'Pedagoog beste bemiddelaar'

DEN HAAG - “Als het plan leidt tot een daling van het aantal echtscheidingen, is dat effect meegenomen. Maar het is niet onze bedoeling om ouders die dat per se niet willen te dwingen bij elkaar te blijven. Daar zijn de belangen van kinderen immers óók niet mee gediend.”

In Nederland worden per jaar ongeveer 90 000 huwelijken gesloten. Bij ongeveer 30 000 daarvan besluiten de partners na kortere of langere tijd uit elkaar te gaan. En veelal zijn daar kinderen bij betrokken: één op de zes kinderen krijgt te maken met een scheiding van de ouders.

Om te voorkomen dat kinderen worden vermalen tussen twee volwassenen die tegenover elkaar zijn komen te staan, pleitte de CDA-fractie in de Tweede Kamer vorige week voor de verplichte inschakeling van een bemiddelaar. Fractieleider Heerma wees op Noorwegen, waar zoiets al bestaat.

“Daar rees het aantal echtscheidingen de pan uit”, weet Marianne Soutendijk, justitiewoordvoerster voor de CDA-fractie. “Het is aanzienlijk gedaald toen er een verplichte wachttijd werd ingevoerd, en de verplichting om, in geval van jonge kinderen, een bemiddelaar in te schakelen. Dat heeft ons geleid tot de gedachte dat we ook hier in Nederland een stap zouden moeten zetten in die richting.”

De belangenbehartiging bij echtscheiding is nu primair in handen van advocaten. Maar Soutendijk wijst erop dat hun werk er meestal op gericht is om mensen van elkaar af te brengen en daarbij de (materiële) belangen van beide partijen in de gaten te houden. Het CDA-Kamerlid benadrukt dat een verplichte bemiddelaar niet tot elke prijs een scheiding moet zien te voorkomen.

“Onze benadering is wat dat betreft een slag anders dan die van GPV-fractievoorzitter Schutte, die vorig jaar ook al eens de gedachte van een echtscheidingsbemiddelaar heeft geopperd. Centraal staat bij ons de gedachte dat moet worden voorkomen dat kinderen de dupe worden van een echtscheiding. Nu wordt over hun hoofden heen vaak een strijd geleverd, waarbij bijvoorbeeld de omgangsregeling als drukmiddel wordt gehanteerd.”

“Het gaat ons om de vraag hoe je beide partijen meer rekening kunt laten houden met de belangen van het kind. Soms blijkt dat een heroverweging er inderdaad toe leidt dat de ouders toch maar niet uit elkaar gaan. Maar àls ze besluiten om te scheiden, is het zaak om conflicten over vragen als alimentatie en omgangsregeling zo veel mogelijk te voorkomen en zulke kwesties niet uit te spelen om elkaar dwars te zitten.”

In Noorwegen geldt dat scheidende ouders een bemiddelaar in de arm moeten nemen, als hun kinderen jonger zijn dan zestien jaar. Soutendijk acht die leeftijdsgrens ook voor Nederland 'voorstelbaar'. Maar zelf denkt ze eerder aan een leeftijdsgrens van twaalf jaar, hetgeen ook zou aansluiten op de al in Nederland bestaande bepaling dat kinderen vanaf die leeftijd het recht hebben om ingeval van echtscheiding door de rechter te worden gehoord.

Soutendijk: “Je ziet dat bij kinderen van jonger dan twaalf bijvoorbeeld de omgangsregeling nog wel eens wordt misbruikt. Maar kinderen van boven de twaalf hebben vaak al heel wat meer invloed op de gang van zaken. En ze zijn vaak ook beter in staat om de emoties die bij een scheiding horen te hanteren.”

Nu zijn er in Nederland al mensen, die zich opwerpen als bemiddelaar bij echtscheiding. Waarom stuurt het CDA aan op een verplichting? “Mensen die nu zelf al dergelijke hulp inroepen, hoeven daar natuurlijk niet ook nog door een overheidsmaatregel toe te worden aangezet”, aldus Soutendijk. “Het gaat ons om de mensen die er het belang niet van inzien en niet uit zichzelf die stap zetten. Die mensen moeten ook een duwtje krijgen in deze richting.”

Wanneer zo'n bemiddelaar precies op het toneel moet verschijnen, staat Soutendijk nog niet helder voor ogen. “Die moet er in elk geval aan te pas komen, op het moment dat de ouders een advocaat in de arm hebben genomen. Maar dat is eigenlijk al rijkelijk laat. Ik geef er de voorkeur aan dat de ouders een bemiddelaar inschakelen op het moment dat ze het voornemen hebben om uit elkaar te gaan. Misschien kun je het moment waarop niet precies voorschrijven. Maar als mensen weten dat ze niet uit elkaar kunnen, zonder dat er een bemiddelaar aan te pas is gekomen, zullen ze geneigd zijn om die in een redelijk vroeg stadium in de arm te nemen.”

Soutendijk voelt er niets voor om die bemiddeling helemaal in handen te leggen van de advocatuur. “Het gaat om de belangen van de kinderen”, zegt ze. “Dus het ligt het meest voor de hand om die bemiddelende rol op te dragen aan een pedagoog. Het gaat om deskundigheid die aanwezig is bij instellingen als Jeugd en gezin en de regionale instellingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg (riagg's). Niet dat ik die instellingen wil inschakelen, maar wel de kennis die daar aanwezig is. Maar ik denk dat er een nieuwe vorm van hulpverlening nodig is, die zich speciaal op bemiddeling bij echtscheidingen zal gaan richten.”

Instellingen die zich daarmee bezighouden, zullen naar haar idee wel moeten werken onder waarborgen van de overheid, maar niet geheel op kosten daarvan. “Ik denk dat van mensen gevraagd kan worden om een eigen bijdrage te betalen voor de bemiddelaar, net zoals dat nu gebeurt met de rechtsbijstand.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden