Pauselijke veroordeling van rol Pius XII blijft uit

Van onze kerkredactie AMSTERDAM - De rooms-katholieke kerk is als instituut niet betrokken geweest bij de jodenvervolging door de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat stelt een officieel document over de holocaust dat gisteren door het Vaticaan is gepubliceerd. Het stuk betreurt “diep” dat individuele katholieken in die periode “fouten” hebben gemaakt en “nalatig” zijn geweest met betrekking tot hun joodse broeders en zusters, maar verdedigt krachtig het optreden van paus Pius XII die door velen wordt verweten gezwegen te hebben over de jodenvervolging.

Het Vaticaan erkent dat christenen zich door de eeuwen heen schuldig hebben gemaakt aan anti-joodse uitlatingen. De wortels van het antisemitisme van de nazi's liggen echter buiten het christendom, aldus de verklaring. “De shoah (holocaust) was volgens Rome het werk van een “door en door modern neo-heidens regime waarvan ook veel christenen het slachtoffer zijn geworden.”

Wel worden in de Vaticaanse verklaring de regeringen van “enkele westerse landen met een christelijke traditie” veroordeeld die “meer dan aarzelden om hun grenzen open te stellen voor vervolgde joden”. Over gewone christelijke burgers zegt het document dat velen weliswaar hun afschuw toonden over de deportatie van hun joodse buren, maar “toch niet sterk genoeg waren om hun stem in protest te verheffen”.

Het Vaticaanse document - veertien pagina's onder de titel Wij herinneren ons, een overweging over de Shoah - noemt de moord op zes miljoen joden een “onzegbare tragedie” en vindt het een “morele plicht” voor christenen ervoor te zorgen dat die nooit meer kan plaatsvinden. In het voorwoord schrijft paus Johannes Paulus II dat de jodenvervolging “een onuitwisbare smet” op de twintigste eeuw vormt. Christenen moeten zich bezinnen op de medeverantwoordelijkheid die ze hiervoor dragen.

Het document maakt melding van “wat paus Pius XII zelf of via zijn vertegenwoordigers heeft gedaan om honderdduizenden joodse levens te redden”. In tegenstelling tot veel gewone katholieken heeft de paus het tegenover de holocaust niet laten afweten, zo stelt het Vaticaan. Een bewering die haaks staat op wat velen, onder wie vooral joden, beweren.

In het Vaticaanse document waar al jaren op werd gewacht, worden geen verontschuldigingen aangeboden voor mogelijke nalatigheden van katholieke kerkelijke leiders. Het stuk gaat daarmee niet zover als die van de r.-k. bisschoppen in verschillende Europese landen. Die betuigden de afgelopen jaren openlijk spijt over het tekortschieten van hun kerk tegenover de joden in de oorlog. Zo boden vorig jaar herfst de Franse bisschoppen hun excuses aan voor het stijlzwijgen van het toenmalige episcopaat bij de jodendeportaties.

Ook de Duitse en Poolse bisschoppen zeiden na jaren van stilzwijgen dat de r.-k. kerk in hun land de holocaust onvoldoende tot niet heeft veroordeeld. Net als de Nederlandse bisschoppen legden ze een link tussen de holocaust en het antisemitisme in christelijke kring.

Rome lost met zijn verklaring een belofte in van Johannes Paulus II die vanaf het begin van zijn pontificaat veel tijd en energie heeft gestoken in het verbeteren van de betrekkingen met de joodse gemeenschap. Zo pelgrimeerde hij naar Auschwitz, bracht hij een bezoek aan de joodse synagoge in Rome en woonde hij een holocaust-concert bij. Al in 1987 zegde de paus joodse organisaties een officieel document toe over de houding van de r.-k. kerk tegenover Hitlers jodenvervolging.

In 1994 verscheen een stuk dat hoge Vaticaanse en joodse functionarissen het ontwerp voor het definitieve holocaustdocument noemden. Volgens ingewijden werd daarin door het Vaticaan voor het eerst in de geschiedenis erkend dat de katholieke kerk schuld droeg aan het antisemitisme en daarmee indirect aan het systematisch uitroeien van de joden door de nazi's. Reden waarom joodse leiders het concept “sensationeel” en “historisch” noemden. Rome noemde alles een “irritante vergissing”.

Het thans verschenen document is door kardinaal Edward Cassidy, voorzitter van de pauselijke commissie voor de religieuze betrekkingen met het jodendom, gekwalificeerd als “meer dan een verontschuldiging, het is een boetedoening”. Want: “Wij voelen dat wij spijt moeten betuigen (...) voor die leden van onze kerk die nalatig waren”.

Uit reacties van joodse en andere zijde op het verschenen document blijkt dat de verklaring, opgesteld door de pauselijke commissie voor de betrekkingen met het jodendom, niet in goede aarde valt bij al diegenen die hadden gehoopt op eenduidige excuses van het Vaticaan.

Zo eiste opperrabijn Meier Lau - zelf een overlevende van de holocaust - al vóór de publicatie van het document “een duidelijke verontschuldiging voor de schaamteloze houding van de paus (Pius XII)”. Een eis die door velen wordt ondersteund. In plaats daarvan komt het document nu met een integrale verdediging van het beleid van Pius XII tegenover de jodenvervolging.

Deze paus waarschuwde volgens het Vaticaan al in zijn eerste encycliek, in 1939, “tegen ideologieën die de eenheid van het menselijk ras ontkennen, en tegen een vergoddelijking van de staat” die zou kunnen leiden tot een werkelijk “uur van duisternis”. Ook wordt de “wijsheid” van de diplomatie van Pius XII geprezen, die diverse malen door joodse organisaties zou zijn erkend. Zo zei de Israëlische premier Golda Meïr bij de dood van Pius dat hij zijn stem had verheven, “toen martelaarschap ons volk ten deel viel”.

Wat met name onder joden als uiterst teleurstellend wordt ervaren is het feit dat zelfs deze zo pro-joodse paus het niet over zijn lippen kan krijgen om het eeuwenlange anti-judaïsme van de kerk medeverantwoordelijk te noemen voor de holocaust. Volgens ingewijden maakt zijn eigen oorlogservaring in Polen het de paus onmogelijk om de rooms-katholieke kerk als iets anders te zien dan als mede-slachtoffer van het nazisme. Dat ze indirect ook medeschuldig is aan de shoah kan er bij hem psychologisch niet in.

Toch is er sinds 1965 heel wat in positieve zin veranderd. In dat jaar publiceerde het Tweede Vaticaans concilie het document Nostra Aetate (In onze tijd). Daarin verwierp de r.-k. kerk de collectieve schuld van de joden aan de dood van Jezus en bevestigde ze dat Gods verbond met het joodse volk nog altijd geldigheid bezit. Sinds dat moment is het joods-christelijke gesprek echt begonnen. Een dialoog die, zoals twee jaar geleden het Israeïische opinieblad The Jerusalem Report stelde, “zelfs de meest optimistische verwachtingen overtreft”. De publicatie van het recente holocaustdocument doet aan deze constatering niets af.

'We betreuren de misstappen ten zeerste'

Excerpten uit het voorwoord van Johannes Paulus II:

“Bij tal van gelegenheden gedurende mijn pontificaat heb ik met intens verdriet het lijden herdacht van het joodse volk gedurende de Tweede Wereldoorlog. De misdaad die bekend werd als de shoah blijft een onuitwisbare smet op de geschiedenis van de uitgaande eeuw.”

“Het is mijn vurige wens dat het document werkelijk zal helpen om de wonden van misverstanden en onrechtvaardigheden uit het verleden te helen.”

Excerpten uit het document zelf:

“De shoah was het werk van een door en door modern, neo-heidens regime. (...) Maar we moeten onszelf de vraag stellen of de nazi-vervolging van de joden niet gemakkelijker gemaakt werd door de anti-joodse vooroordelen die leefden in sommige christelijke hoofden. In de landen waar de nazi's de massa-deportaties uitvoerden, had de brutaliteit waarmee deze gedwongen verhuizing van hulpeloze mensen was omgeven het ergste moeten doen vermoeden. Hebben christenen elke mogelijke hulp geboden aan de vervolgden en in het bijzonder aan de vervolgde joden? Sommigen wel, anderen niet. (...) Gedurende en na de oorlog hebben joodse gemeenschappen en joodse leiders hun dank betuigd voor alles wat er voor hen gedaan werd, inclusief voor wat paus Pius XII persoonlijk of door middel van zijn vertegenwoordigers heeft gedaan om honderdduizenden joodse levens te redden. Veel katholieke bisschoppen, priesters en leken zijn om deze reden door de staat Israël onderscheiden.

Niettemin, was - zoals paus Johannes Paulus II heeft erkend - het spirituele verzet en de concrete actie van andere christenen niet zoals van navolgelingen van Christus mocht worden verwacht.

We kunnen onmogelijk nagaan hoeveel christenen in door de nazi's de bezette landen met afschuw het verdwijnen van hun joodse buren gadesloegen en desondanks niet sterk genoeg waren om hun stem hiertegen te verheffen. We betreuren de fouten en misstappen van deze zonen en dochters van de Kerk ten zeerste.

We willen ons (...) inzetten voor een nieuwe toekomst waarin geen plaats meer is voor antijudaïsme onder christenen of antichristelijke sentimenten onder joden...

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden