PCM

Is er een verband tussen de leegloop bij uitgeverij Meulenhoff, de neergang van de internet-activiteiten van PCM, en het conflict met de freelancers over auteursrecht? ,,Wat bij dit alles in het oog springt is eenzelfde soort van avonturisme, om niet te zeggen amateurisme dat PCM helaas al een poos kenmerkt. Terwijl het allemaal zo mooi had kunnen zijn.'' Nicolaas Matsier is auteur en een van de oprichters van de FreeLancers Associatie.

Zo massief was het nieuws van de aanslag op Manhattan dat een mens alweer vergeten zou zijn wat er vóór die elfde september zoal omging. Maar in de week ervoor was een groot Nederlands uitgeefconcern maar liefst twee maal voorpaginanieuws. Eerst ging het over de leegloop van uitgeverij Meulenhoff, vervolgens over de ontmanteling van PIM. Beide bedrijven maken deel uit van de uitgeefgigant PCM, waaronder ook het dagblad Trouw ressorteert.

PIM? Dat was de internetpoot van PCM. PCM? Niemand die het nog weet, maar het bedrijf dankt zijn zwijgzame initialen aan de samenvoeging, in 1994, van de Pers Combinatie en Meulenhoff.

De benaming uitgeefgigant is, als het om PCM gaat, echt niet overdreven. Ten eerste is PCM de uitgever van alle landelijke dagbladen op twee na; alleen De Telegraaf en het Financieele Dagblad worden niet uitgegeven door PCM. Wel: het Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad, Trouw en de Volkskrant. Plus: de Amsterdamse krant Het Parool.

Vijf kranten, dat is al een hele hoop. Maar achter die ene M van Meulenhoff staat een boekentak die ook niet gering is. Daartoe behoren, naast Meulenhoff zelf, de uitgeverijen Prometheus, Bert Bakker, De Boekerij, Unieboek, A.W. Bruna, Vassallucci en Het Spectrum.

Een gewone lezer, die een goede krant en een mooi boek wil, zal het misschien niet zoveel kunnen schelen hoe de wereld economisch precies georganiseerd is. Al die afkortingen en waar ze voor staan: het ene oor in, het andere weer uit. Zolang er maar niks aan de hand is met de goede krant en het mooie boek zelf.

Nu zijn er in hoofdzaak drie conglomeraten van boekenuitgeverijen in Nederland. Zowat elke belangrijke uitgeverij opereert onder de vleugels van hetzij PCM, hetzij Veen Bosch en Keuning, hetzij de Weekblad Pers Groep. Laatstgenoemd concern geeft onder meer Vrij Nederland, Opzij, en Voetbal International uit en is de baas van uitgeverijen als Querido, Nijgh en Van Ditmar, Leopold, de Arbeiderspers, en De Bezige Bij.

Het lijkt wel alsof drie het voorgeschreven aantal zou zijn. Want er zijn eveneens drie grote krantenconcerns: Wegener (uitgever van de GPD-bladen), De Telegraaf en, wederom of nogmaals, PCM. Drie concerns, zou je zeggen, dat is misschien net gezond genoeg in termen van de Nederlandse Mededingings Autoriteit, de instantie die ervoor moet waken dat er monopolievorming plaatsvindt. Maar op het moment dat de hier geschetste krachtsverdeling ontstond, was er nog helemaal geen Mededingings Autoriteit.

Wat aan deze twee drietallen opvalt, dat is de dubbele aanwezigheid van PCM. Economische machtsvorming, voorzover neerkomend op een loutere optelsom, is tot misschien daaraan toe. Maar PCM 'doet' niet alleen in boeken en kranten, het heeft die twee, tot voor kort betrekkelijk gescheiden, werelden sterker op elkaar betrokken. Met die combinatie heeft PCM iets gedaan dat in de Nederlandse uitgeefwereld een novum is. Het concern heeft twee boekenuitgeverijen brutaalweg vastgeklonken aan twee dagbladen. Merkwaardig genoeg heeft dit noch als voornemen noch in de praktijk enige ophef veroorzaakt.

Zo'n anderhalf jaar geleden werden Meulenhoff en de Volkskrant (hoe verzin je het), en Prometheus en NRC Handelsblad (idem dito) gekoppeld. Ze werden gekoppeld in die zin dat bijvoorbeeld de NRC Handelsblad Kookboeken, vroeger uitgegeven door De Bezige Bij, later door Nijgh en Van Ditmar, nu naar Prometheus dienden te verhuizen.

In de uitgeefwereld is dit niet alleen nieuw. Het is ook in strijd met de totnogtoe vanzelfsprekende vrijheid van afzonderlijke auteurs om te bepalen of en bij wie een boekuitgave tot stand zal komen. Hier doet zich dus voor het eerst de absurde vraag voor: van wie is een auteur? Van mij, antwoordt NRC Handelsblad, om de auteur met boek al en door te schuiven naar de nu plotseling bijbehorende uitgeverij Prometheus. Het is een auteursrechtelijk landjepik zonder precedent, waarvan de legitimiteit uiterst dubieus lijkt. Daarbij dienden de auteurs - althans aanvankelijk - ook nog eens twintig procent van hun honorarium in te leveren wegens gebruik van 'het merk' NRC Handelsblad. Maar op dat punt hebben de schrijvers, allemaal freelancers, gelukkig voet bij stuk weten te houden.

Nog niet zo lang geleden kon dat helemaal geen vraag zijn: een auteur was gewoon van zichzelf. Carmiggelt publiceerde zijn cursiefjes in Het Parool. De Arbeiderspers (die niets met Het Parool van doen had) gaf vervolgens de bundels uit. Dat was een keuze van de auteur. Weer een andere uitgever, Querido, publiceerde de versjes die Annie M. G. Schmidt in diezelfde krant schreef, in boekvorm. De columns die Youp van 't Hek voor NRC Handelsblad schrijft, verschijnen bij Thomas Rap. En die van Remco Campert en Jan Mulder, uit de Volkskrant, bij De Bezige Bij.

Tot groot leedwezen, zou je inmiddels denken, van PCM en Mai Spijkers (directeur PCM Algemene Boeken), die er vast alles aan zullen doen om de toekomstige Van 't Hekken en Camperts meteen aan de ketting te leggen. Campert en Van 't Hek zelf, daar durven ze natuurlijk niet aan te komen. Die maken sinds lang deel uit van het bedrijfskapitaal van De Bezige Bij en van Thomas Rap, de uitgeverijen waar deze auteurs ooit zelf voor gekozen hebben. Maar het aanstormende talent, dolblij überhaupt te mogen publiceren, weet dat veel? Als het aan de uitgeefreus PCM ligt, gelden hier voortaan machtsverhoudingen.

Deze inzet om kranten rechtstreeks te binden aan uitgeverijen mag dan onopgemerkt zijn gebleven, de krachtdadigheid waarmee Mai Spijkers de fondsen van zijn uitgeverijen herverkavelt, is PCM op meer rumoer en gezichtsverlies komen te staan dan men gewenst kan hebben. Voor het concern kennelijk onverwacht is er nu opeens een antwoord gekomen op de vraag: van wie is een uitgeverij eigenlijk?

De uittocht van een deel van de Meulenhoff-auteurs (achter redacteur Tilly Hermans aan, een ander concern in) maakt duidelijk dat het een misrekening is om te denken dat een uitgeverij uitsluitend een aangelegenheid zou kunnen zijn van aandeelhouders en rendementseisen. Dat Meulenhoff, het vlaggenschip van de boekentak, nu flinke averij heeft opgelopen is een direct gevolg van het rampzalige managersdenken bij de uitgeverijen onder hoede van PCM. Meer titels produceren met minder mensen, dat gaat niet goed. Waar de aandacht voor het afzonderlijke boek en de afzonderlijke auteur verdwijnt, resteert uiteindelijk een leeglopende uitgeverij. Wie van literatuur houdt, betreurt dit vandalisme.

Totnutoe ging het hier over het aloude papieren uitgeven, zij het dan over een nieuw type verstrengeling tussen twee soorten van uitgeven die voorheen werelden apart waren. Maar beide werelden, van de nog steeds papieren krant en van het nog steeds papieren boek, bedienen zich toenemend van dezelfde digitale techniek. De digitalisering, dat zal niemand niet weten, heeft een revolutie in het zetten en drukken ingeluid. Daarmee hebben de vanouds papieren uitgeverijen, die van kranten en die van boeken, beide hun voordeel gedaan.

De nieuwe technische mogelijkheden van tekst en scherm hebben ook heel wat dromen teweeggebracht - zowel luilekkerlandachtige als commerciële. Dromen die elkaar van begin af aan in de weg hebben gezeten. Met behulp van PIM (PCM Interactieve Media) dacht PCM zich een positie te verwerven in de era van het elektronische uitgeven. De fase van de interactieve droom die zojuist afgelopen is (rijk worden door weggeven) heeft PIM in één jaar tijds vijfendertig miljoen gulden gekost - geld dat gerust als over de balk gesmeten beschouwd kan worden.

Het is alweer achter de rug, dat hele gedoe van PIM, maar je hield je hart toch echt vast als je Peter van Dijk hardop hoorde nadenken over de prachtige toekomst waar we onder zijn leiding op af stevenden. Hij voorzag dat 'het nieuws' bij de kranten weggehaald zou worden. Het zou voortaan behartigd worden door een speciale daartoe in het leven te roepen nieuwssite. Een krant als NRC Handelsblad, ontdaan van nieuws, zou voortgezet kunnen worden als het 'merk' voor opinie. Terwijl bijvoorbeeld aan het Algemeen Dagblad gedacht kon worden als het 'merk' voor sport. Aldus - nog maar kort geleden - Peter van Dijk, voorheen hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, nu nog heel even directeur van PIM. Voor Het Parool en Trouw zag Ben Knapen, ex-hoofdredacteur van NRC Handelsblad en lid van de raad van bestuur van PCM, in de nieuwe constellatie geen functie meer.

Wat bij dit alles in het oog springt is eenzelfde soort van avonturisme, om niet te zeggen amateurisme dat PCM helaas al een poos kenmerkt. Terwijl het allemaal zo mooi had kunnen zijn. Want een tekst, eenmaal digitaal ter beschikking gekomen, heeft - vergeleken met alle eerdere teksten uit de geschiedenis - een in principe eeuwige, voor vele doeleinden te gebruiken, inzetbaarheid verkregen. Eeuwig, althans, zolang onze prachtige nieuwe netwerken het doen.

Al zo'n tien jaar geleden begon PCM met elektronische archivering voor de kranten die tot het concern behoorden. Maar natuurlijk, zou je zeggen, dat is ook wel zo handig. Vaarwel, papieren archief! En als die papieren archieven van de vijf kranten van het concern dan toch aan elektronische voortzetting toe waren, waarom de vijf dan niet meteen in één enkel reuzenarchief gedaan? Vaarwel, knipselmappen en knipseldiensten!

Maar voor wie was dat elektronische archief eigenlijk bedoeld - wie moesten er toegang kunnen krijgen? Hoe - gratis of betaald? Was zo'n databank met al die kranten erin geen fantastische handelswaar? Zo zal het wel begonnen zijn. Gewoon, aan de gang ermee. Eens zien wat ermee te doen is. Niks op tegen toch? Nee, op zichzelf niet. Maar het nieuwe dynamische hergebruik ging van start zonder stil te staan bij een elementaire vraag. Van wie is een tekst eigenlijk?

Wat in een krant te lezen staat, afgezien van advertenties, is grotendeels maar lang niet helemaal het werk van de redacteuren van die krant. Het aandeel verschilt per krant, maar van een dagblad wordt een vijfde tot een kwart volgeschreven door freelancers. Voor opiniebladen beloopt dat wel vijftig procent.

De meeste lezers zullen zich van dat onderscheid tussen redacteuren (in vaste dienst) en freelancers (niet in vaste dienst) nauwelijks bewust zijn. Het is ook niet buitensporig interessant. Alleen wie colofons spelt, kan vaststellen wie er van bij voorbeeld de recensenten in vaste dienst is en wie niet. Aan de stukken zelf valt dat niet te zien. Maar heel wat 'vertrouwde gezichten' in een krant zijn die van freelancers. Zij bewegen zich op elk gebied. Dat kan variëren van de harde kern van het eigenlijke nieuws (correspondenten zijn vaak freelancers) tot achtergronden, analyses, columns, rubrieken.

Het was een gedenkwaardig moment in de betrekkingen tussen de kranten van PCM en hun freelancers toen een paar van die laatsten er bij toeval achter kwamen dat het concern hun werk al een aantal jaren in databanken ondergebracht en geëxploiteerd had zonder erbij stil gestaan te hebben dat de daarvoor vereiste auteursrechtelijke toestemming domweg ontbrak. Je zou het natuurlijk ook gewoon diefstal kunnen noemen.

PCM was zijn freelancers eventjes

volstrekt vergeten terwijl het, dollartekens in de ogen, op jacht was om de zogenoemde content op allerlei plaatsen onder te brengen, door te verkopen en te verhuren. Dat heeft een jaar of wat geduurd.

De omgang was altijd heel losjes geweest. Ik heb voor de meeste kranten van PCM wel eens geschreven, maar over hoe en wat heeft er nog nooit een woord op papier gestaan. Alles ging altijd mondeling. Contracten, daar had niemand van gehoord. Als je dacht dat het weer eens tijd werd voor een iets betere honorering, dan maakte je de in jouw geval dienstdoende redacteur of chef daarop attent. De verhoudingen waren collegiaal zo niet vriendschappelijk. Je leverde je stuk in en een tijd later kreeg je betaald. Je werd uitgenodigd voor borrels van de krant.

Daaraan veranderde in principe niks toen vrijwel iedereen die voorheen zijn woorden op papier gezet had zich van een computer ging bedienen. Nou ja, tot op het al genoemde historische moment dat de kranten gingen inzien welke magnifieke mogelijkheden elektronische archivering en dito handel opeens boden.

Even ter vergelijking. Als je een verhalenbundel publiceert, geef je de uitgever het recht om op bepaalde condities een bepaalde oplage van die bundel te laten drukken en in de handel te brengen. Wil die uitgever de bundel herdrukken of in een andere vorm opnieuw uitgeven, dan levert dat opnieuw geld op. Wanneer iemand het verhaal wil opnemen in een bloemlezing, idem dito. Het is heel eenvoudig: elke vorm van gebruik dient in goed overleg overeengekomen en natuurlijk ook gehonoreerd te worden.

Welnu. Een groepje freelancers, onder wie schrijver dezes, sloot zich zo'n twee en een half jaar geleden aaneen om samen sterker te staan tegenover de machtige gesprekspartner, PCM. Deze zei aanvankelijk zich van geen enkel kwaad bewust te zijn, maar begon al snel een geïrriteerde houding aan de dag te leggen. Wat zeurden wij nou eigenlijk? Wij zeurden over auteursrecht.

Helaas, om redenen die ik nooit zal begrijpen, interesseert auteursrecht niemand. Er wordt bagatelliserend zo niet volstrekt zorgeloos over gedaan. Zie voor een hele reeks van door opiniepagina's geweigerde stukken hierover www.fla.nl. Als gevolg van de zeer moeizaam verlopen, inmiddels tot stilstand gekomen, gesprekken met PCM - onder voorzitterschap overigens van Jan Greven, voorheen hoofdredacteur van Trouw - is het kleine groepje freelancers uitgegroeid tot een volwassen onderdeel van de ruim duizend leden tellende Vereniging van Schrijvers en Vertalers. Deze VSenV verenigt nu drie soorten auteurs: van fictie en non-fictie, van tv-scenario's, en van stukken voor kranten en tijdschriften. Wat hen bindt, is het auteursrecht op hun teksten; dat zij hebben - maar vooral ook wensen te houden.

Aanvankelijk was de FreeLancers Associatie uit op een kort geding. De FLA twijfelde er geen seconde aan of PCM zou

meteen van de rechter te horen krijgen dat het concern de auteurswet overtreden had. Maar wat gebeurde er, tot stomme verbazing der bestuursleden? Zij werden door PCM onder aanvoering van Jan Greven hoofdelijk gedaagd. PCM wilde zelf wel eens van de rechter horen hoe het nou zat met dat auteursrecht. Vorig jaar heeft de rechter uitgesproken dat het gelijk aan de kant van de freelancers was en dat PCM over de brug moest komen met alle voor een berekening van de geleden schade relevante inlichtingen. Intussen zijn we weer een jaar verder en is er nauwelijks vooruitgang geboekt.

PCM vindt nog steeds dat freelancers geen auteursrecht moeten laten gelden als het gaat om doorplaatsing op sites en onderbrenging in databanken. Liefst gratis en anders voor een beschamend schijntje worden de freelancers geacht hun rechten glimlachend uit handen te geven - voor elk hergebruik en zonder temporele restrictie. Diverse chefs - vooral bij NRC Handelsblad - hebben aan 'hun' freelancers te kennen gegeven: 'Als jij zo doorgaat, vlieg je eruit.' Inmiddels kent de FLA, op verzoek van de direct betrokkenen, het geheime lidmaatschap.

En dat alles terwijl de FLA, in plaats van zowat in oorlog, graag weer on speaking terms zou zijn met de krantenmensen die het voor het zeggen hebben. Er ligt een helder en eenvoudig door de FLA ontwikkeld modelcontract ter bespreking - nu het gesprek nog. De afrekening over het verleden, waarvoor PCM op nogal lukrake gronden een miljoen of vijf heeft uitgetrokken, moet nog een keer plaatsvinden. Maar veel belangrijker is het herstel van een fatsoenlijke vorm van omgang waarmee beide partijen vooruitkunnen.

En als dat nou eens niet lukt? Dan zou daarvan het merkwaardige gevolg dit kunnen zijn: dat er in de vijf kranten van PCM een groot aantal open plekken ontstaat. Tja, ik weet ook wel dat een open plek in een krant een contradictio in terminis is. Die zul je nooit te zien krijgen. Maar ik bedoel nog iets anders. Iets dat ik, als de lezer die ik ook zelf van kranten ben, een onaanvaardbaar gevolg zou willen noemen van dit soort concernvorming. Want als het zo doorgaat, dan staan de door PCM zoetjesaan tot ongewenst verklaarde medewerkers niet zomaar op straat, dan staan ze vijf keer op straat. Dan gaat iets wat begonnen is als auteursrechtelijk imperialisme geruisloos over in een raar en compleet nieuw soort van monddood maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden