Paus ziet islam als verwante religie

Bij de interreligieuze gebedsbijeenkomst, gisteren in Assisi, waren ook prominenten uit de moslimwereld aanwezig. Hoe is de relatie tussen paus Johannes Paulus II en de islam? Verhaal van een bekering.

Ton Crijnen

Op woensdag 13 mei 1981, om negentien over vijf in de middag, loste op het Pietersplein Mohammed Ali Agca met een Browning 9mm een aantal schoten op paus Johannes Paulus II. Twee ervan troffen doel. Het hoofd van de rooms-katholieke kerk raakte zwaargewond, maar herstelde. Tot op de dag van vandaag is hij er volgens intimi van overtuigd dat Agca -een weinig gelovige moslim- de aanslag pleegde in opdracht van islamitische fundamentalisten. En niet, zoals experts aannemen, van de Bulgaarse -en Sovjet-Russische?- geheime dienst.

Het leidde bij de paus tot diepe afkeer van elk moslimextremisme, maar -en dat is opvallend- niet van de islam als zodanig. Integendeel. Begrip kweken en verzoening realiseren tussen moslims en katholieken staan sindsdien hoog op zijn agenda. Daarbij laat hij het niet bij mooie woorden, getuige de vele diplomatieke contacten tussen het Vaticaan en moslimlanden en de bezoeken van Johannes Paulus II aan de islamitische regio, met als uniek hoogtepunt het demonstratief bidden van de katholieke leider in de Ommajaden-moskee van Damascus. Zijn afwijzen van de Golfoorlog en het op humanitaire grond scherp veroordelen van de internationale boycot tegen Irak hebben zelfs in fundamentalistische moslimkringen opzien gebaard.

Natuurlijk, aan het positieve imago dat de paus presenteert richting de moslimwereld liggen ook tactisch-politieke overwegingen ten grondslag: speelruimte creëren voor de 1,2 miljoen katholieken in Noord-Afrika en het Midden-Oosten (velen staan onder grote islamitische druk), botsingen vermijden tussen de almaar groeiende katholieke en moslimgemeenschappen in zwart-Afrika, en gelegenheidscoalities sluiten met islamitische staten over de afwijzing van abortus, anticonceptie en euthanasie (zie de VN-conferenties in Cairo en Peking).

De pauselijke toenaderingspogingen tot de islam zijn niet louter aan pragmatisme toe te schrijven. Er ligt ook en waarschijnlijk vooral een religieus geinspireerde wil tot vrede, verzoening en broederschap aan ten grondslag.

Zich baserend op conciliedocumenten als Lumen Gentium (1964) en Nostra Aetate (1965), waarin gebroken werd met het historische wantrouwen van christenen jegens de islam, onderstreept hij in redevoering na redevoering het enorme belang van een dialoog tussen beide wereldgodsdiensten. Hij neemt daarbij afstand van een lange traditie vol polemiek en confrontatie. We hebben, zei hij in augustus 1985 tegen zestigduizend jonge moslims in Casablanca, Abraham als gezamenlijke stamvader en geloven in dezelfde ene God. ,,En dat bindt.''

Daarmee verwerpt hij Huntingtons Clash of civilizations (botsing tussen beschavingen), een visie die onder intellectuelen in West-Europa en Noord-Amerika aan populariteit wint. Deze opvatting ziet de islam als een homogene politiek-religieuze macht die een fundamentalistische bedreiging is voor het westerse waardenpatroon. Paus Johannes Paulus II denkt er genuanceerder over.

Hij vormde in 1988 het van zijn voorganger Paulus VI geërfde 'secretariaat voor de niet-christenen' om tot 'pauselijke raad voor de interreligieuze dialoog'. De gewijzigde naam is veelzeggend. Aan het hoofd staat een Afrikaanse kardinaal, Francis Arinze, die als Nigeriaan de voetangels en klemmen kent bij het geloofsgesprek met de islam. Dat blijkt uit de volgende uitspraak van de raad: ,,De ware dialoog (tussen christenen en moslims) verlangt dat men opdringerige uitnodigingen of vergelijkingen die het risico van verwarring in zich dragen, vermijdt. Anders zien sommigen daar een verkapte vorm van proselitisme in.''

Hoe moeizaam de wederzijdse contacten verlopen heeft de paus een aantal keren zelf ondervonden. Tijdens een bezoek aan Nigeria (februari 1982) weigerden moslimleiders met hem in gesprek te gaan. Drie jaar later kreeg hij in Marokko dezelfde reactie van deelnemers aan de Pan-Arabische Spelen die daar net werden gehouden. En een officiële reis naar Senegal moest worden afgelast omdat moslims dreigden de landingsbaan van het vliegveld in de hoofdstad Dakar te blokkeren.

Het weerspiegelt de argwaan onder moslims dat Johannes Paulus II een geheime agenda hanteert, met bekering als het belangrijkste punt. Hoe diep dat wantrouwen geworteld is bleek vorig jaar mei. Toen werd een conferentie tussen de theologische faculteit in Cairo en de Sint Thomas-universiteit te Rome door de moslimpartners abrupt en voor onbepaalde tijd afgezegd. Een deel van de professoren aan de befaamde islamitische alma mater zag het nut van zo'n gesprek niet in. Columnist Fahmy Howeidy stookte het vuur op door de paus te verwijten dat hij in zijn mea culpa van dat jaar de kruistochten niet had genoemd.

In eigen, katholieke kring blijkt er eveneens verzet. Fouad Twal, aartsbisschop van Tunis, schreef vijf jaar geleden in het blad van de pauselijke universiteit van Latheranen: ,,Geweld maakt een intrinsiek onderdeel uit van de islam.'' En volgens mgr. M. Fitzgerald, Arinze's plaatsvervanger in de raad van de interreligieuze dialoog, klagen bisschoppen over de 'overdreven aandacht' die Rome besteedt aan het dialogeren met moslims.

Ook binnen het Vaticaanse staatsapparaat klinken, als gebruikelijk anoniem, stemmen die de paus van religieus relativisme beschuldigen en hem verwijten dat hij zich door de moslims in de luren laat leggen. Als voorbeeld noemt men het feit dat de katholieke kerk uiteindelijk heeft geaccepteerd dat in het hart van het katholicisme (Rome) met financiële steun uit Saoedi-Arabië, een moskee kon worden gebouwd, zonder dat omgekeerd kerkenbouw in, zeg, Riad mogelijk is.

Dat de paus kritiekloos naar verzoening met de islam streeft is onjuist. Zo kapittelt hij moslimlanden als Iran waar christelijke, joodse en andere religieuze minderheden worden gediscrimineerd. Ook deinst hij er niet voor terug het islamitisch extremisme aan de kaak te stellen. En wat Saoedi-Arabië betreft heeft Johannes Paulus II het meten met twee maten daar wel degelijk publiekelijk veroordeeld.

Hij weigert op grond van incidenten de hele islam te demoniseren -er vallen ook positieve ontwikkelingen te melden. Zo had zijn bezoek aan Kameroen (1985) een verbetering van de relaties tussen christenen en moslims in dat land tot gevolg. En meer recentelijk kwamen, na de terreuraanslagen in de VS, islamitische en christelijke leiders vorig jaar oktober in Rome bijeen om er onder auspiciën van het Vaticaan te praten over vrede.

De aanwezigheid gisteren van moslimvertegenwoordigers, zelfs uit Iran, op de interreligieuze gebedsbijeenkomst in de geboortestad van Franciscus van Assisi -die minder open stond tegenover de islam dan velen beweren- is eveneens een bewijs dat de inspanningen van de paus vruchten beginnen af te werpen. Aan zijn unieke opstelling tegenover de moslims én tegenover het jodendom zal de plaats van JP II in de geschiedenis straks in belangrijke mate worden afgemeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden