PEDO ACHTER PLANKEN

Toen pedofiel René G. (67) uit Amsterdam na het uitzitten van wéér een gevangenisstraf op het punt stond naar huis te gaan, kreeg hij de waarschuwing: 'Kom niet meer terug, want je leeft geen dag meer'. Hij deed het toch. Een interview achter planken.

In gevangenis De Zwaag in Hoorn, waar G. er op dat moment bijna een straf van anderhalf jaar had opzitten voor ontucht met een minderjarig jongetje, waarschuwde een kennis al dat hij bij terugkeer een dichtgespijkerde woning zou aantreffen. “Ik ben toch gegaan. Ik heb schijt aan de buurt”, zegt René met overtuiging. “De woningbouwvereniging heeft me, toen ik koud thuis was, gemaand de planken weg te halen en weer ruiten in de sponningen te zetten, maar ik heb dat geweigerd. Wat heb ik aan ruiten als ze direct weer worden ingegooid? Maar ze bleven zeuren. Ik heb toen als teken van goede wil één venster laten repareren. Binnen 24 uur zat er een ster in. De zaak is opnieuw dichtgespijkerd, en de bon van de glazenier heb ik naar de woningbouwvereniging gestuurd. Ze zoeken het maar uit.”

Sinds augustus woont G. op een etage zonder daglicht. De sponningen heeft hij aan de binnenkant weggewerkt met gekleurd doek. “Tsja, ik kan niet meer naar buiten kijken, maar wat geeft dat? Als het regent, merk ik dat wel op het moment dat ik naar buiten stap.” Van dreigementen trekt hij zich niets, maar dan ook niets aan. De opmerking die hij op straat kreeg toegeworpen, dat zijn leven niet meer zeker is, pareerde hij met: “Als je me wilt vermoorden, moet je wel opschieten, ik ben al bijna zeventig.” En minder vergaande toespelingen beantwoordt hij steevast met 'Klep, klep klep, ouwehoer!' De buurman groet niet meer en de groenteman verkoopt René nog wel eieren en zuurkool, maar een praatje is verleden tijd. René: “Waarom zou ik hier niet blijven wonen? Zeg het mij. Smaakt de koffie minder? Is het hier niet warm? Omdat de buurt wil dat ik wegga? Ik pieker er niet over.”

René G. is Neerlands meest besproken en onderzochte pedofiel. Voor diverse seksuele delicten met minderjarigen heeft hij in totaal meer dan 28 jaar achter tralies gezeten. De langste straf, 10 jaar met ter beschikkingstelling, kreeg René G. op zijn 27ste, toen hij in de bossen van Austerlitz de achtjarige Jan Willem de la Parra ombracht. Volgens G. kwam hij het jochie als hopman bij de verkenners op een zaterdagmiddag tegen en heeft hij gehandeld in een vlaag van krankzinningheid, toen Jan Willem opeens begon te huilen toen zij zich op verboden terrein bevonden. Om te voorkomen dat hij als 'gevaarlijke gek' levenslang in een kliniek zou worden opgesloten, heeft hij de dood van de jongen bij de politie als seksueel delict bekend, zegt René. Toch kon hij niet voorkomen dat hij naast celstraf ook een maatregel kreeg opgelegd.

Na zijn vrijlating, eind jaren zeventig, komt René G. via de maandelijkse pedo-avond van de NVSH aan de Amsterdamse Blauwburgwal in pedofiele netwerken terecht, waarin hij herhaaldelijk bij de wet verboden contacten met kinderen heeft. Volgens eigen zeggen is hij in die tijd niet zozeer uit op seks met minderjarigen, maar wil hij veel meer 'romantisch en verzorgend' met hen omgaan. Toch blijkt uit het dagboek dat G. in de gevangenis heeft bijgehouden, dat de contacten verder gingen. Het was regelmatig 'bal', en het huis van een vriend van René omschrijft hij als een 'pedofiel Mekka'. In 1984 loopt G. na zijn lange detentie voor de dood van Jan Willem opnieuw tegen de lamp. Hij wordt wegens ontucht veroordeeld tot zes maanden. In 1988 is het weer raak: als recidivist krijgt hij nu 18 maanden.

In de oudejaarsnacht van 1988 wordt opnieuw een jongetje gedood. Dit keer is niet René G. de dader, hij ziet zichzelf als 'slachtoffer'. Want de achtjarige Abdel Ahaddouch, wiens lichaam in een portiek in de Amsterdamse Solostraat wordt gevonden, was zíín vriendje, aldus René G. De jongen blijkt te zijn vermoord door een kennis van René, die Abdel heeft leren kennen in het nu dichtgespijkerde huis. Al heeft René niets met de moord van doen - wel voelt hij zich schuldig omdat dader en slachtoffer elkaar bij hem thuis hebben ontmoet - wordt hij tot twee jaar veroordeeld, voor deelname aan het pedofiele netwerk dat naar aanleiding van de moord wordt blootgelegd. In augustus wordt René vrijgelaten uit zijn laatste detentie: in 1995 is hij opnieuw tot twee jaar cel veroordeeld omdat hij zich met anderen heeft vergrepen aan 'bleekneusjes' die in vakantiekamp Agnes van een vakantie genoten.

Volgens de Utrechtse psycholoog A. van Naerssen, die René G. drie jaar geleden heeft onderzocht, gedraagt G. zich zoals hij zelf ook aangeeft, niet echt pedo-seksueel meer, maar inderdaad verzorgend. Door een overdosis medicijnen bij een zelfmoordpoging is hij ook amper in staat een erectie te krijgen. De seksuele drang is omgezet in 'bemoederen'. Renés leven wordt verder beheerst door het verlies van zijn vriendje Abdel, hoewel hij het jongetje amper drie maanden heeft gekend.

In de dichtgespijkerde kamer van René G. tekent dat rouwproces zich feilloos af. De muren lijken behangen met foto's van blote jongetjes, kinderen in ondergoed en jolige zwembadtaferelen, de schouw wordt opgesierd door een schilderij van de kunstenaar die doorgaans het huilende zigeunerkind maakt, maar ook naakte jongensbillen bij een open haard blijkt te kunnen schilderen. Tussen al deze 'lust voor het oog' prijkt - ingeklemd tussen de twee dichtgespijkerde ramen - een zwart altaar. Een kleurenportret van de vermoorde Abdel is het centrum.

“Die witte plastic chrysanten er omheen heb ik bij Blokker gekocht”, zegt René. “Bosje voor bosje, hoor, want die dingen kosten nog een tientje per stuk.” Naast een brandend kaarsje ligt de koran, die G. heeft leren lezen toen hij in de gevangenis zat. “Abdel wilde dat ik moslim werd, dan kon hij bij me komen wonen.” Achter het heilige boek ligt een kompas. “Abdels kompas”, zegt René. “Want een moslim-jongen moet toch weten waar het oosten is?”

Ook in het Jaar van Dutroux, waarin waarden en normen met betrekking tot thema's als seksualiteit en kinderen zijn teruggebracht tot die uit de jaren vijftig, durft René hardop te zeggen zeggen dat hij pedofiel is. “Wat Dutroux gedaan heeft, is in één woord vreselijk. Hij moet mij niet tegenkomen op straat. Juist ik zou hem wel 's in mijn vingers willen krijgen, juist een pedofiel verafschuwt mensen als Dutroux. Pedos staat voor knaap, philios voor liefde. Degenen die kinderen tegen hun wil betasten en verkrachten, zijn pederasten, dat is een heel ander verhaal.”

De liefde die hij voor de achtjarige Abdel heeft gevoeld, zegt G., had niets met seksualiteit te maken, maar alles met emotie, liefde. “Een goeie pedofiel moet de kwaliteit hebben van zo'n ouderwetse huismoeder met zes kinderen. Die zegt: ik ben er voor jou. Het kind is er niet voor de pedofiel, maar de pedofiel moet er voor het kind zijn. Als er twee sneeën brood zijn en het kind heeft honger, krijgt hij ze alletwee.”

Maar in dezelfde redenering zegt René ook: “Als een kind seks wil, iets lekker vindt, krijgt hij dat ook, al moet ik daarvoor de cel in. Ik cijfer mezelf weg, zeg: ik ben het maar.” Want volgens G. kan een kind naast honger en dorst ook de behoefte aan seksueel contact hebben. “Ik zoek het niet meer op, heb amper lustgevoelens meer, haal hier ook geen kinderen meer in huis. Maar mocht een vriendje vragen of ik even aan zijn piemel zit, dan heb ik daar ook nu geen problemen mee.” Hij glimlacht en zijn ogen glimmen. “Want wat is het probleem?”

G. haalt herinneringen op aan de tijd dat het nog regelmatig 'bal' was, hij en andere mannen met kinderen speelden alsof ze zelf nog kind waren. “Ik heb zoveel voorbeelden van kinderen die zelf het initiatief namen tot seks”, zegt G., gemakshalve niet ingaand op de vraag of het hier hier jongens kan betreffen die eerder seksueel misbruikt waren en daardoor wellicht 'geseksualiseerd' waren, een gedrag dat vaker bij ontuchtslachtoffertjes wordt gesignaleerd. “Ik weet nog dat we verstoppertje aan het spelen waren en ik onder het bed kroop. Kareltje, een jochie van 12, kwam lekker bij me liggen, pakte mijn hand vast en legde die op zijn broek. Heerlijk toch. Ik dacht: 'ik had gewild dat in mijn jeugd dit iemand bij me had gedaan'.”

René heeft in een van zijn dagboeken geschreven dat hij pedofiel is geworden 'doordat ik in het kind mezelf terugzie en er alles aan wil geven, waar ik vroeger zo naar verlangde. En vooral door aangekweekte angst voor volwassen mannen en mijn schoolachterstand bleef ik meer kind met de kinderen.' Was hij maar nooit ouder dan vijftien geworden, zegt hij regelmatig.

G. gelooft, in tegenstelling tot hulpverleners en onderzoekers, absoluut niet dat seksueel contact tussen een volwassene en een kind schadelijk voor de laatste kan zijn. “Gedwongen seks natuurlijk wel. Maar een volwassen vrouw die van de fiets wordt getrokken, loopt ook een trauma op. Dat wil niet zeggen dat alle heteroseksuele gewenste seks ook schadelijk is. Kinderen ervaren seks met volwassenen pas als iets verkeerds zodra de politie hen erop wijst dat ze seksueel misbruikt zijn, en dat dit héél erg is.”

“Ik heb altijd heel fijne momenten met jongens gehad. Nooit vervelende dingen meegemaakt. Veel jongens die ik vroeger als vriendje heb gehad, zijn nu bomen van kerels. Die zouden me echt wel komen opzoeken als ze nog een appeltje met me te schillen hadden. Niks daarvan, als ik ze op straat tegenkom, groeten ze: Hé René!”

René merkt dat in de tweede helft van de jaren negentig pedofilie als onacceptabel is gekwalificeerd. Zijn geaardheid, zijn identiteit is 'dichtgespijkerd', letterlijk met het multiplex voor de ramen. Maar als bejaarde pedofiel weet hij hoe het bijvoorbeeld twintig jaar geleden was. Uit die tijd heeft hij nog een tekst aan de muur hangen van mr. J. Abspoel, van 1976 tot en met 1982 hoofdofficier van justitie te Alkmaar. 'Handelingen voortkomend uit liefde, genegenheid, tederheid - ongeacht de leeftijd van de partner - kunnen niet meer bestempeld worden als 'ontucht' en vallen dus niet onder de strafwet'. Naast de tekst heeft G. het zoveelste fotootje gehangen, ditmaal van Ciske de Rat, in korte broek.

“Dat waren nog eens tijden. Ik heb mezelf als pedofiel ontwikkeld in een periode dat liefde voor kinderen als normaal werd beschouwd. Toen ik nota bene in de Van Mesdag-TBR-kliniek verbleef, heeft de psychiater letterlijk tegen me gezegd dat pedofilie géén afwijking is, maar dat ik in de knoei kwam doordat mijn geaardheid niet aanvaard kan worden. Ouders hebben ook pedofiele gevoelens, zo werd gezegd, en pedofielen hebben ouder-gevoelens.”

Die tijd is voorgoed voorbij, al weet René G. niet wat de periode na het jaar 2000 zal brengen. Hij zal het als actief pedofiel in ieder geval niet meer meemaken. In deze tijd, en in dit huis, zal hij het uit zijn hoofd laten jongens mee te nemen. Maar ze opzoeken kan natuurlijk wel. “Moet je 's komen kijken wat ik heb gekocht van dat geld dat ik anders in nieuwe ruiten had moeten steken. Is dit geen prachtige rubberboot?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden