Paulus tot op de bodem herlezen

Morgen begint, op initiatief van paus Benedictus XVI, het Paulusjaar. Volgens historisch psycholoog Willem van Hoorn doen we er goed aan het komende feestjaar de brieven van Paulus te herlezen en hem zo te verlossen van de vele etiketten die hij in de loop der tijd kreeg opgeplakt.

Paulus, 2000 jaar geleden geboren in Klein-Azië, is in de loop van de tijd van vele etiketten voorzien: de eigenlijke stichter van het christendom, de eerste christelijke theoloog, vrouwenhater, vijand van homoseksuelen, verdediger van slavernij en degene die stelt dat je je altijd moet onderwerpen aan het gezag, of dat nu Romeinen of Duitsers zijn. Wie niet beter weet noemt hem fanaticus, zedenpreker, ophitser, drammer, Romeinse spion of gladiator en niet het minst: de grote afvallige, want verrader van het Joodse geloof.

Hoe kunnen we Paulus door al deze, hoofdzakelijk negatieve, oordelen heen nog benaderen? Het beste lijkt het om zijn brieven onbevangen te herlezen. Dan blijkt dat voor bovenstaande etiketteringen nauwelijks aanleiding is.

Homoseksuelen bestonden in Paulus’ tijd nog niet, dus hij kon deze moeilijk haten. Er is een onoverbrugbaar cultureel verschil tussen gelijkgeslachtelijke lustopwekkende handelingen toen, en een nu individueel beleefde homoseksuele identiteit. Paulus veroordeelde tegennatuurlijk geslachtsverkeer vanuit zijn Joodse achtergrond, een begrijpelijk standpunt.

Paulus is geen vrouwenhater, integendeel. Hij vindt zelfs, in tegenstelling tot de latere katholieke kerk, dat vrouwen een ambt mogen bekleden en apostel kunnen zijn. Hij heeft de slavernij niet verdedigd. Hij heeft nooit gezegd dat Joden of Grieken zich onvoorwaardelijk moeten onderwerpen aan het Romeinse gezag.

Paulus kon zich in zijn tijd natuurlijk niet als christelijk theoloog beschouwen, zover strekte zijn spirituele horizon niet. Er is daarom nauwelijks christelijke theologie bij Paulus te vinden. Wie dat wel probeert – het aantal publicaties over dit onderwerp is ontelbaar – stelt de zaken anders voor dan hoe we ze bij Paulus aantreffen. Vrijwel elke passage in zijn brieven is verbonden met Thora, Profeten en Psalmen, Dat waren de hem toen bekende delen van het Griekse Oude Testament. Het Nieuwe Testament moest uiteraard nog worden geschreven.

Traditioneel-canoniek worden Paulus’ brieven opgevat als ’de oudste christelijke geschriften’. Door deze plaatsbepaling worden ze geduid vanuit een latere ontwikkeling: het christendom. Liever vat ik ze op als de ’eerste brieven waarin gesproken wordt over de hemelse Messias’. Dan sluiten ze aan bij de Joodse Schriften, die Paulus honderden keren aanhaalt. Maar, let wel, Paulus’ Messias is niet de in sommige Joodse kringen verwachte Koning David II, die met het zwaard de Joden zal bevrijden van de Romeinen.

De paus beschouwt Paulus vanwege zijn vele zendingsreizen als de feitelijke stichter van de mondiale christelijke kerk. Dat is historisch niet aan te tonen. Het is zeer waarschijnlijk niet in Paulus opgekomen een wereldwijde kerk te stichten of een nieuw geloof in het leven te roepen. Wel wilde hij het pluriforme Joodse geloof naar het hoogste niveau tillen in het licht van zijn mystiek ervaren kruisiging van de Messias.

Paulus was en bleef Jood en kan vruchtbaar worden gelezen als een Joods denker in de Griekse wereld. „Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen” voor het evangelie van de gekruisigde Messias (1 Korintiërs 9, 20 ). Eerst wijst hij de Joodse wet zijn beperkte plaats toe voor het juiste handelen. Vervolgens stelt hij dat deze wet uit de Geest Gods is. Dan volgt zijn voltreffer: „Het doel van de wet is de Messias, zodat iedereen die gelooft rechtvaardig zal worden verklaard” (Romeinen 10, 4). Alle mensen die in de Joodse zoon van Jahweh geloven zullen gered worden. Dat is zijn eenvoudige boodschap. Deze geldt voor Joden, andere volken en latere christenen, want zij hebben samen maar één God.

Dit alles wordt bekroond met een schitterende uitspraak: „De liefde is de vervulling van de wet” (Romeinen 13, 10). In de gekruisigde Messias vindt de kringloop van de wet plaats, zoals van den beginne in Gods heilsplan lag besloten. En de liefde maakt de wet vol. In die volle liefde van God kunnen allen eeuwig leven.

We kunnen tijdens het komende feestjaar weinig beters doen dan de brieven van Paulus tot op de bodem herlezen en er uithalen wat voor ons ethisch van belang is. En dat is veel.

Op grond van de huidige stand van zaken (volgens de Duitse theoloog en Pauluskenner prof. Udo Schnelle) geef ik hier weer wat de echte brieven van Paulus zijn, in de historisch waarschijnlijkste volgorde waarin ze werden geschreven: 1 Thessalonicenzen 50, 1 en 2 Korintiërs, Galaten, Romeinen, Filippenzen 60/61 en Filemon. Er zijn dus maar zeven echte brieven van Paulus en deze werden in het tijdsbestek van tien jaar verstuurd aan zijn weinige aanhangers, de paulinisten in de diaspora. Dat waren gelovige Joden, of godvrezende Grieken en Romeinen, maar in elk geval (nog) geen echte christenen – het kan niet genoeg benadrukt worden.

Niet-canoniek lezen van de brieven van Paulus vereist dat we ze in die tijd ruim vóór het Nieuwe Testament plaatsen, dus niet ná de evangeliën, die (veel) later tot stand kwamen als het werk van veel handen. Paulus kan tekstueel alleen maar achteruit denken, niet vooruit. Ook moeten we niet beginnen met Romeinen, maar met 1 Thessalonicenzen, mede omdat er een zekere ontwikkeling te bespeuren valt. Zo wordt zijn sterk negatieve oordeel over de Joden uit 1 Thessalonicenzen bijvoorbeeld ’gecorrigeerd’ als hij in Romeinen stelt dat „heel Israël zal worden gered” (11, 26).

De gebruikelijke indeling van de evangeliën zelf is eveneens problematisch. Niet Matteüs is het oudste evangelie, maar Marcus. Lees je nu eerst de brieven van Paulus met relevante passages uit de toen bekende Joodse schriften in je achterhoofd en daarna het korte evangelie van Marcus, dan zie je een enkele overeenkomst, maar veel belangrijke verschillen. Een aardse Jezus die zijn kruisiging nog moet ondergaan of een in de hemel aan Gods rechterhand zetelende Messias die aldaar voor ons pleit, het verschil kan niet veel groter zijn (Romeinen 8, 34).

Beknopt geformuleerd: in de brieven van Paulus is Christus een mystieke ervaring die op ons als een mythische figuur overkomt. In Marcus handelt Jezus, hij verricht wonderen, spreekt gebeitelde zinnen, bedwingt natuurkrachten, kondigt zijn lijdensweg tot driemaal toe aan. De vrouwen vluchten in angst en ontzetting bij het lege graf vandaan. Ik wil hiermee zeggen dat de Jezus van Marcus niet dezelfde is als de Christus Jezus van Paulus.

Mijn voorstel tot herschikking van het Nieuwe Testament met ruim daaraan voorafgaand de niet-christelijke brieven van Paulus zal hopelijk werken als een eye-opener voor iedereen die wil weten welke consequenties we hieruit kunnen trekken voor de hedendaagse ethiek, spiritualiteit en geloofsbeleving.

Paulus is bevangen door de op handen zijnde komst van Christus. Het einde der tijden is zeer nabij. Maar tot redding van alle mensen heeft Jahweh/God zijn zoon gezonden. Deze zoon heeft moeten lijden tot vergeving van zonden. „Wij verkondigen een gekruisigde Messias”, is Paulus’ stenografische samenvatting van deze schokkende gebeurtenis (1 Korintiërs 1, 23).

Deze gekruisigde Messias bevindt zich ten tijde van Paulus’ zendingsreizen al in de hemel, vanwaaruit hij door hem alle dagen wordt verwacht. Alle brieven van Paulus staan in het licht van de zeer spoedige neerdaling van zijn Heer uit de hemel, de zogenaamde parousia. „Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Daarna gaan wij de Heer in de lucht tegemoet” (1 Thessalonicenzen 4, 16-17).

Wie dit spektakel wil zien, die spoede zich naar Leiden, waar in de Lakenhal op het drieluik van Lucas van Leyden dit alles prereformatorisch is geschilderd. Als er bij de Apocalyps geoordeeld is over de levenden en de doden, dan zullen de geredden voor altijd in de hemel zijn. Hoe moeten wij ons dat eeuwig leven voorstellen? Op die kernvraag geeft Paulus een onovertroffen antwoord. „Wij hebben ons burgerschap in de hemel en van daar verwachten wij onze redder, de heer Jezus Messias. Met de kracht waarmee hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam” (Filemon 3, 20-21).

Wat een laatste belofte voor de nog steeds halsstarrige Joden, wat een slag in het gezicht van Grieken en Romeinen! Grieken waren van mening dat hun ziel na de dood als een schijnwezen bleef voortbestaan in de onderwereld of aan het firmament. Romeinen hadden weinig met persoonlijke onsterfelijkheid. Bij sommige farizeïsche Joden bestond een vage opvatting over een algemene opstanding der doden, maar over eeuwig voortleven als een vergeestelijkt lichaam werd niet gerept. En hier stelt Paulus dat het burgerschap niet vergeven wordt door de machthebbers van zijn tijd, maar verankerd is bij God in de hemel. Alwaar het aardse lichaam, zijn gebreken en zonden achter zich latend, gelijkvormig zal worden aan het hemelse lichaam van de Messias.

Ondanks het nieuwe uitzicht op persoonlijk, eeuwig leven, blijven de weinige aanhangers van Paulus ruziemaken en kunnen zij, o zo makkelijk, weer terugvallen op een oudtijdse wetsbetrachting. „O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd”, roept Paulus wanhopig uit als hij merkt dat zijn volgelingen afdwalen van de rechte weg die geloof en geest hen wijzen. Bij de Korintiërs is het niet anders. Van alle kanten bereiken Paulus berichten dat deze kleine huisgemeente tot op het bot is verdeeld. Twisten, hoogmoed, zedeloosheid, onderlinge rechtszaken, misverstanden over het huwelijk, ernstige misdragingen bij de maaltijd van de Heer en het niet toekomen aan het beoefenen van de zuivere liefde – het zijn de zaken die Paulus bij voortduring moet bestrijden.

Hoe dit te verklaren? De paulinisten hebben nog steeds niet begrepen dat God hen roept tot gemeenschap met zijn zoon, en dat zij allen één zijn in deze Messias (1 Korintiërs 1, 9; 3, 23). Hadden de Korintiërs het maar begrepen. Maar zij begrepen er vermoedelijk, net als ik, niet veel van. Ik stel voor deze zoon voorzichtig aan te duiden als gezant, gevolmachtigde van de hem altijd te boven gaande God en zeker bij Paulus elke opvatting van een drie-enige God als een vloek op te vatten.

Waar het op neerkomt is dat alle gelovigen één zijn in de gekruisigde en verheven Messias. Wil je die status bereiken dan moet je je verre houden van de afgodendienst, zoals zelfverrijking, onmatigheid in eten, drinken en seks. Niet ten laatste: mateloos egoïsme, narcisme en hoogmoed.

Dit alles komt duidelijk tot uiting in de maaltijd van de Heer. „De beker van de zegen die wij zegenen is dat niet gemeenschap met het bloed van de Messias. Het brood dat wij breken is dat niet gemeenschap met het lichaam van de Messias?” (1 Korintiërs 10, 16). Alhoewel we met velen zijn met verschillende gezindheden, is hier maar één levensvorm mogelijk: eerbiedige deelname aan de maaltijd van de Heer. Je kunt je niet overgeven aan de demonen van deze tijd én de Heer zuiver dienen.

Bij Paulus is deze maaltijd van de Heer geen laatste avondmaal. Er zijn geen discipelen te bekennen, als Paulus zijn kleine huisgemeente in Korinte voorhoudt dat het de bedoeling van de Heer zelf is hem te gedenken bij het breken van het brood en het drinken uit de beker. Bij het vieren verkondigen zij diens dood ’totdat hij komt’. Het tot tweemaal toe gezegde „Doe dit tot mijn gedachtenis”, duidt erop dat deze woorden worden gesproken namens de in de hemel zijnde Heer (1 Korintiërs 11, 23-27). Onnodig toe te voegen dat deze woorden van Jezus niet ’historisch’ zo gesproken zijn. Het betreft hier Paulus’ combineren van Joodse maaltijdgebruiken met het Griekse symposion, toegespitst op de verheven Messias.

Paulus staat bekend als de zonderling die gezegd zou hebben dat het beter is niet te trouwen. Deze zaak ligt tamelijk ingewikkeld. Wie ongehuwd is kan zich zonder zorgen wijden aan de zaak van de Heer, tot hij spoedig komt. Speciaal voor weduwen en weduwnaars heeft Paulus het advies niet te hertrouwen. Maar als ze dat niet kunnen opbrengen moeten ze dat wel doen, „want het is beter te trouwen dan te branden van begeerte” (1 Korintiërs 7, 8-10). Ook met dat advies kunnen we goed leven, want gezien de tweede, derde en vierde huwelijken, verwacht men de zeer spoedige komst van de Heer en het einde der tijden nu kennelijk niet.

Branden van begeerte? Paulus kent zijn medemensen door en door en ziet overal om zich heen de welig tierende hoererij. Dat er tegenwoordig miljarden omgaan in de Nederlandse seksindustrie, zou hem een grote gruwel zijn. Voor hem is het menselijk lichaam heilig, een tempel van de Heilige Geest, die zo in ons woont. Wie ontucht pleegt, in welke vorm ook, tast zijn eigen lichaam aan én dat van de ander. Dat zouden priesters en dominees die seks hebben met hun gemeenteleden bij Paulus nog eens kunnen nalezen. Maar ook pedofielen zijn zondaars bij uitstek, omdat zij de heiligheid van het kinderlichaam schenden. De christelijke premier en vicepremier van ons land zouden van Paulus elke week een vermanende brief krijgen vanwege de afschuwelijke porno die op internet vrij toegankelijk is.

Iedere vrouw, kortom, moet haar eigen man hebben en iedere man zijn eigen vrouw. Weiger elkaar binnen het huwelijk de geslachtsgemeenschap niet, met uitvluchtjes over hoofdpijn, lusteloosheid of verminderde potentie. „Een vrouw heeft niet zelf de zeggenschap over haar lichaam, maar haar man; en ook een man heeft niet zelf de zeggenschap over zijn lichaam, maar zijn vrouw” (1 Korintiërs 7, 4).

Als we Paulus op dit terrein samenvatten dan verdient het in het licht van de zeer spoedige komst van de Heer de voorkeur niet te trouwen. Maar is de begeerte te groot, trouw alsnog. Vrouw en man moeten elkaar hierbij geven wat ieder toekomt. Is, bij wijze van voorbeeld, de begeerte van de vrouw groter dan die van de man, dan moet de man haar geven wat haar toekomt. Mooi, daarmee kunnen we thuiskomen.

Vernieuwend lezen van de brieven van Paulus brengt veel waardevols aan het licht voor een humane ethiek. Als Jood onder de Joden in de diaspora is zuiver geloof in Gods beloften de stevigste leidraad in zijn leven. Paulus is geen opvolger van de profeet Jesaja, maar van aartsvader Abraham die zijn geloof nooit verloor. In die zin moet hij, mede door zijn sterke inperking van de betekenis van de wet van Mozes, gezien worden als de radicaalste vernieuwer van de farizeïsche stroming binnen het Joodse geloof. Zijn grootse aanvulling hierop is het helder stellen van de onvergankelijke liefde, zoals 1 Korintiërs 13 dat overbekend verwoordt. Louter geloof in de liefdevolle gekruisigde en verheven Messias, leidt naar redding van het door en door zondige individu. Dit is de hoop die blijft voor gelovigen, hoe ondraaglijk licht dit geloof ook geworden mag zijn.

Zoals vrijwel altijd is de echte geschiedenis anders gelopen dan gelovigen zich toen hadden voorgesteld. Paulus verwachtte nog tijdens zijn leven zijn Heer voor de eerste keer echt te ontmoeten bij diens parousia. Wat al mystiek ervaren was in visioenen moest nog zaligmakende werkelijkheid worden Maar de parousia bleef uit, nu al tweeduizend jaar, en in plaats daarvan kwamen de evangeliën met hun leven, lijden, sterven, opstaan en verheffing van de aardse Jezus.

De brieven van Paulus hadden hierop geen invloed. Pas in de derde eeuw doken ze op en begonnen langzaam de betwistbare status te krijgen van ’oudste christelijke geschriften’. Door ze historisch juist ruim vóór het Nieuwe Testament te plaatsen, zoals ik voorstel, krijgen ze veelal een andere betekenis dan er later aan werd verleend. Als we eerst ons best doen om de mythische Christus te ontraadselen, dan begrijpen we misschien beter waarom het Griekse christendom in de evangeliën begint.

Willem van Hoorn is emeritus hoogleraar historische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam en werkt aan een boek over Paulus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden