Pé en Rinus weten niet van ophouden

Vijftien kilo zwaarder dan toen ze vroeger stonden te zingen in de Groninger Herestraat, het haar dunner en grijs, maar het publiek zit er niet mee. Als Peter de Haan en Frank den Hollander weer eens als Pé Daalemmer en Rooie Rinus op de planken staan, zijn alle theaters geheid oetverkocht.

De mensen met een glaasje in de hand prevelen de liedjes maar zachtjes. Ze zijn uit de zaal geplukt en onder een partyluifeltje op het podium van de Groningse Stadsschouwburg geparkeerd. Logisch dat ze ineens niet meer zo durven. Maar de achterblijvers in de zaal doen er nog een schepje bovenop en brullen luidkeels met hun oude helden Pé Daalemmer en Rooie Rinus mee.

De alter ego’s van apotheker Peter de Haan (54) en Frank den Hollander (53), voorlichter van de Universiteitsbibliotheek Groningen, deden de afgelopen weken theaters in de hele provincie Groningen aan met de show Pé & Rinus, Oud & Nieuw. Van Veendam tot Groningen stad, van Winschoten tot Hoogezand, alle optredens waren snel oetverkocht.

Het is dertig jaar geleden dat De Haan en Den Hollander hun cabareteske samenwerking startten, en zesentwintig jaar geleden hielden Pé en Rinus ermee op, maar als ze weer eens optreden is het als de dag van gisteren.

Hoe het kan? Ze weten het zelf niet precies. Den Hollander alias Rooie Rinus doet vlak voor aanvang van de eerste van twee shows in de Stadsschouwburg een poging tot duiding: „We krijgen te horen dat van ons afstraalt dat we elkaar nog steeds aan het lachen maken.”

Elke inwoner van de provincie Groningen van boven de vijfenveertig kent Pé en Rinus, en de jongeren meestal ook, van de overlevering. Voor de rest van Nederland gaan we even terug naar eind jaren zeventig van de vorige eeuw.

Helemaal vanuit Zeeland komt een roodharige knul, Frank den Hollander, naar Groningen om Engels te studeren. Peter de Haan komt uit Loppersum, op een steenworp afstand van de stad, voor de studie farmacie. Op studentenverenging Albertus Magnus vinden spraakwaterval Den Hollander en de droogkomische De Haan met zijn rockgitaar en elastieken benen elkaar.

Het is De Haan die voorstelt eens op straat op te treden. In de zomer van 1980 lopen de jongens de Herestraat wel vijf keer op en neer. Waar moeten ze staan, zonder winkeliers tot last te zijn? Op een mooi plekje spelen ze eerst wat van de Britse band The Kinks en dan wat eigen nummers.

Aan het eind van die zomer beuren ze hun eerste vijftig gulden in een kroeg. Radio Noord nodigt ze uit, en een platenmaatschappij wil een elpee opnemen. De vier volgende jaren spenderen de twee studenten, in gezelschap van hun begeleidingsband De Containers, ontelbare uren op en in alle denkbare provinciale podia, concertzalen, buurtcentra en festivals en bouwen ze hun repertoire van klassiekers als ’Hoornse Plas’, ’Carnaval in ’t Noorden’, ’Hee Doe’ of ’Baukelien’.

Drie keer per jaar spelen ze op Terschelling, ze doen een voorprogramma van Raymond van ’t Groenewoud, en spelen met Normaal. Eind 1984 vinden ze dat het tijd is voor andere zaken: carrières, gezinnen. In de jaren daarop zijn Peter en Frank wel weer te zien in de theatergroepen De Bende van Baflo Bill en Voorheen de Bende.

Het liefst is hij toch Pé, zegt Peter de Haan, in de kleedkamer voor aanvang van de avond in Groningen. Als Pé is hij geen typetje, maar zichzelf. Lekker knallen op zijn gitaar. Om de Oud & Nieuw-optredens te kunnen doen heeft hij een derde apotheker aangenomen in zijn apotheek in Hoogkerk. Frank den Hollander heeft zijn parttime aanstelling op de Universiteitsbibliotheek tijdelijk nog wat verkleind.Op het podium zingt Den Hollander: ’Kom op, pak dien gitaar, en kom es even oet dien aptaik’. De Haan antwoordt: ’Hest doe nog snipperdoagen bie Akkedemiebiebeltaik?’

Den Hollander poetst de tanden, om even voor achten in een tentje op het podium te kunnen gaan liggen wachten op het begin van de show. Het is geen reünie, beklemtoont hij, maar de viering van dertig jaar vriendschap. Ze voetballen ook nog steeds samen in het zaterdagelftal van Helpman 4. „Hoewel ik voor het eerst van mijn leven een blessure had, aan mijn kuit, en nu tot de winterstop niet voetbal, om niet kreupel op het podium te staan.”

Ze noemen zich nu ook wel Grijze Pé en Blonde Rinus, zijn een kilo of vijftien zwaarder geworden, maar gelukkig past De Haan nog altijd in het T-shirt van de Spar waarin hij beroemd werd. Zijn vader had een Spar in Loppersum, en die sponsorde het plaatselijke voetbalteam. Zodoende is er een hele stapel shirts om, ook na dertig jaar nog, uit te putten.

RTV Noord, de zender die het duo in 2005 uitriep tot Groningers van het Jaar, zendt op oudjaarsavond vanaf elf uur de show uit. Om die reden knipten de cabaretiers een tijdlang nieuwsberichten uit kranten. Uiteindelijk skipten ze het plan van een conference. Nu spelen ze, als de klok op het podium twaalf heeft geslagen, gouwe ouwen. Maar alles vóór middernacht is nieuw. Gekke acts, lekkere liedjes, prachtige taalvondsten.

Dat de Zeeuw Den Hollander volledig integreerde in Groningen, blijkt uit het nummer met 122 Groningse plaatsnamen die hij uit het hoofd opdreunt: Oostwold, Foxhol, Kropswol, Musselknoal, Ter Oapel, Ter Oapelknoal, Knoal, en dan nog 115.

De pinda’s van de Spar worden bezongen, en de meisjes, ofwel wichter of poedies. Ging het lied Plattelandsvrouwen in de jaren tachtig over ’uren gluren naar Mien uit Siddeburen’, nu is er een Plattelandsvrouwen 2.0 met: ’Brigitte, Brigitte, Jij wil met mij op Twitter’. En: ’Margrietje, Margrietje, die schold mij uit per tweetje’.

„We hebben allebei dankzij Pé en Rinus wel een paar keer verkering gehad. Die is dankzij Pé en Rinus ook meteen weer uit gegaan”, zegt Den Hollander. „Omdat we toch honderd keer per jaar aan het optreden waren. Dat vond zo’n meisje op een gegeven moment ook niet meer leuk.”

Als een heuse popster had De Haan zelfs een stalker. „Een meisje uit Emmer-Compascuum, ze belde mij wel drie, vier keer per dag. Ik had over de telefoon best leuke gesprekken met haar, maar op een gegeven moment was het toch te veel de grote fan. Ik zou een paar maanden naar Curaçao gaan voor mijn studie, daar werd ze helemaal nerveus van. Hoe zij dan die tijd door moest komen? Ik moest toch even hard zijn tegen haar, en toen hebben we een afspraak gemaakt.”

Den Hollander: „En toen bleek ze bloedmooi te zijn.”

De Haan: „Gelukkig was ze niet bloedmooi.”

Den Hollander: „Een paar maanden na ons afscheid kregen we allebei wat met de vrouwen met wie we we nu nog zijn.”

De Haan: „Het voelt wel safe een relatie te hebben met iemand die je niet ziet als Pé Daalemmer.”

Den Hollander: „Mijn vrouw zei: Ik geloof dat ik jullie wel een keer in de Herestraat heb zien staan, toen ben ik doorgelopen, ik vond jullie arrogante lulletjes.”

Een van de grootste complimenten – ze schrijven erover op hun website - kwam van een welzijnswerker in jongerencentrum De Kwinne in Stadskanaal. De kleine boxjes van Pé en Rinus kwamen amper boven de vijfhonderd Knoalster jongeren uit, maar na afloop hadden ze het idee voor het eerst een zaal helemaal te hebben plat gespeeld. De sprakeloze welzijnswerker propte uit dankbaarheid een beugelflesje Grolsch in Franks mond, terwijl hij zijn getatoeëerde arm om hem heen sloeg.

Ook recensent Jacques d’Ancona hoort bij de fans. „Als tweemanschap verheffen ze zich met doordachte onzin glorieus boven de status van capabele amateurs”, schreef hij vorige week in het Dagblad van het Noorden.

Maar tot een landelijke doorbraak is het nooit gekomen. Het had gekund misschien, wel meer streektaalartiesten – zij het niet echt cabaretiers – deden het: Skik, Rowwen Hèze, Normaal. De Haan vertelt hoe hij en Den Hollander vorig jaar op een avond spontaan gingen optreden op de Grote Markt, toen het Glazen Huis daar stond. „Hing er ineens een producer van Radio 3FM aan mijn enkel: Waarom ken ik jullie niet? Wat is dit leuk!”

„We hebben dingen afgehouden”, aldus De Haan. Zo kon hij ook zijn apotheek opbouwen. En om te entertainen heeft hij geen duizendkoppig publiek nodig. „Ik speel ook al vijfentwintig jaar in het rock ’n rollbandje Stuck Herry. Een van de mooiste optredens was bij de Febo. Drie nummertjes en dan weer weg, de mensen met hun kroketten verbaasd achterlatend.”

Ze hebben geen zittend gat, zingen de ouwe jongens. Maar alles binnen de perken. Boeten n stroal van honderd kilometer is t antwoord maisttied nee.

Aan het eind van deze toer houden ze misschien tienduizend euro over, schat Den Hollander. Die gaan dan door twee. Veel is het niet, maar de lol is onbetaalbaar. Op de terugweg in de trein van het optreden in Delfzijl werd hij herkend door de conducteur. „Daar hebben we Rinus en de Pedaalemmers, zei hij.” Van die dingen.

Vanavond fietst Peter De Haan nog even snel naar een muziekzaak voor nieuwe snaren. Den Hollander is vergeten cd’s en dvd’s te regelen voor de verkoop, maar gelukkig brengt de cd-distributeur in allerijl nog enkele doosjes.

Een bezoeker schaft voor de voorstelling een spaigelploatje aan, en meldt dat hij nu eindelijk alles van het duo in huis heeft. Vorig jaar gingen naar schatting nog wel zo’n vijftienhonderd cd’s en dvd’s over de toonbank van Pé en Rinus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden