PC Hooftprijswinnaar Frédéric Bastet schreef zijn memoires. Een onophoudelijke cortège trekt langs.

Wie het Lisztconcours won, dat is hem ontgaan. Maar niet dat er zich zo veel gegadigden voor het pianoconcours aandienden. Allemaal begaafd. Zelf speelt Frédéric Bastet sinds zijn middelbare schooltijd pianoforte. Musicus worden, begreep hij al vroeg, dat moest hij maar aan anderen overlaten. Zijn muziekleraar had hem tactvol gezegd: 'Je bent begaafd, maar er zijn leerlingen die nog begaafder zijn.' ,,Hij vond mij muzikaal, maar geen uitzondering, laat staan geniaal.''

Maar Frédéric Bastet zou het pad van Franz Liszt nog grondig kruisen, evenals dat van Frédéric Chopin en in hun voetspoor hun geliefdes Marie d'Agoult en George Sand, over wie Bastet zijn biografisch essay 'Helse liefde' schreef.

En dat is meteen de sleutelvraag: wiens pad kruiste Bastet welgeteld niet?

Als kind al beschikte hij over 'een aanleg die veel kanten op kon gaan'. Schrijven ging hem gemakkelijk af; in ruil voor een kwartje schreef hij voor schoolvriendjes opstellen-in-opdracht. Netzolang todat de leraar een zekere stijl begon te herkennen.

Hij was dertien jaar toen de oorlog uitbrak, en moest later onderduiken. Die 'verloren tijd' benutte Bastet onder meer door het oeuvre van Louis Couperus te lezen. Na de oorlog raakte hij door militaire dienst 'weer twee jaar kwijt'. ,,Wat: dienstweigeren? Dat zou mijn vader verschrikkelijk hebben gevonden! Hij was al woedend dat ik was afgekeurd voor Indië. Ik ben dankbaar dat ik Nederlandse bureaudienst heb gedaan. Ineens kom je tot de conclusie dat je die twee procent van de bevolking vertegenwoordigt. Met arbeiders en boeren kwam je nou eenmaal niet in aanraking. Als zodanig functioneerde het leger 'opvoedend'.''

Op de middelbare school wist hij met zijn uitmuntende cijfers voor de alphavakken en de deerniswekkende resultaten van de bètavakken zich in het lood te houden. Behalve muziek is taal zijn passie. Bastet studeerde Latijn, Grieks en klassieke archeologie als tweede hoofdvak. ,,De studie archeologie stelde niets voor, kon zich in de verste verte niet meten met de Duitse opleidingen.'' Hij promoveerde in klassieke archeologie op antieke wandschilderingen.

De derde passie is het zuiden, steeds opnieuw naar het zuiden. Voor archeologische opgravingen op Kreta, in Pompeii, in Rome. Zijn novellen over die zuidelijke driehoek verschenen onder de titel 'Op weg naar het zuiden'. Als jongeling constateert hij daarin al: ,,Waarom houden wij van het verleden, en vooral van het ongegrijpbare? Ik denk dat het een heimwee is naar een zuiverder staat van leven: niet een paradijs, maar wel een tijd dat de mensen nog met de dieren en de planten leefden, dat de verten nog verten waren, schier onoverbrugbaar, en dat de diepe onderstromen van onze ziel nog niet waren verzand.''

Als jonge onderzoeker woonde hij in Pensione Dante te Napels, om dagelijks met de Circumvesuviana-trein op en neer naar Pompeii te reizen. Uit zijn memoires 'De grote wandeling': ,,In de ru & iuml;nes geurden de aromatische kruiden sterk. De overwoekering van planten en wilde bloemen schoot hoog op. Steeds meer veranderde de dodenstad in een heerlijk kerkhof. Nergens anders had ik tot dan toe zoveel insecten zien en horen rondvliegen, van allerlei soorten, bijen en hommels wedijveren met de overal rondfladderende bonte vlinders. Soms kwam je een slang tegen. (-) Ik denk weleens, misschien heb ik daar, buiten de tijd, buiten de zogenaamde werkelijkheid, iets ervaren van wat we geluk noemen, zonder dat we het precies kunnen zeggen.''

Maandenlang en minutieus onderzocht hij met collega's een Romeins huis. Alles werd gefotografeerd, gemeten, gedocumenteerd. ,,Een vorm van archeologie waar je de spade niet bij nodig hebt. Bij de opgravingen in Troje is veel kapot gemaakt. Elke opgraving kun je maar één keer doen.''

In 'De grote wandeling' komen Bastets oeuvre, zijn reizen, ontmoetingen, logeerpartijen, tragische en geestige incidenten tot volle bloei. ,,Het zijn memoires'', zegt hij nadrukkelijk, ,,en niet: dé memoires.'' Met andere woorden: hij heeft nog lang niet alles gezegd. Maar wat er geschreven staat is ondertussen ongekend veel en verscheiden. Eén stoet, een onophoudelijke cortège van mensen, voorvallen en gebeurtenissen net zo vertakt als de bekeide straten van Pompeii trekt voorbij.

Zijn tijd als conservator van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden 'met het Archeologisch Instituut naast de deur'. Zijn goede verstandhouding met zijn studenten. ,,Het maakt een groot verschil of je een Griekse vaas achter glas ziet, of in je hand kunt houden om de structuur te voelen.''

De thema's en onderwerpen die, net zoals archeologie, ontrafeling, ontraadseling of anderszins blootlegging behoefden, kwamen hem niet zozeer aanwaaien. En als dat wel gebeurde, ging hij ze allerminst uit de weg. Het is veeleer een kwestie: van het een komt nu eenmaal het ander. Zijn boek over Liszt en Chopin leidde weer tot tournees door het land waarin pianist Yoram Ish-Hurwitz de complete 'Pelgrimsjaren'-cyclus voor piano solo van Liszt uitvoert en Bastet de complexe verhoudingen tussen Liszt/Chopin en hun geliefdes duidt.

Hoewel het zuiden bleef lonken, keerde Bastet steeds naar het noorden terug. Hij is zeer gecharmeerd door de 'ingeschapen hoffelijkheid die zuiderlingen vanzelfsprekend vinden', in tegenstelling tot noordelingen die 'permanente lompheid tot maatstaf' verheffen. ,,Een volksaard schijnt niet te bestaan, maar toch heerst hier een houding van: toffe jongens onder elkaar. Die voetbalrellen en vernieling, schandelijk! Dat je dusdanig misbruik maakt van onze verworvenheden. Als die mensen de oorlog nog hadden meegemaakt.''

,,Ik heb het altijd moeilijk gemaakt voor mezelf. Ik wilde ook steeds zo veel. Om allerlei redenen wilde ik de biografie van Louis Couperus schrijven. Ik ben nog bij mevrouw Couperus op theevisite geweest; wie kan dat nou nog zeggen? Daardoor was er meteen een directe verbinding met de Tachtigers. En van de familie Couperus loopt een directe lijn naar de tijd van de VOC.''

,,Kennelijk gaat het steeds verder als je in hoge functies terechtkomt. Als lid van het bestuur voor de Erasmusprijs werd ik gevraagd voorzitter te worden van het Nederlands-Grieks cultureel verdrag, waardoor ik Melina Mercouri leerde kennen. Je kunt wel steeds 'nee' op aanbiedingen zeggen, maar dat deed ik dus niet altijd. Ik heb er voor gekozen om alleen te zijn, en vind het prettig om zelf de tijd in te delen. Als ik om drie uur 's nachts naar bed wil, doe ik dat.''

Bastet popelde al geruime tijd om met zijn Couperusbiografie te beginnen, maar moest eerst nog de catalogus van de klassieke collectie, die sinds 1860 niet meer was bijgehouden, voor het oudheidkundig museum samenstellen. Hoe hij dan precies begint, temidden van de berg objecten, stapels mappen, vodjes, deelcollecties?

,,Net als Hercules: eerst maar eens heel diep gezucht. Hoewel ik van nature lui ben, werk ik - als ik eenmaal werk - in hoog tempo. Ik heb hard gewerkt, moet ik in alle onbescheidenheid opmerken. En ik heb veel geluk gehad, maar: je moet geluk ook veroveren. In mijn dankwoord voor de PC Hooftprijs haal ik Seneca aan: 'Eis je voor jezelf op en gebruik je tijd die anderen van je afnemen'.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden