echter inruilen voor een intensieve visserij wat verder uit de kust, op de zogeheten pelagische soorten. Dit zijn vissen die in scholen in water zwemmen en waarvan de vangst een andere vistechniek vereist. Maar deze pelagische visserij wordt eveneens door de lokale vissers bedreven en zorgt voor de aanvoer van de voor lokale consumptie bedoelde vis. Een gedeelte van de pelagische soorten wordt op plaatselijke markten vers verkocht, de rest wordt op het strand verwerkt (gedroogd en gezouten of gerookt) en in het binnenland verkocht of geëxporteerd naar landen in de regio. Vis vormt een belangrijk onderdeel van het voedselpakket in Afrika. In Senegal vormt vis 35 tot 50 procent van de inname van dierlijke eiwitten van de bevolking.

De pelagische visserij wordt op dit moment onder het lopende akkoord niet door Europese schepen bedreven. Het risico dat ook deze bestanden overbevist raken en dat daardoor de voedselsituatie in Senegal en omringende landen in gevaar komt is niet denkbeeldig.

De Europese Unie exporteert haar overcapaciteit op visserijgebied naar ontwikkelingslanden. Het geld dat landen als Senegal daarmee kunnen verdienen, hebben de overheden van deze landen hard nodig, maar daardoor verliezen ze een duurzame exploitatie van hun natuurlijke hulpbronnen uit het oog. De EU is met haar huidige beleid medeverantwoordelijk voor de overbevissing die in die landen optreedt met alle problemen voor de lokale bevolking vandien.

De EU zou alleen visserij-akkoorden mogen afsluiten als ondubbelzinnig is vastgesteld dat deze niet ten koste gaan van lokale visserij-inspanningen en niet leiden tot overbevissing. Dat zou ook stroken met het in het Verdrag van Maastricht vastgelegde coherentiebeginsel: de EU heeft zichzelf in dat verdrag verplicht om bij elk beleidsterrein rekening te houden met de uitgangspunten van het Europees ontwikkelingsbeleid zoals duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Doelstellingen die, met deze visserij-akkoorden, verder weg lijken dan ooit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden