Peilingen voorspellen niets

De peilingen over de uitslag van de Tweede-Kamerverkiezingen van 22 januari vliegen ons weer om de oren. Maar voorspellende waarde hebben ze niet. Peilingen geven hooguit trends aan.

DEN HAAG - ,,Als er nu verkiezingen zouden zijn, zouden CDA met 46 zetels en VVD met 28 zetels geen meerderheid in de Tweede Kamer krijgen'', aldus de laatste Nipo-peiling van de actualiteitenrubriek '2Vandaag'. Bij 'Nova 'meldden ze vorige week echter dat het CDA, in de peilingen op 52 kamerzetels en de VVD met 25 zetels wel een meerderheid zou hebben.

Welke peiling heeft het goed? Geen. Peilingen zijn immers niet bedoeld om de verkiezingsuitslag te voorspellen, maar om politieke verschuivingen en trends weer te geven. Echt voorspellen is onmogelijk, omdat de peilingen worden gebaseerd op een representatieve steekproef van de kiesgerechtigde bevolking.

De marktonderzoeksbureaus selecteren duizend mensen die een afspiegeling van de samenleving moeten zijn. ,,Maar het is onmogelijk een perfecte representatieve steekproef samen te stellen'', zegt Remco Frerichs van het Nipo, dat de peiling voor '2Vandaag' verzorgt. ,,Daarvoor moet je de hele bevolking ondervragen en dat is praktisch en financieel niet te doen.''

Om een zo representatief mogelijke groep te krijgen, verzamelen de bureaus gegevens van de mensen die meedoen aan de peiling over geslacht, leeftijd, woonplaats, opleidingsniveau, inkomen en stemkeuze bij de vorige verkiezingen. Met deze informatie kunnen de bureaus controleren in hoeverre de steekproef een goede afspiegeling is.

Ook hanteren de bureaus een foutmarge en een betrouwbaarheidspercentage. Bij een steekproef van duizend mensen geldt een gemiddelde afwijking van ongeveer anderhalf procent. Dat wil zeggen dat wanneer het CDA in een peiling 46 zetels krijgt toegeschreven, dit aantal nog kan schommelen met twee tot drie zetels. De betrouwbaarheidsmarge is 95 procent, zegt Frerichs. Oftewel: het is voor 95 procent zeker, dat als er woensdag verkiezingen zouden zijn gehouden dat het CDA tussen de 43 en 49 zetels had verworven. Dat wetende zijn de verschillen tussen de peilingen al een stuk kleiner.

Andere afwijkingen ontstaan doordat de bureaus eigen methodes hebben om een representatieve groep uit te kiezen, mensen anders benaderen of een andere grootte aanhouden voor de steekproef. Zo heeft het Nipo een eigen database van 75000 mensen. Voor de peiling van '2Vandaag' kiest het Nipo wekelijks een vaste groep van 1500 mensen uit de database, die via de computer in de drie dagen voor de tv-uitzending vragen beantwoorden.

Het SBS6 Stemburo onder leiding van Maurice de Hond heeft een database van ongeveer 25000 mensen. Zo'n twee- tot drieduizend mensen doen wekelijks mee aan deze peiling. De groep die het Stemburo uitkiest verschilt elke week.

Interview/NSS, die de cijfers verzorgt voor de Politieke Barometer van 'Nova', doet het anders. Het bureau belt dagelijks, behalve zondag, honderd willekeurige mensen. Na twee weken verzamelt Interview/NSS alle antwoorden en maakt het de Politieke Barometer op. In totaal doen aan dit onderzoek 1200 mensen mee, in wat een voortschrijdende steekproef heet.

Alle drie de methodes hebben hun voor- en nadelen. Bij alle drie onderzoeksbureaus kan het voorkomen dat de steekproef achteraf geen goede afspiegeling van de bevolking blijkt te zijn. ,,Dit kan als mensen nog niet weten op welke partij zij gaan stemmen of niet willen meewerken aan de enquête'', zegt politicoloog Cees van der Eijk, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in kiezersgedrag.

De helft van de kiezers weet nu nog niet waarop hij of zij gaat stemmen. Het aantal mensen dat weigert aan de peiling mee te doen varieert per marktonderzoeksbureau. Zij tellen niet mee in de steekproef. En daardoor kan een tekort aan ouderen, vrouwen of lager opgeleiden ontstaan en is de steekproef niet meer representatief. Om dit te verhelpen maken de bureaus gebruik van compensatiemodellen. Dit houdt in dat als het aantal vrouwelijke kiezers ondervertegenwoordigd is, de antwoorden van de vrouwen die wel hebben meegedaan zwaarder meetellen in het eindresultaat.

Toch zit hier volgens Van der Eijk enige onzekerheid in. ,,Het is nog maar de vraag of de weigeraars hetzelfde stemmen als de dwarsdoorsnede van de overigen uit hun demografische groep. Hetzelfde geldt voor de mensen die niet weten waar ze op gaan stemmen en pas in het stemhokje hun definitieve keuze maken. Deze mensen kunnen overal terechtkomen'', aldus Van der Eijk. Wie wil weten welke peiling het aan het juiste eind heeft, moet dus wachten tot 22 januari.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden